![]()
www.oplossingsgerichtmanagement.nl
|
Het boek Paden naar oplossingen helpt om oplossingsgericht werken beter in de vingers te krijgen. Het boek bevat veel praktijkvoorbeelden legt de oplossingsgerichte principes toegankelijk en helder uit. Bestel het hier.
© 2001, Coert Visser
Samenvatting
- Bespreking
van: Abolishing Performance Appraisals. Bent
u tevreden over uw beoordelingssysteem? Waarschijnlijk niet (1)
. Vele onderzoeken in binnen- en buitenland laten namelijk zien dat de
grote meerderheid van de medewerkers èn managers ontevreden is over hun
beoordelingssystemen en -praktijken (2) en dat
beoordelingssystemen niet beantwoorden aan de gestelde doelen. Desondanks
is prestatiebeoordeling één van de heiligste koeien in het
bedrijfsleven: het uitvoeren van een formele jaarlijkse
prestatiebeoordeling staat zelden of nooit ter discussie. Abolishing
Performance Appraisals (3) van Tom
Coens en Mary Jenkins is bij mijn weten het allereerste boek dat gaat
over het afschaffen van systematische prestatiebeoordeling. Wat
is prestatiebeoordeling? Prestatiebeoordeling is het proces van het
evalueren of beoordelen van de manier waarop iemand functioneert. Hierbij
gaat het vrijwel altijd om 1) een verplicht proces dat gestuurd wordt door
de organisatie, dat 2) betrekking heeft op een bepaalde periode (meestal
een jaar), waarbij 3) de (eind)beoordeling plaatsvindt door een
leidinggevende en waarbij 4) de resultaten op papier worden gezet, en 5)
na te zijn ondertekend door de medewerker 6) worden bewaard door de
organisatie. Systematische
prestatiebeoordeling bestaat al decennialang en wordt door vrijwel iedere
zichzelf respecterende organisatie in de Westerse wereld toegepast.
Opmerkelijk is dat de wijdverbreide ontevredenheid over
beoordelingssystemen al even lang bestaat als de systemen zelf. Al
decennialang zoekt menigeen dan ook naar verbeteringen van deze systemen.
Eind jaren vijftig bedacht Peter Drucker (2)
hiertoe bijvoorbeeld Management By Objectives (MBO) dat in de jaren
zeventig en begin jaren tachtig zeer populair werd. Andere voorbeelden van
innovaties in beoordelingssystemen zijn competentiemodellen,
gedragsverankerde beoordelingsschalen en 360-graden
beoordelingsinstrumenten. Momenteel beleeft resultaatgerichte beoordeling
aan de hand van individuele prestatie-indicatoren (een soort neo-MBO)
opnieuw grote populariteit. Maar helaas. Ondanks alle innovaties bleven en
blijven de problemen van ontevredenheid en ineffectiviteit bestaan. Voor
Coens en Jenkins is het duidelijk waarom alle pogingen om
prestatiebeoordeling effectiever te maken niet werkten. Volgens hen ligt
de oorzaak van de ineffectiviteit van prestatiebeoordeling niet in een
slecht ontwerp of in een ongedisciplineerde invoering of uitvoering ervan
maar in het feit dat de onderliggende kernaannames van
prestatiebeoordeling niet logisch en niet realistisch zijn. Hieronder
volgen enkele van hun belangrijkste kritiekpunten op formele
prestatiebeoordeling. 1.
Managers kunnen individuele prestaties niet objectief en valide
beoordelen. Formele
prestatiebeoordeling richt zich sterk op het niveau van het individu door
te pogen individuele prestaties te beoordelen en door individuele doelen
en targets te stellen. De aanname dat individuele prestaties objectief
kunnen worden beoordeeld is niet juist. In de eerste plaats omdat
prestatiebeoordeling grotendeels een subjectief en politiek proces is.
Managers wìllen niet eens objectief zijn. In de tweede plaats is bekend
is dat beoordelen van mensen, hoe goedwillend je ook bent, gepaard gaat
met een behoorlijk aantal soorten beoordelingsfouten. Deze kunnen via
training wel enigszins beperkt, maar nooit geëlimineerd worden. In de
derde plaats is het zo dat het organisatiesysteem (inclusief processen en
interacties tussen mensen) de belangrijkste bepaler van individueel
functioneren is (zie o.a Hidden
Value (4) ). Hierdoor is het per definitie
moeilijk tot onmogelijk vast te stellen wat de bijdrage van het individu
is. Die zeer weinigen die uitzonderlijk slecht of uitzonderlijk goed
functioneren zijn waarschijnlijk de enigen die in hun functioneren
onderscheidbaar zijn van anderen en dan vaak nog alleen na enkele jaren
functioneren. 2.
Het verbeteren van individuele prestaties leidt niet tot het verbeteren
van de prestaties van de organisatie. De
gerichtheid op het individuele niveau stoelt tevens op de aanname dat het
verbeteren van individuele prestaties leidt tot een betere
organisatieperformance. Dat volgt echter niet logischerwijs. De aanname
die men hanteert is dat het verbeteren van de onderdelen leidt tot het
verbeteren van het geheel. Vergeten wordt hierbij om de samenwerking
tussen de onderdelen te verbeteren. In praktijk is het zo dat individuele
targets in combinatie met de neiging om mensen te rangordenen vaak interne
concurrentie aanwakkeren. Een realistischer perspectief is: initiatieven
tot het verbeteren van individueel functioneren zijn het meest effectief
indien ze worden gecombineerd met serieuze pogingen om het werkklimaat,
systemen en processen te verbeteren. 3.
Formele prestatiebeloning werkt niet motiverend. Een
assumptie bij formele prestatiebeoordeling is dat het stellen van doelen
en het geven van regelmatige feedback door de leidinggevende (en op
initiatief van de leidinggevende) medewerkers motiveert om hun prestaties
te verhogen. Een realistischer perspectief is het volgende. In de eerste
plaats hoeven/kunnen mensen niet echt gemotiveerd te worden. Ze zìjn
namelijk al intrinsiek gemotiveerd om goede prestaties te leveren (zie
o.a. The
Human Side of Enterprise (5) ). In de tweede
plaats: de motiverende impact van feedback varieert per situatie, per
feedbackmethode en per individu. Mensen verschillen sterk in hun
voorkeuren voor de vorm, frequentie en inhoud van feedback. Algemeen geldt
overigens wèl dat feedback tijdig moet zijn (dus niet 1x per jaar) om
effect te hebben op het functioneren. Zowel positieve als negatieve
feedback kunnen overigens in veel contexten demotiverend werken (zie Punished
by Rewards (6) ). 4.
Prestatiebeoordeling vormt geen goede grondslag voor betaling De
aanname onder de koppeling tussen beoordeling en beloning is dat geld
mensen motiveert tot een beter functioneren. Deze aanname is niet juist.
Geld is geen motivator maar kan slechts een krachtige demotivator zijn,
wanneer je het gevoel hebt dat je onderbetaald wordt of wanneer je de
besluitvorming over beloning als unfair beleeft. Bovendien, dit is minder
bekend, is uit onderzoek bekend dat extrinsieke factoren zoals geld de
intrinsieke motivatie kunnen verminderen. Een ander fundamenteel bezwaar:
beoordeling van individuele prestaties is grotendeels onmogelijk en kan
daarom alleen al geen goed grondslag voor beloning zijn. De overgrote
meerderheid van de mensen ziet -onterecht - zichzelf als behorend tot de
betere presteerders en denkt daarom aanspraak te kunnen maken op een meer
dan gemiddelde verhoging. Een recept voor deceptie. Coens
en Jenkins werken deze bezwaren overtuigend, gedetailleerd en genuanceerd
uit. Ze gaan bijvoorbeeld in op uitzonderingssituaties waarin
prestatiebeoordeling wèl nuttig kan zijn, ze gaan in op de juridische
kant van de zaak (onder andere bij ontslagzaken) en ze gaan in op de vraag
hoe werknemers beloond kunnen worden zonder prestatiebeoordeling. Coens
en Jenkins hebben beiden veel ervaring met organisaties die
prestatiebeoordeling of onderdelen daarvan hebben afgeschaft. Als
voorbeelden noemen zij: University
of Wisconsin Credit Union Madison,
Wisconsin Police Department Wheaton
Franciscan Services General
Motors Powertrain Division Glenroy,
Inc. Gallery
Furniture Company Entré
Computer Services Memorial
Hospital, Fremont, Ohio Michigan
State University Electronic
Data Corporation (EDS) De
auteurs komen níet met een uitgewerkt alternatief voor
prestatiebeoordeling. Ze benadrukken dat wat er vooral in de plaats van
prestatiebeoordeling moet komen een nieuwe manier van denken is. Ze
dringen er op aan om de verkeerde aannames die ten grondslag liggen aan
prestatiebeoordeling te vervangen door realistischere aannames met als
resultaat dat het werkklimaat en de cultuur in de organisatie ingrijpend
veranderen. Wel komen de Coens en Jenkins met een zestien stappen
programma om prestatiebeoordeling te vervangen (het voert te ver om die
hier allemaal te bespreken, lees het boek...). Betekent
dit nu dat al diegenen die hun brood verdienden met het ontwerpen van
beoordelingssystemen en het trainen van managers zich bedreigd moeten
voelen? Volgens de auteurs valt dat mee. Tom Coens zegt hierover:
"The goals of appraisal are all worthwhile---and the skills of
assessment will always be necessary for promotion, career advancement,
allowing a new employee to go off probation, etc. So are the skills
associated with effective communication, feedback, helping people develop
in their careers, etc. We just urge that these practices be unbundled and
disconnected from systematic, annual or quarter paper collecting ---so all
of your valuable skills and background are needed in the new world we are
urging." Het
afschaffen van prestatiebeoordeling is geen sinecure. Ondanks de bijna
algemene ontevredenheid willen de meeste mensen er toch mee doorgaan.
Hiervoor geven de auteurs verschillende verklaringen. Een belangrijke
reden is dat de bedoelingen achter prestatiebeoordeling vaak goed zijn
(motiveren, eerlijk belonen, richting bieden, etc.). Dat deze bedoelingen
niet gerealiseerd worden, heeft niet met slechte wil maar met foutieve
aannames te maken. Maar velen zullen een voorstel tot het afschaffen van
prestatiebeoordeling aanvoelen als het afschaffen van hun goede
bedoelingen ("Maar hoe kunnen we mensen dan eerlijk belonen, richting
geven, motiveren, etc?"). Een andere reden is dat mensen in onzekere,
onbekende situaties de neiging hebben om vast te houden aan wat ze kennen.
De huidige omstandigheden in het organisatieleven zijn dermate aan
verandering onderhevig dat velen het gevoel hebben geen grip meer te
hebben. Kortom: juist nu zullen velen krampachtig vasthouden, in een
combinatie van moed en wanhoop, aan wat ze kennen. En dus ook en vooral
aan prestatiebeoordeling. Ik
vind dit een moedig en interessant boek. Het is prettig geschreven en vrij
goed gestructureerd. Kortom: lezenswaardig. En het komt op tijd nu er golf
van resultaatgerichte beoordelingssystemen over ons heen lijkt te komen.
Toen ik anderen vertelde over de ideeën in dit boek ontmoette ik veel
herkenning. Eén manager verwoordde het zo: "Eigenlijk is het van den
dolle. Jaar in jaar uit de rituele beoordelingsdans terwijl het alleen
maar een boel narigheid veroorzaakt. Terwijl we dit al jaren weten." Of
dit boek op korte termijn zal leiden tot ingrijpende veranderingen in
organisaties valt te betwijfelen. Het is namelijk niet zo dat goede ideeën
altijd snel worden ingevoerd. De incubatietijd kan lang zijn. Dit geldt
trouwens vooral voor nieuwe denkwijzen (nog steeds geloven bijvoorbeeld
drommen mensen nog in de homo economicus terwijl al decennialang bekend is
dat deze niet bestaat). Voordat grote bedrijven massaal
prestatiebeoordeling gaan afbouwen moet er nog heel wat water door de
Rijn. De gevestigde belangen en gepleegde investeringen zijn zo groot en
het is zo moeilijk om een omvangrijk systeem ingrijpend te veranderen. Wèl
denk ik dat het waarschijnlijk is dat kleinere organisaties in toenemende
mate zullen gaan werken zonder prestatiebeoordeling. En dat grotere
organisaties ermee zullen experimenteren in proeftuinen. Diverse
Amerikaanse voorbeelden van organisaties zonder prestatiebeoordeling zijn
bekend. Voor het lezen van dit boek had ik al eens gehoord dat SAS
Institute , een intrigerend softwarebedrijf, prestatiebeoordeling
(deels?) heeft afgeschaft. Ik
ben nieuwsgierig naar Nederlandse voorbeelden. Heeft u ervaring met het
werken zonder prestatiebeoordeling? Hoe zijn uw ervaringen? Laat het ons
weten!.
Op
dit artikel rust copyright. Overname op uw eigen site zonder
schriftelijke toestemming van de auteur is verboden. Verwijzen naar
dit artikel via een link op uw site is natuurlijk wel toegestaan en
wordt op prijs gesteld.
Dit
artikel verscheen op managementsite.net
|