|

© 1997-2009. Zonder toestemming overnemen
van deze site is verboden
|
|
|
Lees 3 recente boeken over oplossingsgericht werken:
Vijf slechte gewoontes van
managers
© 2003, Coert Visser |
|
Het is alom bekend dat de menselijke factor van cruciaal
belang is voor organisatiesucces. Maar hoe managers
effectief moeten omgaan met mensen is daarmee nog
niet direct duidelijk. Ondanks alle goede
bedoelingen en inspanningen slagen veel managers er
niet in om het beste in mensen naar boven te halen.
Onderzoek van David Maister laat dan ook zien dat
veel werknemers denken dat managers geld en klanten
belangrijker vinden dan medewerkers.
Vijf slechte managementgewoontes
Hieronder schets ik vijf gewoontes van managers die
succes in de weg staan:
1. Imitatieneurose
Veel managers zijn erg geneigd om management-modes
te volgen. Nieuwe managementconcepten, vaak
aangeduid als hypes, lijken zich als besmettelijke
virussen te verspreiden. Laatst gaf ik in een
workshop de volgende opsomming: empowerment, core
competencies, lerende organisaties, ZST’s, BPR, TQM,
competentie-management, ERP, ISO, IIP en coaching.
Eén van de aanwezige HR-managers zei lachend: “Wij
hebben ze allemaal!”. Hoogleraar veranderkunde
Willem Mastenbroek verwoordt in zijn artikel
Organisatierot treffend wat het probleem is met
deze imitatieneurose: “Circa 75% van de initiatieven
wordt een fiasco. Maar niet getreurd, de volgende
paradigmasprong dient zich alweer aan”. Kortom:
energieverspilling, verwarring en cynisme.
2. Foutenfixatie
Veel managers zijn geneigd om bij problemen te
zoeken naar fouten, gebreken en schuldigen (zie
onder andere het onderzoek van
Gallup). Enkele voorbeelden: personeelsselectie
wordt ingevuld als een proces van risicodetectie
(wat voor risico lopen we als we deze kandidaat
aannemen?), bij beoordelingsgesprekken richt de
manager zich hoofdzakelijk op wat er niet deugt aan
de persoon en zijn functioneren en bij
veranderprojecten stelt men negatieve doelen (hoe
komen we af van dit probleem?) en volgt men een
defectgerichte aanpak (hoe kunnen we
probleemoorzaken wegnemen?). Foutenfixatie heeft
vaak de volgende nadelen: 1) bij het zoeken naar
probleemoorzaken lijken er steeds meer oorzaken te
zijn, 2) de weerstand neemt toe, en 3) de problemen
nemen op onverwachte manier toe.
3. Supervisieverslaving
Veel managers zijn erg geneigd om medewerkers
overmatig te superviseren en controleren. Veel
medewerkers krijgen te horen dat zij meer ruimte en
bevoegdheden krijgen maar voelen zich teleurgesteld
wanneer blijkt dat de manager toch blijft
controleren en overrulen. Dat managers moeite hebben
met loslaten blijkt uit onderzoek van Jeffrey
Pfeffer, die dit effect verklaart aan de hand van
het
faith in supervision effect, wat erop neer komt
dat managers én medewerkers een onterecht sterk
vertrouwen hebben in het nut van supervisie. Deze
neiging van managers om niet los te laten, leidt
veelal tot cynisme over de mooie woorden over
empowerment, delegeren etc. Verder is het ervaren
gebrek aan autonomie de kwaliteit van de arbeid
aantast evenals de betrokkenheid bij werk en
organisatie.
4. Individuobsessie
Veel managers zijn erg geneigd om de organisatie te
zien als een verzameling van individuen in plaats
van als een complex systeem. Deze neiging om het
belang van persoonlijke eigenschappen te
overschatten en situationele eigenschappen te
onderschatten is een zo bekend fenomeen dat
wetenschappers er een naam voor hebben: de
fundamentele attributiefout. Deze gewoonte is
terug te vinden in zaken als een puur
individugericht selectieproces, individuele
targetstelling, individuele prestatiebeoordeling en
–beloning, persoonlijke ontwikkel plannen (POP’s) en
een headcountbenadering van personeel. Deze
individuobsessie wakkert onproductieve concurrentie
tussen collega’s aan en leidt tot een te geringe
investering in samenwerkingsrelaties en het
werksysteem.
5. Eliteverheerlijking:
Veel managers zijn erg geneigd om eenzijdig en
overdadig te investeren in top-potentials.
Eliteverheerlijking wordt in de hand gewerkt door de
eerder genoemde fundamentele attributiefout.
Voorbeelden van waar deze eliteverheerlijking toe
kan leiden: excessieve CEO-salarissen, elitair en
onevenwichtig high-potential-beleid (in de watten
leggen en te snelle doorstroom). De excessieve
aandacht voor de supersterren van de organisatie
degradeert de meerderheid van de mensen en werkt
graaiende en zichzelf promotende topmanagers in de
hand. Ironisch is dat onderzoek laat zien dat de
beste topmanagers in werkelijkheid vasthoudend,
bescheiden en doorgaans relatief onbekend zijn (Collins).
Wat deugt er eigenlijk wel aan de vijf neigingen?
Moeten managers dit soort gedragingen voortaan
helemaal achterwege laten? Maar wat zouden ze dan in
plaats hiervan moeten doen? Het gevaar bestaat is
dat het kind met het badwater weggespoeld wordt.
Want al deze gewoontes hebben ook een goede kant.
De goede kant van de imitatieneurose is dat managers
open staan voor externe kennis en vernieuwing. Het
getuigt van de bereidheid om te leren van de
buitenwereld. Zonder dit zou een organisatie
verstarren en eigengereid worden. Het goede van
foutenfixatie is dat de manager onderkent wat er
niet goed gaat. De manager heeft oog voor risico’s
en bedreigingen. Zonder dit zou de organisatie
kunnen vervallen in ongegrond positivisme. De goede
kan van supervisieverslaving is dat het getuigt van
de bereidheid om te sturen, wat duidelijkheid en
richting verschaft. Zonder sturing, correctie,
grenzen en dergelijke zou een organisatie verworden
tot een anarchie of zelfs desintegreren. Het van
goede individuobsessie is dat het belang van de
menselijke factor onderkend wordt, en dat
individuele behoeften en bijdragen belangrijk worden
gevonden. Als dit niet zo was zou de dictatuur van
de groep optreden. Het goede van eliteverheerlijking
is dat verschillen in individuele prestaties en
talenten onderkend worden. Als dit niet zo was zou
de dictatuur van de middelmaat gaan heersen.
Welke complementaire gewoonten zijn nodig?
De vijf slechte gewoontes zijn niet alleen maar
slecht maar hebben hun goede kanten. Ze hoeven dus
niet radicaal voerboord te worden gegooid. Ze worden
echter te eenzijdig gehanteerd en dienen te worden
aangevuld met andere gewoontes.
-
Imitatieneurose: aandacht voor externe kennis èn
interne kennis. Leg de prioriteit bij het leren van de eigen ervaringen
(oplossingen die hun nut al hebben bewezen in de
relevante context). Sta daarnaast open voor
externe oplossingen maar beoordeel systematisch
of en hoe die in uw context bruikbaar zijn.
-
Foutenfixatie: aandacht voor probleemgerichtheid
én succesgerichtheid. 1) Gebruik probleemonderkenning om energie voor
verandering te verkrijgen, 2) ga vervolgens
succesgericht verder door a) te beschrijven hoe
succes er voor u uitziet, b) te analyseren hoe u
dit soort succes al ten dele heeft bereikt, c)
door dit beginnende succes uit te breiden.
-
Supervisieverslaving: aandacht voor sturen én
autonomie. Blijf sturen, superviseren, controleren en grenzen stellen maar alleen
op een klein aantal essentiële punten. Pas op
dat u in spannende situaties niet te snel
terugval op te strak sturen (tel tot tien…).
-
Individuobsessie: aandacht voor
individugerichtheid èn systeemgerichtheid. 1) Blijf individuele prestaties en behoeften
onderkennen maar overdrijf dit niet, 2) erken
het grote belang van samenwerkingsrelaties
(netwerk), 3) erken het niet onaanzienlijke
belang van het werksysteem (denk aan
organisatiestructuren, planningssytemen,
computersystemen, kwaliteitsprocedures en
dergelijke).
-
Eliteverheerlijking: aandacht voor toppers én
anderen.
Tips voor het omgaan met elite, 1) erken en
benut verschillen in talenten, 2) ontwikkel
talenten van alle medewerkers, 3) creëer
symbolische gelijkheid. Onderzoek laat zien dat
het accentueren van statusverschillen
(prestigieuze kamers, eerste klas vliegen etc.)
organisatiesucces aantasten.
Conclusie
De vijf slechte gewoontes van managers staan succes
in de weg maar blijken toch alle hun goede kanten te
hebben. Managers die deze slechte gewoonten hebben
hoeven het roer niet radicaal om te gooien. Ze
kunnen de goede kanten van de slechte gewoontes
behouden en deze aanvullen met enkele additionele
gewoontes. Een drastische verandering is niet nodig.
Coert Visser
(coert.visser@planet.nl)
is een coach, consultant en trainer die werkt met de positieve
veranderaanpak oplossingsgericht werken. Deze aanpak richt zich er
eenvoudigweg op om individuen, teams en organisaties te helpen om
vooruitgang te boeken in de richting van hun eigen keuze. Coert heeft
veel artikelen geschreven en enkele boeken, waaronder het boek DOEN wat
werkt, dat de GIDSprijs 2006 won. Ook interviewde hij baanbrekende
denkers zoals Insoo Kim Berg, Jeffrey Pfeffer en David Maister. Meer
informatie vindt u hier:
Trainings- en adviesbureau Oplossinggericht Veranderen,
website NOAM,
website Solution-focused Change,
website Oplossingsgerichtmanagement,
http://solutionfocusedchange.blogspot.com
Dit artikel verscheen op managersonline.nl
|
|