Wat is oplossingsgericht adviseren?

Verslag van een onderzoek naar adviesstijlen

 

 

1. Inleiding

Oplossingsgericht adviseren is een relatief nieuwe manier van adviseren die voordelen heeft. Bij oplossingsgericht adviseren ligt de nadruk op het definiëren van de gewenste situatie en op het analyseren van wat al goed gaat. De methode wordt soms heel kort beschreven als ‘doen wat werkt’. Op grond van onze ervaring hebben wij getracht om specifiek te beschrijven van oplossingsgericht adviseren inhoudt en hoe het afwijkt van traditionele adviesbenaderingen. Wij kwamen tot de volgende vier aspecten van oplossingsgerichtheid:

 

  1. Succesgerichtheid

Zowel in het formuleren van doelen als in het analyseren van situaties ligt sterk de nadruk op het positieve, ofwel op succes.

  1. Interne herkomst van oplossingen

Bij oplossingsgericht adviseren is de herkomst van oplossingen intern. Hiermee bedoelen wij dat de oplossingsgerichte adviseur geen oplossingen en methodes uit theorieën, boeken of de eigen advieservaring aanreikt maar in plaats daarvan de klant helpt om eigen oplossingen en hulpmiddelen te identificeren en benutten.

  1. Kleine stappen aanpak

Oplossingsgericht adviseren impliceert geen planmatige benadering (vaak aangeduid als blauwdrukbenadering) maar in plaats daarvan een kleine stappen vooruit benadering.

  1. Cliënt staat centraal

Bij oplossingsgericht adviseren geldt als nadrukkelijk doel dat de klant leidend is zowel in het definiëren van problemen en doelen als in het bepalen van wat de juiste aanpak is. Dit brengt met zich mee dat in oplossingsgericht adviseren de perceptie, timing, woorden en voorkeuren van de klant centraal staan.

 

2. Verschil tussen oplossingsgericht adviseren en traditionele advisering

Onderstaand schema vat de verschillen zoals wij die waarnemen tussen de oplossingsgerichte en traditionele adviesbenadering samen.

 

Aspect

Oplossingsgericht adviseren

Traditionele adviesaanpakken

1. Adviesoriëntatie

Succesgerichtheid

Defectgerichtheid

2. Herkomst oplossingen

Intern

Extern

3. Stapgrootte

Kleine stappen

Planmatig

4. Sturingsbron

Cliëntgeleid

Adviseursgeleid

 

Wij hebben de ervaring dat de oplossingsgerichte benadering veel gevallen effectiever is dan de traditionele werkwijze op de volgende manieren: (1) het resultaat is beter door dat het doel concreter wordt omschreven; (2) het resultaat wordt sneller bereikt doordat er recht op het doel wordt afgegaan; (3) het resultaat beklijft beter doordat de gehanteerde aanpak en oplossingen vertrouwder zijn; (4) de kwaliteit van de relatie tussen adviseur en cliënten is over het algemeen beter doordat de adviseur zowel inhoudelijk als procesmatig beter aansluit bij de cliënt.

 

3. Beschrijving onderzoek

Dit onderzoek is het eerste in een serie die wij willen verrichten om de bovenbeschreven ideeën en ervaringen systematisch te toetsen. In dit eerste bescheiden onderzoek willen wij nagaan of de vier kenmerken waarin oplossingsgericht adviseren naar onze overtuiging verschilt van traditionele advisering inderdaad relevant zijn. Hiertoe willen wij toetsen of mensen de vier aspecten die wij onderscheiden betekenisvol vinden voor advieswerk. In een tweede onderzoek willen wij toetsen of experts in oplossingsgericht adviseren inderdaad hoger scoren op de vier aspecten dan willekeurige adviseurs. In een later onderzoek willen wij de relatie gaan onderzoeken tussen de gevolgde adviesbenaderingen en de kwaliteit van het resultaat. Dit onderzoek zal trachten te toetsen of oplossingsgericht adviseren inderdaad leidt tot betere, snellere en beter beklijvende resultaten en tot plezieriger relaties tussen klant en adviseurs.

 

4. Vraagstelling: zijn de vier aspecten betekenisvol?

Om meer grip te krijgen op wat oplossingsgericht adviseren concreet zou kunnen betekenen, hebben wij eerst een goede manier van beschrijven van oplossingsgericht adviseren nodig, ofwel een goede operationalisatie. Wij hebben een vragenlijst opgesteld bestaande uit 30 vragen die de vier dimensie trachten te beschrijven. Per dimensie hebben wij een aantal vragen geformuleerd die volgens ons de oplossingsgerichte aanpak typeren en een aantal die de traditionele aanpak typeren. We hebben de vragenlijst afgenomen bij 100 respondenten. Wij zijn aan deze respondenten gekomen door een eerste groep mensen aan te schrijven met het verzoek de vragenlijst in te vullen. Vervolgens hebben wij mensen die de vragenlijst hebben ingevuld gevraagd of zij nog andere respondenten wisten. De groep respondenten bestond uit zowel uit adviseurs als uit opdrachtgevers van adviseurs (deze groepen overlapten gedeeltelijk).

 

Onze belangrijkste vraag was: kunnen de vragen die we hebben opgesteld inderdaad worden beschouwd als goede metingen van de aspecten van oplossingsgerichte advisering. Om hierachter te komen hebben wij gekeken naar de onderlinge samenhang van de vragen.  Om te kunnen geloven dat een aantal vragen die bedoeld zijn om een bepaald aspect te meten (ofwel een schaal) daadwerkelijk het zelfde aspect meten moet hun onderlinge samenhang (of interne consistentie) groot genoeg zijn. Cronbach’s alfa is een maat voor deze interne consistentie. Een lage alfa (voor dit soort onderzoek zou dat betekenen een alfa lager dan ongeveer .60) wil zeggen dat de veronderstelde schaal niet intern consistent is. De respondenten hebben dan blijkbaar geen consistent beeld bij het aspect dat de vragen beogen te meten. De meting is dus niet betrouwbaar. Is de alfa hoger dan kan men de schaal wel als intern consistent beschouwen. De vragen kunnen dan beschouwd worden als betrouwbare indicatoren van het onderliggende aspect.

 

5. Resultaten

De resultaten waren als volgt:

 

Schaal 1

1. Adviesoriëntatie

alfa = 0,81

Schaal 2

2. Herkomst  oplossingen

alfa = 0,65

Schaal 3

3. Stapgrootte

alfa = 0,53

Schaal 4

4. Sturingsbron

alfa = 0,59

Alle schalen samen

Oplossingsgerichtheid

alfa = 0,83

 

Deze resultaten suggereren dat schalen 1, 2, en 4 een redelijke tot goede interne consistentie hebben. Bij schaal 3 is de interne consistentie vrij laag. Inhoudelijke analyse van de vragen die hoorden bij deze schaal deed ons beseffen dat deze schaal op twee gedachten hinkte. Er zat enerzijds een aspect in van kleine stappen versus grote stappen en anderzijds een aspect van planmatigheid versus incrementaliteit. In het vervolgonderzoek moeten we deze vragen dus aanscherpen.  

 

Onze hoofdvraag is hiermee grotendeels positief beantwoord: drie van de vier losse dimensies zijn voorlopig redelijk bruikbaar om verschillen in adviesstijlen te beschrijven, waarbij hoge scores staan voor een meer oplossingsgerichte benadering en lage scores voor een defectgerichte benadering. Het resterende aspect kan waarschijnlijk verbeterd worden door het op te splitsen in twee deelaspecten. Alle vragen samen geven een goede meting van algemene oplossingsgerichtheid. De onderlinge correlaties voor de vier schalen zijn als volgt: 

 

 

Uit dit correlatiepatroon is af te leiden dat de vier schalen onderling positief samenhangen, zoals ook uit de alfa voor alle vragen samen bleek, maar toch ook niet zo hoog correleren dat het zinloos is om ze apart te beschouwen.

 

6. Overige resultaten

Het voorgaande laat zien dat we met een redelijke tot goede betrouwbaarheid in staat zijn om iets te meten dat gelet op de inhoud van de vragen te maken lijkt te hebben met oplossingsgerichte advisering. We weten echter nog niet of dat wat we meten ook echt met (oplossingsgerichte) advisering te maken heeft. Om iets meer licht te werpen op dit validiteitsvraagstuk hebben wij de respondenten gevraagd een korte zelfbeschrijving te geven aan de hand van vijf vragen die gebaseerd zijn op de zogenaamde Big Five factoren van persoonlijkheid. Op basis hiervan kan met de nodige voorzichtigheid worden afgeleid dat oplossingsgerichtheid positief samenhangt met consciëntieusheid, openheid en (milde) onzekerheid. Naarmate respondenten op de vragen als meer oplossingsgericht naar voren komen beschrijven zij zichzelf dus als consciëntieuzer, intellectueel opener en (binnen grenzen) als onzekerder c.q. minder stellig. Het zal duidelijk zijn dat deze verbanden nog nader onderzocht dienen te worden en op dit moment slechts als tentatief beschouwd kunnen worden.

 

7. Conclusie/discussie

Op basis van dit onderzoek denken wij dat wij redelijk tot goed in staat zijn om 3 van de 4 aspecten van oplossingsgerichtheid in kaart te brengen. Bovendien lijken alle vragen samen een goede meting te zijn voor oplossingsgerichtheid in het algemeen. De bij de aspecten horende vragen hangen vanuit het perspectief van de respondenten gezien blijkbaar zinnig met elkaar samen. Deze vragen kunnen dus gebruikt worden in het vervolgonderzoek met de experts en eventueel in een later stadium bij het onderzoek naar de relatie tussen adviesoriëntatie en de effectiviteit van advisering. De vragen voor het aspect stapgrootte moeten bijgesteld worden. 

 

Uit de correlaties tussen oplossingsgerichtheid enerzijds en consciëntieusheid, openheid en onzekerheid/stelligheid anderzijds is vooruitlopend op het effectiviteitsonderzoek met veel slagen om de arm af te leiden dat oplossingsgerichtheid samen zou kunnen gaan met een positieve adviseursattitude c.q. succes als adviseur. Een goede adviseur zou immers zijn werk goed moeten willen doen, open moeten willen staan voor alternatieve visies en een bepaalde mate van onzekerheid moeten hebben c.q. niet al te stellig moeten zijn. 

 

In het algemeen is trouwens bekend dat er een positief verband is tussen werkprestaties en de Big Five factoren consciëntieusheid en (milde) onzekerheid. In de huidige buyers market voor advies is het belangrijk om meer grip te krijgen op mogelijk effectiviteitsbevorderende factoren. Wellicht kan oplossingsgerichtheid hier een rol bij spelen.

 

Denk met ons mee!

 Stuur uw reacties, suggesties of kritiek!

 

 

 

René Butter is een zelfstandig gevestigde consultant te Rotterdam. Tot zijn activiteiten behoren toegepaste onderzoekstrajecten (bijv. o.g.v. medewerkertevredenheid), testontwikkeling, advisering over onderzoeksmethodologie, assessment, coaching, loopbaanadvisering en training. Tevens is hij als wetenschappelijk docent verbonden aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

 

 

Coert Visser is een zelfstandig gevestigde consultant te Driebergen. Zijn doel is om organisaties en individuen via coaching, training en advisering te helpen progressie te boeken in de richting van hun eigen keuze. Hij geeft veel trainingen op het gebied van oplossingsgericht adviseren, coachen, acquireren en managen en is medeoprichter van NOAM.

 

 

Referenties: