|
Een management team van een onderdeel van een grote
woningcorporatie is recent gevormd. In het team
zitten enige managers met beperkte en sommige met
iets ruimere managementervaring. De organisatie
beschikt over een duidelijke visie en er zijn
heldere prestatiedoelen, zowel voor de organisatie
als voor de afdelingen. De sfeer in het management
team is positief en open. Het team bestaat nog niet
zo lang en de teamleden kennen elkaar nog niet zo
goed. Daardoor zijn zij natuurlijk nog niet zo goed
op elkaar ingespeeld en hebben zij nog geen
gemeenschappelijk referentiekader op kunnen bouwen.
De voorzitter van het management team neemt het
initiatief om enkele sessies te beleggen om te
investeren in de ontwikkeling van het team. Hij wil
dat er in deze sessies gereflecteerd wordt over
concrete situaties waar management-teamleden mee te
maken. Dit vindt plaats aan de hand van een
gestructureerde teamreflectie-oefening, genaamd ‘het
oplossingsgerichte relecterende team’ (Norman e.a,
2003)(1).
Gestructureerde oplossingsgerichte teamreflectie
Bij deze oefening brengt één van de teamleden een
case in en de overige teamleden zit in de helpende
rol. Eén van de teamleden (of een externe
begeleider) faciliteert en bewaakt het proces. De
oefening werkt het beste wanneer de groepsleden zich
strikt aan de onderstaande regels houden. Het werk
vaak goed om ongeveer een half uur per case uit te
trekken.
1. Voorbereiding
Alle teamleden nemen een paar minuten om te denken
over welke case zij eventueel zouden willen
bespreken. (In sommige teams schrijven de teamleden
hun cases in maximaal 100 worden op papier).
Vervolgens wordt gevraagd wie als eerste zijn of
haar case wil presenteren. Deze persoon (de
casebrenger) komt met een specifieke vraag voor hulp
of suggesties bij een praktijkprobleem.
2. Presenteren
De casebrenger beschrijft de situatie aan het team.
Het team luistert aandachtig en laat de casebrenger
zijn verhaal afmaken.
3. Verhelderen
Er wordt een rondje gemaakt (of enkele rondjes)
waarbij de teamleden stuk voor stuk feitelijke
vragen kunnen stellen om de situatie en vraag goed
te kunnen begrijpen. Het gaat in deze fase om WAT,
WAAR, WANNEER, WIE en HOE vragen. Het is niet de
bedoeling de casebrenger aan het denken te zetten of
vragen te stellen als: ‘Heb je dit al geprobeerd?’.
De facilitator moedigt de teamleden aan om goed na
te denken over hun vragen omdat het de bedoeling is
dat zij de situatie kunnen begrijpen vanuit het
perspectief van de casebrenger.
4. Bevestigen
De teamleden vertellen de casebrenger wat ieder van
hen het meest imponeert in de manier waarop de
casebrenger de situatie hanteert. De casebrenger
luistert naar ieder onderwerp zonder al te reageren
(een bedankje voor gegeven complimenten is uiteraard
wel toegestaan).
5. Reflecteren
Er wordt een rondje gemaakt waarbij de teamleden
stuk voor stuk één onderwerp van toepasselijke input
geven. Wanneer een persoon niets te zeggen heeft dan
zegt hij ‘ik pas’ en het rondje gaat door totdat
iedereen alles heeft gezegd wat hij wil zeggen of
totdat de tijd op is. Het voordeel van reflecteren
op deze manier is dat de verschillende bijdragen
creatief op elkaar voort kunnen borduren. De input
die aangeboden wordt in deze fase bevat alles dat
ieder teamlid relevant vindt – bijvoorbeeld
technische input, advies, reflecties, metaforen,
zelfs poëzie! Terwijl het team reflecteert, blijft
de casebrenger stil en luistert. Hij of zij kan
desgewenst aantekeningen maken. De casebrenger mag
alleen spreken om eventuele terugkerende
misverstanden over de aard van de situatie recht te
zetten.
6. Afsluiten
Wanneer alle reflecties zijn gemaakt, reageert de
casebrenger kort op wat gezegd is, bedankt iedereen
en geeft aan welke volgende stap hij/zij wil zetten
naar aanleiding van de reflecties.
Wat levert deze manier van reflecteren op?
Het management team heeft deze manier van werken
enkele keren achter elkaar toegepast. De inhoud van
de besproken cases varieert sterk. Enkele
voorbeelden: één case had betrekking op hoe om te
gaan met een moeilijk aanspreekbare medewerker met
een negatieve werkhouding; een andere case ging over
hoe het juiste evenwicht te vinden tussen
leidinggeven en zelf meewerken; weer een andere case
ging over hoe het verbeteren van de samenwerking
tussen projectleiders en medewerkers van andere
afdelingen.
De effecten van deze manier van reflecteren zijn
heel specifiek geëvalueerd. Uit deze evaluatie is
naar voren gekomen dat de methode als zeer nuttig is
ervaren door alle teamleden. Letterlijke opmerkingen
van de managers over de waarde van de oefening zijn:
-
“In de hectiek van alledag kom je er niet toe om
zulke dingen met elkaar te bespreken.”
-
“Ik kreeg zeer nuttige feedback en suggesties
naar aanleiding van mijn case die ik heel goed
heb kunnen toepassen.”
-
“Het is nuttig om van elkaar over en weer te
weten dat je met bepaalde dingen worstelt.”
-
“Fijn om te zien dat je niet de enige bent met
een probleem.”
-
“De gehanteerde systematiek geeft veel rust.”
-
“Door samen te praten over praktijksituaties
ontwikkelen we een meer gemeenschappelijke kijk
op leidinggeven. Dat is heel belangrijk voor de
eenheid die wij als management team willen
uitstralen.”
-
“Door die oefening ervaar je hoe goed we elkaar
kunnen helpen.”
-
“Je beseft door die oefening meer dat je een
team bent.”
-
“Net zo goed als dat het leerzaam is als je een
case presenteert, is het ook nuttig om over een
case van iemand anders na te denken.”
Conclusie
Het mes snijdt dus aan meerdere kanten bij deze
reflectieaanpak. Individuele casebrengers worden op
praktische wijze geholpen. Er ontstaat een sfeer van
openheid en hulpvaardigheid. Door de hoeveelheid aan
ideeën en perspectieven wordt ieder zich meer bewust
van hoeveel intelligentie en ervaring en in het team
aanwezig is. Door meerdere keren praktische
situaties met elkaar te bespreken ontstaat langzaam
maar zeker een gemeenschappelijk referentiekader.
Bovendien wordt men veel meer bij elkaar betrokken
wat bijdraagt aan het ontstaan van de teamvorming.
Een voordeel van deze methode is dat hij eenvoudig
uit te voeren is. Een externe begeleider kan worden
ingeschakeld maar dit is zeker geen voorwaarde voor
succes. Heel belangrijk is wel dat de spelregels
heel strikt worden toegepast. Wij nodigen u graag
uit om de oefening uit te proberen.
Op dit artikel rust copyright. Overname op uw eigen
site zonder schriftelijke toestemming van de auteur
is verboden. Verwijzen naar dit artikel via een link
op uw site is natuurlijk wel toegestaan en wordt op
prijs gesteld.
Coert Visser
(coert.visser@planet.nl)
is een coach, consultant en trainer die werkt met de
positieve veranderaanpak oplossingsgericht werken.
Deze aanpak richt zich er eenvoudigweg op om
individuen, teams en organisaties te helpen om
vooruitgang te boeken in de richting van hun eigen
keuze. Coert heeft veel artikelen geschreven en
enkele boeken, waaronder het boek DOEN wat werkt,
dat de GIDSprijs 2006 won. Ook interviewde hij
baanbrekende denkers zoals Insoo Kim Berg, Jeffrey
Pfeffer en David Maister. Meer informatie vindt u
hier:
Trainings- en adviesbureau
Oplossinggericht Veranderen,
website NOAM,
website Solution-focused
Change,
website
Oplossingsgerichtmanagement,
http://solutionfocusedchange.blogspot.com
Harry Norman is een consultant en trainer met een
bijzondere belangstelling voor oplossingsgericht
denken en werken. Hij heeft de oplossingsgerichte
versie van de reflecterende team oefening bedacht.
Net als Coert Visser is hij lid van een groeiend
internationaal netwerk van oplossingsgerichte
consultants.
Dit artikel verscheen op managersonline.nl
|