|

Samenvatting - Mensen aansturen en helpen is niet
altijd eenvoudig. Dat komt omdat een medewerker niet
altijd dezelfde doelen heeft als de leidinggevende.
U wilt misschien dat een medewerker zijn gedrag
verandert, maar de medewerker heeft daar helemaal
geen zin in. Herkenbaar? Wij introduceren een model
waarmee dat u probleem te lijf kunt: het
doelencontinuüm.
Mensen aansturen en
helpen is niet altijd eenvoudig. Kijkt u eens naar het onderstaande
voorbeeld:
Een
leidinggevende sprak ons onlangs aan:“Eén van de mensen in mijn
team, Bert, functioneert niet goed. Hij levert zijn werk keer op
keer te laat in waardoor we als team steeds vertragingen hebben in
onze levering aan klanten. Dit kan zo echt niet langer! Maar hoe
ik hem ook probeer te helpen, ik krijg maar geen vat op hem! Hij
wordt kriegelig, stelt zich vermijdend op en wuift mijn suggesties
weg. Wat moet ik daar nou mee?”
De juiste
vaardigheid in de juiste situatie
Om op een
constructieve manier je doelen te bereiken is het belangrijk dat je als
leidinggevende de juiste vaardigheden op het juiste moment inzet. In
bovenstaande voorbeeld is dat niet het geval. In het voorbeeld probeert
de leidinggevende een situatie die om sturen vraagt helpend op te
lossen. Dat werkt niet. Het lijkt alsof leidinggevende en medewerker
langs elkaar heen praten en er verandert niets.
Het
doelencontinuüm
Het doelencontinuüm
is een model dat weergeeft in welke situaties je welke vaardigheid kunt
toepassen. Uiterst links op het continuüm staan de doelen van de
medewerker centraal. In dit soort situaties is helpen (coachen) de meest
aangewezen aanpak. Uiterst rechts staan de doelen van de leidinggevende
centraal. In dit soort situaties is sturen de best passende aanpak.
Tussen de twee extremen op dit continuüm bevinden zich situaties die om
onderhandelen vragen. Onderstaande figuur geeft het continuüm weer.

1. Uiterst
links op het continuüm: Helpen
Uiterst links op het
continuüm staan de doelen van de medewerker centraal. Dit is het geval
wanneer de leidinggevende zelf geen behoefte heeft om iets te veranderen
aan het gedrag van de medewerker. In deze situaties is het alleen de
medewerker die iets wil veranderen. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn wanneer
een medewerker zijn werkzaamheden met prima resultaat uitvoert en hulp
vraagt bij het vinden van nieuwe uitdagingen in zijn werk. Ook kan het
wel eens voorkomen dat een medewerker goede resultaten bereikt maar hulp
vraagt van zijn leidinggevende bij het oplossen van een privéprobleem.
In helpsituaties kan de leidinggevende gebruik maken van de
oplossingsgerichte aanpak die al in veel artikelen op deze site zijn
beschrijven (zie bijvoorbeeld
hier,
hier,
hier en
hier).
2. Uiterst
rechts op het continuüm: sturen
Uiterst rechts op het
continuüm staan de doelen van de leidinggevende (en de organisatie)
centraal. Het betreft hier situaties waarin de leidinggevende het gedrag
van de medewerker wil veranderen. Het kan dan grofweg om twee soorten
verandering gaan:
-
Grenzen stellen / corrigeren:
in situaties waarin de medewerker gedrag vertoont dat onacceptabel
is omdat het schadelijk voor anderen en voor de organisatie is, dan
is het nodig dat de leidinggevende grenzen stelt en de medewerker
duidelijk maakt dat dit gedrag moet ophouden of veranderen.
-
Prestatieverwachtingen kenbaar maken:
wanneer het onacceptabel is dat een medewerker bepaalde vereiste
gedragingen niet vertoont dan is het nodig dat de leidinggevende
ervoor zorgt dat de medewerker dit alsnog gaat doen.
Wanneer je als
leidinggevende heel nadrukkelijk wilt gaan sturen is het zeer verstandig
om het gesprek met de medewerker goed voor te bereiden. Bij die
voorbereiding formuleer je –bij voorkeur schriftelijk- een
antwoord op de volgende vragen:
-
Wat wil ik dat de medewerker anders gaat doen? Wat moet
hij beginnen te doen of wat moet hij laten?
-
Waartoe verwacht ik dat van hem? Wat zijn de voordelen van
het gedrag dat ik van hem vraag? voor wie zijn dit voordelen?
Daarnaast is het
verstandig de volgende vraag schriftelijk in te vullen. Heb ik een
mandaat om zo te sturen? Wat is mijn mandaat om dit te vragen van de
medewerker? Ben ik bevoegd om dit te vragen van de medewerker? Wanneer u
deze vraag niet duidelijk bevestigend kunt beantwoorden is het misschien
verstandig om eerst uw mandaat te toetsen door de kwestie met uw eigen
leidinggevende te bespreken. Als u merkt dat u geen mandaat heeft dan
kunt u proberen uw mandaat te vergroten, bijvoorbeeld door de discussie
over het onderwerp aan te gaan met uw collega’s of leidinggevenden.
In het gesprek zelf
kunt u de sturing oplossingsgericht aanpakken door vasthoudend en
uitnodigend tegelijk te zijn. Dit kunt u doen door de sturing in
vraagvorm aan te pakken. Een vorm die vaak goed werkt is:
Hoe kun jij ervoor
zorgen dat je
……(wat je verwacht)
zodat
……(het voordeel dat dit oplevert)
In
dit artikel kunt u hier meer informatie over lezen. Ook kunt u
in dat artikel lezen hoe u kunt reageren op verschillende manieren van
reageren van medewerkers op uw stuur gedrag. Het interessante van deze
manier van sturen is dat een autoritaire en bazige houding vrijwel
altijd kan worden vermeden waardoor gesprekken veel minder snel
weerstand creëren.
3. In het
midden van het continuüm: onderhandelen
Tussen helemaal
helpen en helemaal sturen in zit onderhandelen. Bij onderhandelen heb je
als leidinggevende wel degelijk een doel. Je wilt het gedrag van de
medewerker beïnvloeden maar je realiseert je dat de situatie geen
zwart-wit situatie is. Je bent bereid om te geven en te nemen met
betrekking tot het moment waarop de verandering gerealiseerd is en de
mate waarin dat het geval moet zijn. Ook kun je een voor-wat-hoort-wat
model gebruiken: “Als jij er voor zorgt dat …, zorg ik ervoor dat …..”
Ook bij onderhandelen
is voorbereiding heel nuttig: welke onderdelen van je doel wil je zeker
bereiken, welke onderhandelingsruimte zie je, waar zijn jullie het
beiden over eens? Hoe kan dat waar jullie het over eens zijn je vooruit
helpen in het gesprek en aanknopingspunten bieden voor een kleine
volgende stap?
Ervaringen
Wij hebben veel
leidinggevenden getraind aan de hand van het doelencontinuüm. In de
groep leidinggevenden bij een groot academisch ziekenhuis waren
leidinggevenden tevreden over het model omdat het hen helpt om lastige
gesprekken veel beter voor te bereiden en effectiever uit te voeren. De
gesprekken lopen daardoor beter en de leidinggevenden voelen zich veel
zekerder in hun rol. Bij een grote organisatie in de geestelijke
gezondheidszorg hebben wij het gehele management getraind in de
oplossingsgerichte aanpak. Dit levert niet alleen voordelen voor
individuele leidinggevenden op maar helpt ook het management als groep
om veel duidelijker te sturen op een manier die voor medewerkers ook
prettig is.
We sluiten af met een
voorbeeld uiterst rechts op het continuüm:
Hans, een
leidinggevende in een fabriek moest een spannend gesprek aangaan met
Richard, een medewerker die zich herhaaldelijk intimiderend had
opgesteld tegenover zijn collega’s. Sommige collega’s hadden al eens
laten weten ronduit bang te zijn voor hem. Hans had al eens eerder
gezegd tegen Richard dat hij zich moest beheersen en dat het niet
geaccepteerd zou worden als hij zijn handen niet thuis zou houden.
Richard had toen wat afhoudend gereageerd en had gezegd: ”Ik kan me
nu eenmaal slecht beheersen. Dat komt omdat ik als kind zelf
mishandeld ben”. Dat gesprek leidde niet tot een duidelijke
afspraak. Nu was er opnieuw een bedreigende situatie geweest en Hans
wilde hierover met Richard praten. Hans had het gesprek goed
voorbereid. Hij had schriftelijk voorbereid wat hij van Richard
verwachtte en kwam in het gesprek tot de volgende zin: “Richard, jij
bent een heel gewaardeerde medewerker op de afdeling vanwege je
grote inzet en behulpzaamheid. We willen je dan ontzettend graag op
de afdeling houden. Daarvoor is het nodig dat jij er voor zorgt dat
je altijd je handen thuis weet te houden zodat je collega’s zich
altijd veilig kunnen voelen. Hoe kun jij daarvoor zorgen?” Richard
reageerde na een paar seconden als volgt: “Ik snap wel dat je dat
zegt maar het is voor mij gewoon heel moeilijk om me te beheersen
als ik me uitgedaagd voel”. Hans reageerde begripvol maar
vasthoudend: “Dat kan ik me zeker voorstellen gezien wat je me
laatst verteld hebt. En gegeven dat het voor jou best moeilijk is ….
Hoe kun je er toch voor zorgen dat je het lukt?”. Het gesprek ging
heel constructief verder en Hans bleef benadrukken wat hij van
Richard verwachtte. Richard vond een manier om zich te beheersen
waardoor hij op de afdeling kon blijven werken.
Coert Visser
(coert.visser@planet.nl)
is een coach, consultant en trainer die werkt met de positieve
veranderaanpak oplossingsgericht werken. Deze aanpak richt zich
er eenvoudigweg op om individuen, teams en organisaties te
helpen om vooruitgang te boeken in de richting van hun eigen
keuze. Coert heeft veel artikelen geschreven en enkele boeken,
waaronder het boek DOEN wat werkt, dat de GIDSprijs 2006 won.
Ook interviewde hij baanbrekende denkers zoals Insoo Kim Berg,
Jeffrey Pfeffer en David Maister. Meer informatie vindt u hier:
Trainings- en adviesbureau Oplossinggericht Veranderen,
website NOAM,
website Solution-focused Change,
website Oplossingsgerichtmanagement,
http://solutionfocusedchange.blogspot.com
Gwenda
Schlundt Bodien is oprichtster van
Positron,
Personeelsmanagement & Coaching. Zij richt zich op individuele
coaching, teamcoaching, organisatieadvisering en trainingen.
Gwenda is heeft veel publicaties over human resources management
geschreven en over oplossingsgericht werken.
|