Samenvatting - Over de effectiviteit van organisatieadvisering en
coaching is weinig onderzoek gedaan. Dit onderzoek heeft als doel een
bijdrage te leveren aan de kennisontwikkeling hierover. Een vragenlijst
werd afgenomen bij 158 cliënten van coaches en organisatieadviseurs. Via
de vragenlijst werd gezocht naar verbanden tussen enerzijds de manier
van contracteren tussen adviseur en cliënt en de gevolgde aanpak in het
adviestraject en anderzijds de effectiviteit van het traject. Een van de
meest opvallende conclusies is dat een cliëntgeleide manier van werken,
waarbij de cliënt nadrukkelijk de regie heeft en de adviseur hier
flexibel op reageert, sterk samenhangt met succes. Het artikel sluit af
met enkele concrete aanbevelingen voor adviseurs en suggesties voor
vervolgonderzoek.
1.1
Behoefte aan kennis over wat werkt
In de huidige tijd vinden velen het
belangrijk om kritisch en bewust om te gaan met het inschakelen van
externe adviseurs en coaches.
Te gemakkelijk of onkritisch adviseurs inschakelen kan leiden tot te
hoge kosten en mogelijk tot een te grote afhankelijkheid. Bovendien kan
een onzorgvuldige keuze van een adviseur leiden tot teleurstelling over
diens aanpak en de resultaten daarvan. Opdrachtgevers van adviseurs
zoeken dus naar methoden en benaderingen die hun nut hebben bewezen
zodat hun geld en tijd goed besteed zal zijn. Er is, met andere woorden,
een roep om een evidence-based benadering van advisering. Er is
echter nog tamelijk weinig bekend over de effectiviteit van coaching en
advisering. Terwijl in de psychotherapie veel onderzoek gedaan is naar
de effectiviteit van verschillende behandelmethoden is er in de
organisatieadvisering en coaching nagenoeg geen effectiviteitsonderzoek
gedaan. Dit onderzoek heeft als doel een begin te maken met de opbouw
van kennis over wat coaching en advisering effectief maakt. Bij de opzet
van dit onderzoek hebben wij ons ondermeer laten inspireren door de
oplossingsgerichte begeleidingsaanpak uit de psychotherapie en door een
bespreking van effectiviteitsresearch in de psychotherapie door Hubble,
Duncan en Miller (2000).
1.2
De oplossingsgerichte aanpak
Een eerste inspiratie is de
oplossingsgerichte aanpak van verandering. Deze aanpak is ontwikkeld
door Steve de Shazer, Insoo Kim Berg en hun collega’s van het Brief
Therapy Institute in Milwaukee, Wisconsin in het begin van de jaren
tachtig (zie onder andere De Shazer, 1982, 1985, 1988; DeJong & Berg,
1988). Anders dan de meeste therapieën is de oplossingsgerichte aanpak
niet defectgericht (gericht op het vinden van de oorzaken van problemen)
maar succesgericht (gericht op het analyseren van situaties die al
relatief goed gingen). De oplossingsgerichte aanpak is er niet op
gericht om het negatieve te bestrijden maar om het positieve te
versterken. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de cliënt zelf in staat
is om doelen te stellen en beschikt over de hulpbronnen en competenties
om deze te bereiken. Systematisch onderzoek naar de effectiviteit van
oplossingsgericht werken is nog niet op grote schaal uitgevoerd (zie
onder andere Gingerich & Eisengart (2000) maar het al beschikbare
onderzoek levert voorzichtige empirische steun voor de volgende punten:
1) oplossingsgericht werken is minstens even effectief als andere
benaderingen zoals gedragstherapie en cognitieve therapie (DeJong &
Berg, 2001; Sundstrom, 1993; Cockburn et al, 1997; Knekt & Lindfors,
2004), 2) oplossingsgericht werken is even effectief bij verschillende
soorten problemen (Macdonald, 2005), 3) oplossingsgericht werken leidt
sneller tot resultaat dan andere methoden (DeJong & Berg, 2001;
Lindfors, 1997) en is om die reden goedkoper dan andere benaderingen
(Lindfors, 1997), 4) cliënten zijn tevredener over de behandeling dan
bij andere methoden, 5) behandelaars hebben een grotere
arbeidssatisfactie en rapporteren minder vaak burn-out (LaFountain &
Garner, 1996). Oplossingsgericht werken wordt sinds enkele jaren ook
intensief toegepast in coaching en advisering (Visser, 2005, Schlundt
Bodien & Visser, 2005; Jackson & McKergow, 2002; Cauffman, 2003; Meier,
2004, Berg & Szabo, 2005). De vraag is aan de orde of dezelfde voordelen
die in de therapietoepassing optreden ook aan de orde zijn in de
coachings- en adviseringstoepassingen.
1.3
De gemeenschappelijke succes factoren in therapie
Een tweede inspiratie komt ook voort uit
de psychotherapie. Mark Hubble, Barry Duncan en Scott Miller (2000),
verbonden aan The Institute for the Study of Therapeutic Change (ISTC),
hebben vier decennia onderzoek naar de effectiviteit van psychotherapie
samengevat door vier factoren te benoemen die in belangrijke mate de
effectiviteit van psychotherapie verklaren. Asay & Lambert (2000) hebben
empirisch onderzocht hoeveel elk van deze factoren samenhangen met het
succes van therapieën. De onderstaande figuur geeft de vier factoren aan
en hun procentuele bijdrage aan positieve effecten:

Gedachten, ideeën, gedrag en kenmerken van
cliënten zijn dus de belangrijkste voorspeller van therapiesucces.
Daarnaast is de door de cliënt gepercipieerde relatie met de adviseur
een belangrijke voorspeller. Een goede relatie hangt samen met
therapiesucces. Over het belang van het centraal stellen van de cliënt
zeggen Duncan en Miller (2000) het volgende:
We
argue that attending to clients’ centrality to change not only improves
the effectiveness of therapy, but also, by monitoring the client’s view
of progress and satisfaction, provides therapists with a method of
legitimizing themselves to third-party payers. (p. xvii)
Verder komt uit het onderzoek van Asay en
Lambert de wellicht meest verrassende conclusie: modellen en techniek
spelen een veel bescheidener rol dan doorgaans wordt verondersteld.
Interessant is ook dat verschillende studies hebben gedemonstreerd dat
cliënten zich vaak niet eens herinneren welke technieken therapeuten
hebben gebruikt (Knutsson, 1998). Ook het belang van expertoordelen over
de aard van het probleem en de benodigde aanpak spelen een veel minder
belangrijke rol dan doorgaans gedacht. Duncan en Miller (2000):
Research on the alliance makes clear that therapy is more effective when
client goals are accepted at face value without reformulation along
doctrinal lines and when those goals, in turn, set the focus of the
intervention process. (p. 58)
In een eerder artikel (Visser en Butter,
2004) ontwierpen wij geïnspireerd door de bovenstaande bevindingen een
checklist waarmee opdrachtgevers een adviseur of coach kunnen kiezen. In
dit onderzoek willen wij toetsen of de aanbevelingen van Duncan en
Miller inderdaad vertaald mogen worden naar de context van coaching en
advisering.
Oplossingsgericht werken en de
gemeenschappelijke factoren van Hubble e.a. lijken elkaar prima aan te
vullen. Oplossingsgericht werken stelt de perceptie van de cliënt
nadrukkelijk centraal en is sterk gericht op het boeken en evalueren van
vooruitgang in de richting van de door de cliënt gewenste situatie. Wij
hebben onderzocht hoe bruikbaar oplossingsgericht werken en de
gemeenschappelijke factoren van Hubble e.a. zijn voor de context van
organisatieadvies en coaching.
2.
Vragenlijst Effectiviteit Coaching en Advisering
Wij namen een vragenlijst af bij respondenten die recent opdrachtgever
waren van een coach of een adviseur. De vragenlijst meet de volgende
variabelen:
2.1 Achtergrondvariabelen
De achtergrondvariabelen hebben betrekking op informatie over het
traject en de respondent. Wat betreft het traject zelf is
informatie verzameld over 1) het type
adviestraject 2) de doorlooptijd en 3) hoe ver het traject gevorderd is.
Met betrekking tot de respondenten is informatie verzameld over 1)
geslacht, 2) leeftijd en 3) functie.
2.2
Onafhankelijke variabelen A: Contractering
De eerste sectie van de onafhankelijke
variabelen heeft betrekking op informatie over het contracteringsproces
tussen adviseur/coach en opdrachtgever. Deze variabelen zijn
geïnspireerd op de conclusies van Duncan en Miller (2000) en de
vertaling hiervan door Visser en Butter (2004). De respondenten werd
gevraagd aan de hand van zeven stellingen te beschrijven hoe de
contractering tussen hem en de adviseur/coach verliep. Bij iedere
stelling diende de respondent aan te geven hoe vaak het gestelde aan de
orde was op een vierpuntsschaal (1=zelden, 2=soms, 3=vaak, 4=vrijwel
altijd). De stellingen waren:
1) De
coach /adviseur heeft mij/ons goed de gelegenheid gegeven om te bepalen
wat er aan de orde moest komen in de gesprekken (Samenvatting:
cliëntregie)
2) De
coach/adviseur heeft duidelijk laten merken dat hij mijn/onze
zienswijzen en doelen accepteert en respecteert. (samenvatting:
cliëntperspectief).
3) Het
maken van afspraken en het afstemmen van wederzijdse verwachtingen
verliep soepel en bevredigend (samenvatting: soepele afstemming).
4) Het
was voor mij/ons goed mogelijk om een duidelijk beeld te vormen van wat
de adviseur mij/ons te bieden had en dit sloot goed aan bij onze
verwachtingen (samenvatting: helderheid adviseursbijdrage).
5) Het
lukte in de gesprekken goed om samen te benoemen wat de
begeleiding/advisering diende op te leveren (samenvatting: gewenste
resultaat duidelijk).
6) De
coach/adviseur liet in de gesprekken goed merken dat hij bereid was zijn
aanpak te wijzigen als ik/wij dat belangrijk vond(en) (samenvatting:
adviseursflexibiliteit)
7) De
coach/adviseur besteedde aandacht aan het evalueren van de effectiviteit
van zijn aanpak (samenvatting: evaluatie).
2.3
Onafhankelijke variabelen B: adviesaanpak
Informatie over de gevolgde
advies-/coachingsaanpak. Deze variabelen zijn geïnspireerd op het
oplossingsgerichte gedachtegoed (zie De Shazer, 1982; DeJong & Berg,
1988; Jackson & McKergow, 2002; Cauffman, 2003; Visser, 2005). De
respondent werd gevraagd de aanpak van de adviseur te typeren aan de
hand van de volgende zeven vierpuntsschalen:
1) De
coach/adviseur besteedde vooral aandacht aan wat al goed gaat (1) - De
coach/adviseur besteedde vooral aandacht aan wat nog niet goed gaat (4);
(samenvatting: 1= succesgericht, 4= defectgericht)
2) De
coach/adviseur legde veel nadruk op de te volgen aanpak (1) - De
coach/adviseur besteedde veel aandacht aan de te bereiken resultaten
(4); (samenvatting: 1= aanpakgericht, 4=resultaatgericht).
3) De
coach/adviseur legde veel uit (1) - De coach/adviseur stelde veel vragen
(4); (samenvatting: 1=uitleggevend, 4= vragend).
4) De
coach/adviseur liet mij/ons in belangrijke mate bepalen wat er aan de
orde kwam in besprekingen (1) - De coach/adviseur bepaalde in
belangrijke mate wat er aan de orde kwam in besprekingen (4);
(samenvatting: 1=volgend, 4=sturend).
5) De
coach/adviseur gebruikte abstracte begrippen en modellen (1) - De
coach/adviseur gebruikte eenvoudige taal (4); (samenvatting: 1= gebruik
complexe begrippen, 4= gebruik eenvoudige taal).
6) De
coach/adviseur pleitte voor een ingrijpende aanpak (1) - De
coach/adviseur nodigde uit tot het zetten van kleine stapjes vooruit
(4); (samenvatting: 1= grote stappen aanpak, 4= kleine stappen aanpak).
7) De
coach/adviseur verkende en accepteerde de zienswijze van de cliënt en
moedigde mij/ons aan (1) - De coach/adviseur bracht zijn eigen kijk op
de situatie in en hield mij/ons regelmatig een spiegel voor (4);
(samenvatting: 1=erkennend, 4= confronterend).
De oplossingsgerichte aanpak (Visser,
2005) wordt beschreven door de volgende polen van de gebruikte
dimensies: 1) succesgericht, 2) resultaatgericht, 3) vragend, 4)
volgend, 5) gebruik van eenvoudige taal, 6) kleine stappen aanpak, 7)
erkennend.
2.4 Afhankelijke variabelen: Effect van de begeleiding
Informatie over het resultaat van het begeleidingstraject.
Voor de meting van het succes van de
coachings-/adviestrajecten werden vijf variabelen gemeten die afgeleid
zijn van het evaluatiemodel van Jack Phillips (2000). Het gaat om:
1) Algehele
tevredenheid van de geadviseerden,
2) De
mate waarin de geadviseerden hebben geleerd,
3) De
mate waarin het advies daadwerkelijk toegepast wordt / heeft geleid tot
waarneembare verandering,
4) De
financiële voordelen die daadwerkelijk worden ondervonden door de
advisering,
5) De
terugverdientijd van de investering in het advies.
3. Resultaten
Aan het onderzoek deden 158 respondenten mee. De vragenlijst werd
afgenomen via Internet (via de website www.m-cc.nl). De respondenten
werden geworven via diezelfde website. In totaal deden er 83 vrouwen mee
en 75 mannen. De jongste respondent was 22 jaar, de oudste 64 jaar. De
gemiddelde leeftijd was 44 jaar. Onder de respondenten waren in totaal
66 managers en directeuren, 13 projectmanagers en 56 professionals
(adviseurs, coaches, trainers). Van de door de respondenten beschreven
begeleidingstrajecten hadden er 10 betrekking op het financieel
economisch functioneren van de organisatie, 6 op het
(informatie)technologisch functioneren, 33 op het sociaal psychologisch
functioneren en 106 op individuele persoonlijke effectiviteit.
31. Samenhang tussen contractering en effect
Tabel 1 geeft de correlaties weer tussen de contracteringsvariabelen en
de verschillende variabelen die het effect van de begeleiding maten, de
criteriumvariabelen. De Cronbach’s α over de effectvariabelen is
0,65. Deze waarde is eigenlijk te laag om de effectvariabelen te
combineren, wat een bevestiging is voor Phillips' pleidooi voor
mulltidimensionele succescriteria. Omdat het naast de individuele
criteria handig is om ook een globaal criterium te presenteren, hebben
wij over de criteriumvariabelen toch een composietscore berekend. Deze
kan gezien worden als het overall succes van het begeleidingstraject.
De interne samenhang van de contracteringsvariabelen is eveneens
berekend om te bepalen of de variabelen samen een construct meten. Dat
bleek het geval; Cronbach’s α bedroeg 0,86. Hierdoor konden wij een
composietscore berekenen over de contracteringsvariabelen. De variabelen
meten samen een stijl van contracteren tussen opdrachtgever en
adviseur/coach. Deze stijl zouden wij, afgaand op de inhoud van de
items, Cliëntgeleide contractering willen noemen.
|
Aspecten van de contractering |
Succes van de coaching / advisering |
|
Tevreden-heid |
Leereffect |
Nuttige
verandering |
Financiële voordelen |
Terug-verdientijd |
Overall succes |
|
1. Cliëntregie |
0,49** |
0,45** |
0,47** |
0,26** |
0,11 |
0,57** |
|
2. Cliëntperspectief |
0,44** |
0,45** |
0,44** |
0,29** |
0,12 |
0,51** |
|
3. Soepele afstemming |
0,44** |
0,43** |
0,43** |
0,24** |
0,05 |
0,53** |
|
4. Helderheid adviseursbijdrage |
0,48** |
0,53** |
0,52** |
0,22** |
0,17* |
0,61** |
|
5. Gewenst resultaat duidelijk |
0,55** |
0,52** |
0,51** |
0,13 |
-0,02 |
0,50** |
|
6. Adviseursflexibiliteit |
0,41** |
0,45** |
0,42** |
0,28** |
0,15 |
0,53** |
|
7. Evaluatie |
0,38** |
0,46** |
0,37** |
0,22** |
0,14 |
0,47** |
|
Cliëntgeleide contractering
(composiet) |
0,60** |
0,63** |
0,60** |
0,31** |
0,12 |
0,70** |
Tabel 1: Correlaties tussen contractering en effect van de begeleiding
* =
p < 0,05
**
= p < 0,01
Het meest in het oog springende resultaat is de sterke samenhang tussen
de cliëntgeleide contractering en op één na alle effectmaten
(terugverdientijd). Bij cliëntgeleide contractering stuurt de cliënt en
worden diens doelen en zienswijzen geaccepteerd. Verder is het bij
cliëntgeleide contractering duidelijk wat begeleiding op dient te
leveren en wat de adviseursbijdrage dient te zijn en komen adviseur en
cliënt soepel tot afspraken. Verder evalueert de adviseur het effect van
de aanpak en is hij bereid deze op verzoek van de klant aan te passen.
Cliëntgeleide contractering hangt samen met tevredenheid van de cliënt,
met de mate waarin de cliënt leert, waarmee nuttige verandering optreedt
en met de mate waarin de cliënt financieel voordeel van de begeleiding
ziet.
3.2 Samenhang tussen gevolgde aanpak en effect
Tabel 2 geeft de correlaties weer tussen de aanpakvariabelen en de
criteriumvariabelen. Van de zeven aspecten is geen composietscore
berekend. De zeven items beschrijven zeven verschillende aspecten van
oplossingsgericht werken en wij hadden niet de veronderstelling dat zij
tezamen één schaal vormen. Uit een analyse bleek dat dit inderdaad niet
het geval was (α = 0,63).
|
Aspecten van de contractering |
Succes van de coaching / advisering |
|
Tevreden-heid |
Leereffect |
Nuttige verandering |
Financiële voordelen |
Terug-verdientijd |
Overall succes |
|
1. Succesgericht |
0,12 |
0,12 |
0,25** |
0,03 |
-0,13 |
0,09 |
|
2. Resultaatgericht |
0,20* |
0,08 |
0,14 |
0,10 |
-0,02 |
0,13 |
|
3. Vragend |
0,32** |
0,34** |
0,35** |
0,09 |
0,12 |
0,35** |
|
4. Volgend |
0,23** |
0,25** |
0,31** |
0,25** |
0,13 |
0,40** |
|
5. Eenvoudige taal |
0,14 |
0,25** |
0,16 |
0,16* |
0,08 |
0,24** |
|
6. Kleine stappen |
0,16 |
0,15 |
0,09 |
0,22* |
-0,03 |
0,24** |
|
7. Erkennend |
0,06 |
0,08 |
0,12 |
0,02 |
0,04 |
|
Tabel 2: Correlaties tussen begeleidingsaanpak en effect van de
begeleiding
* =
p < .05
**
= p < .01
Het meest in het oog springende resultaat is de behoorlijke samenhang
van 4 van de zeven aspecten van de oplossingsgerichte aanpak met het
overall succes van de begeleiding. Een volgende aanpak, waarbij
de cliënt bepaalt wat er aan de orde moet komen, hangt sterk samen met
een positief resultaat van de begeleiding. Ook een vragende aanpak van
de adviseur coach (in plaats van een uitleggende) aanpak hangt positief
met succes samen. Dit geldt eveneens voor het gebruik van eenvoudige
taal en het uitnodigen tot het zetten van kleine stappen.
Meer op detailniveau valt op dat de tevredenheid van de cliënt vooral
samenhangt met een vragende en volgende stijl van de adviseur/coach en
met een resultaatgerichte aanpak. Het leereffect hangt vooral samen met
een vragende en volgende aanpak en met eenvoudige taal. Nuttige
verandering hangt vooral samen met succesgerichtheid en met een vragende
en volgende adviseursaanpak. Financiële voordelen hangen samen met een
volgende stijl en ook met eenvoudige taal en kleine stappen. Bij
terugverdientijd zijn geen significante correlaties gevonden.
3.3 Aanvullende analyses
Allereerst is gekeken in hoeverre de achtergrondvariabelen een rol
spelen. Dit is niet het geval. Er bleek geen verband te bestaan tussen
de succescriteria en het geslacht van de respondent. Ook bleek er geen
relatie te bestaan tussen de criteria en de doorlooptijd en het stadium
van het traject. Het aantal respondenten was te gering om aparte
analyses per type begeleidingstraject uit te voeren.
Vervolgens is gekeken naar de onderlinge samenhang tussen de twee sets
van onafhankelijke variabelen, de contracteringsaspecten en de
aanpakaspecten. In de ondertaande tabel staan de correlaties weer
gegeven.
|
Contractering |
Begeleidingsaanpak |
|
Succes-gericht |
Resultaat-gericht |
Vragend |
Volgend |
Eenvou-dige taal |
Kleine stappen |
Erken-nend |
|
1. Cliëntregie |
0,19* |
0,17* |
0,27** |
0,51** |
0,26** |
0,32** |
0,30** |
|
2. Cliëntperspectief |
0,20* |
0,08 |
0,31** |
0,38** |
0,20* |
0,44* |
0,32** |
|
3. Soepele afstemming |
0,15 |
0,05 |
0,32** |
0,23** |
0,25** |
0,29** |
0,14 |
|
4. Helderheid adviseursbijdrage |
0,07 |
0,12 |
0,32** |
0,22** |
0,19* |
0,13 |
0,15 |
|
5. Gewenst resultaat duidelijk |
0,23** |
0,12 |
0,37** |
0,22** |
0,27** |
0,19* |
0,19* |
|
6. Adviseursflexibiliteit |
0,18* |
0,17* |
0,31** |
0,32** |
0,17* |
0,26* |
0,23** |
|
7. Evaluatie |
0,14 |
0,14 |
0,31** |
0,19* |
0,29** |
0,19* |
0,13 |
Tabel 3: Correlaties tussen contracteringsaspecten en de
begeleidingsaanpak
* =
p < .05
**
= p < .01
Deze analyse laat zien dat er een behoorlijke samenhang is tussen veel
van de variabelen uit de contracteringsaspecten en uit de
begeleidingsaanpak. De vragende aanpak hangt significant samen met bijna
alle contracteringsaspecten. Dit geldt ook voor de volgende aanpak en de
eenvoudige taal. Alleen resultaatgerichtheid en succesgerichtheid hangen
minder sterk met de meeste contracteringsaspecten.
Multiple regressie met de aparte contracteringsvariabelen
Om meer licht te werpen op de onderlinge samenhang tussen de
verschillende soorten variabelen zijn multiple regressieanalyses
uitgevoerd, zowel met het criteriumcomposiet als afhankelijke variabele
als met ieder afzonderlijk criteriumaspect. Het doel hiervan is te
bepalen hoe en in welke mate de afhankelijke variabelen (de
effectiviteitsvariabelen) worden bepaald door de onafhankelijke
variabelen (de contracteringsaspecten en de adviesaanpak). Daarnaast
zijn de aanpakaspecten als onafhankelijke variabelen meegenomen in de
analyse. Tabel 4 vat de resultaten van de multiple regressies samen.
Deze tabel laat zien dat verschillende aspecten van succes samenhangen
met deels verschillende elementen uit de aanpak en de contractering. Uit
de tabel blijkt dat de tevredenheid van de cliënt, het leereffect, het
optreden van nuttige verandering en het overall succes van het traject
goed te voorspellen zijn aan de hand van de onafhankelijke variabelen.
Het financiële voordeel en de terugverdientijd zijn dat niet. De
tevredenheid van de cliënt hangt vooral samen met duidelijkheid over wat
de advisering diende op te leveren en de gelegenheid voor de cliënt om
te bepalen wat er in gesprekken aan de orde diende te komen. Het gevoel
van de cliënt iets te hebben geleerd van het traject hangt vooral samen
met duidelijkheid over wat de adviseur de cliënt te bieden had en met de
aandacht van de adviseur voor het evalueren van de effectiviteit van de
gevolde aanpak. Het optreden van nuttige verandering hangt vooral samen
met helderheid over de bijdrage van de adviseur, met ruimte voor de
cliënt om te bepalen wat er aan de orde moest komen in gesprekken,
duidelijkheid over wat de advisering diende op te leveren en de nadruk
die de adviseur legde op wat er al goed ging.
|
Te voorspellen variabele |
R2 |
Predictoren |
|
1. Tevredenheid |
.61 |
· Gewenst
resultaat duidelijk (β= 0,40**)
· Cliëntregie
(β= 0,31**) |
|
2. Leereffect |
.63 |
· Helderheid
adviseursbijdrage (β= 0,25**)
· Evaluatie
(β= 0,20**)
· Cliëntperspectief
(β= 0,18*)
· Gewenst
resultaat duidelijk (β= .18*) |
|
3. Nuttige verandering |
.37 |
· Helderheid
adviseursbijdrage (β= 0,26**)
· Cliëntregie
(β= 0,22**)
· Gewenst
resultaat duidelijk (β= 0,21*)
· Succesgerichtheid
(β= 0,15*) |
|
4. Financieel voordeel |
.01 |
· Adviseursflexibiliteit
(β= 0,23**)
· Volgend
(β= 0,18*) |
|
5. Terugverdientijd |
- |
- |
|
Overall succes (Criteriumcomposiet) |
.51 |
· Helderheid
adviseursbijdrage (β= 0,36**)
· Adviseursflexibiliteit
(β= 0,22**)
·
Soepele afstemming (β= 0,22**)
· Volgend
(β= .20**)
|
Tabel 4: Multiple regressie analyse met contracteringsvariabelen en
aanpakvariablen
* =
p < .05
**
= p < .01
Multiple regressie met de contracteringscomposietvariabele
In vervolg hierop hebben wij een tweede multiple regressie analyse
uitgevoerd waarbij in plaats van de losse contracteringsvariabelen
alleen de composietvariabele is meegenomen als predictor. Tabel 5 geeft
het resultaat hiervan weer.
Deze
analyse levert enkele interessante nieuwe resultaten op. Bij de multiple
regressie analyse met tevredenheid als afhankelijke variabele is het
β-gewicht van de variabele erkennend negatief wat suggereert dat gegeven
een cliëntgeleide contractering een eigen kijk van de adviseur c.q. een
door deze voorgehouden spiegel wel degelijk bijdraagt aan de
tevredenheid van de cliënt. Bij de multiple regressie analyse met
Nuttige Verandering als afhankelijke variabele is het β-gewicht van
de variabele Kleine stappen negatief wat suggereert dat gegeven
een cliëntgeleide contractering het volgen van een ingrijpender aanpak
wel bijdraagt aan het tot stand brengen van nuttige verandering.
|
Te voorspellen variabele |
R2 |
Predictoren |
|
1. Tevredenheid |
0,37 |
· Contracteringscomposiet
(β= 0,61**)
· Erkennend
(β= -0,14**) |
|
2. Leereffect |
|
· Contracteringscomposiet
(β= 0,62**) |
|
3. Nuttige verandering |
0,40 |
· Contracteringscomposiet
(β= 0,57**)
· Succesgerichtheid
(β= 0,147*)
· Kleine
stappen (β= -0,19**) |
|
4. Financieel voordeel |
0,26 |
· Contracteringscomposiet
(β= 0,26**)
· Cliëntgeleidheid
(β= 0,20*) |
|
5. Terugverdientijd |
- |
- |
|
Overall succes (Criteriumcomposiet) |
0,51 |
· Contracteringscomposiet
(β= 0,70**)
· Cliëntgeleidheid
(β= .18**)
|
Tabel 5: Multiple regressie analyse met Contracteringscomposiet en
aanpakvariabelen
* =
p < .05
**
= p < .01
5. Conclusies en discussie
Het model van cliëntgeleide contractering
dat wij gebaseerd hebben op Duncan en Miller (2000) blijkt sterk samen
te hangen met succesvolle advisering/coaching. De checklist voor
opdrachtgevers om adviseurs te selecteren (Visser en Butter, 2004) heeft
nu empirische steun.
Checklist voor het selecteren van een adviseur of coach
Cliënten die een adviseur of coach moeten
selecteren op basis van een gesprek of een presentatie kunnen zichzelf
de volgende vragen stellen:
-
Heeft de adviseur/coach u goed de gelegenheid gegeven
om te bepalen wat er aan de orde moest komen in het gesprek?
-
Heeft de adviseur/coach duidelijk laten merken dat hij
uw zienswijzen en doelen accepteert en respecteert?
-
Verliep het maken van afspraken en het afstemmen van
wederzijdse verwachtingen soepel en bevredigend?
-
Hebt u zich een duidelijk beeld kunnen vormen van wat
de adviseur/coach u te bieden heeft en sluit dit goed aan bij uw
verwachtingen?
-
Is het gelukt om samen te benoemen wat de advisering
concreet zal opleveren?
-
Heeft de adviseur/coach laten merken dat hij bereid is
zijn aanpak op uw situatie en doelen af te stemmen?
-
Heeft de adviseur/coach laten merken dat hij bereid is
zijn aanpak te wijzigen als u dat belangrijk vindt?
-
Heeft de adviseur/coach laten merken dat hij open
staat voor en gerichte aandacht besteedt aan het evalueren van de
effectiviteit van zijn aanpak?
Iedere ‘Ja’ die zij hebben ingevuld
"draagt bij" aan de kans op een succesvol adviestraject. Hierbij moeten
wel wat kanttekeningen worden gemaakt. Ons idee dat het adviseurgedrag
zoals gemeten door de checklist leidt tot adviessucces is gebaseerd op
onze kwalitatieve beleving vanuit onze eigen adviespraktijk. Wij menen
dat dit gedrag in causale zin bijdraagt aan adviessucces. Dit onderzoek
voegt aan deze overtuiging correlationeel bewijs toe. Daarmee is het een
noodzakelijke voorwaarde richting evidendence based aanbevelingen met
betrekking tot de wijze waarop adviseurs zich zouden moeten gedragen om
succes te hebben. Pas wanneer in vervolgonderzoek aan de overige eisen
voor causaliteit is voldoen, is er sprake van voldoende bewijs. Hiertoe
doen wij in hieronder een aantal algemene aanbevelingen.
Zijn
er overwegend ‘Ja’ antwoorden ingevuld maar zijn er een paar vraagtekens
en ‘Nee’ antwoorden dan kan de cliënt overwegen om deze te bespreken met
de adviseur. Wellicht is er een specifieke voor u acceptabele reden voor
de ‘Nee’ of het vraagteken of wellicht kan in een gesprek met de
adviseur er alsnog een ‘Ja’ van worden gemaakt. Bij veel ‘Nee’
antwoorden ligt het anders. Het is vermoedelijk niet raadzaam voor deze
cliënt om met deze adviseur in zee te gaan (Visser & Butter, 2004) .
De
adviesmethode
Verschillende elementen van het
oplossingsgerichte model (gebaseerd op het werk van De Shazer en Berg)
blijken ook positief samen te hangen met verschillende aspecten van
succes van adviestrajecten. Sterk voorspellend waren vooral: het volgen
van de cliënt, het stellen van vragen, het gebruiken van eenvoudige taal
en het mikken op het zetten van kleine stappen voorwaarts. Juist deze
aspecten van oplossingsgericht werken lijken ook weer sterk bij te
dragen aan het centraal stellen van de percepties, de wensen en de
verwachtingen van de cliënt.
Als zodanig sluiten deze bevindingen dus
aan bij de steun die wij vonden voor de veronderstellingen van Hubble
e.a. (2000). In plaats van de adviseur of coach de aanpak en de
gespreksagenda te laten bepalen lijkt het dus beter te werken om de
cliënt te laten bepalen wat er aan de orde moet zijn in de gesprekken.
En in plaats van te vertellen wat er moet gebeuren en hoe de cliënt een
situatie moet zien lijkt het dus effectiever om vragen te stellen aan de
cliënt om deze zo te helpen om zelf oplossingen en constructieve
zienswijzen te ontwikkelen. Verder doet de coach of adviseur er
verstandig aan om in plaats van abstracte taal en ingewikkelde modellen
te gebruiken zijn taalgebruik af te stemmen op de cliënt. Taal gebruiken
die de cliënt eenvoudig vindt hangt samen met succesvolle verandering.
Ten slotte lijkt het verstandig om in eerste instantie een kleine
stappen aanpak aan te bevelen als adviseur of coach. De resultaten
suggereren dat pas wanneer de cliënt heet ervaren dat in de samenwerking
met de adviseur de contracteringsaspecten aanwezig zijn, lijkt een
grotere stappen aanpak nuttig te worden.
Het
meten van succes van coaching en advisering
Het evalueren gedurende het traject van
het effect van de gevolgde werkwijze draagt bij het succes. Dit lijkt
niet verwonderlijk. Door te evalueren krijgen adviseur en cliënt meer
inzicht in wat goed heeft gewerkt en wat niet. Hierdoor kunnen
vervolgstappen bewuster worden gezet. Tevens wordt de cliënt zich meer
bewust van wat er al is bereikt wat zijn of haar hoop en vertrouwen
versterkt. Hoop en vertrouwen zijn op hun beurt weer een goede
voorspeller van succesvolle verandering.
Bij het evalueren van het effect van een
advies- of coachingstraject is het verstandig om naar meerdere aspecten
te kijken in plaats van een eendimensionaal succescriterium
(bijvoorbeeld een financiële) te hanteren. Dit onderzoek bevestigt de
veronderstelling van Philips dat een gedifferentieerde benadering van
succes van de adviestrajecten de moeite waard is. Verschillende aspecten
van contractering hangen significant samen met verschillende aspecten
van succes.
In dit onderzoek konden de variabelen
financieel voordeel en terugverdientijd minder goed worden voorspeld op
basis van de onafhankelijke variabelen. Dit zou te maken kunnen hebben
met het feit dat de beschreven trajecten recent hebben plaatsgevonden en
de respondent om die reden zich niet goed een oordeel kon vormen over de
terugverdientijd.
Een ander aspect van de vraag hoe
succesvol een advies- of coachingstraject is verlopen, heeft te maken
met de betrouwbaarheid en de validiteit van de beoordeling. Een
beperking van dit onderzoek is dat wij de trajecten maar door een
persoon hebben laten beoordelen. In toekomstig onderzoek zouden meer
beoordelaars per traject kunnen worden gebruikt evenals meerdere
beoordelingsmethoden (bijvoorbeeld analyse van produktiviteitsgegevens,
financiële resultaten, enzovoorts.
Enkele tips voor adviseurs en coaches
Naast cliënten kunnen ook adviseurs hun
voordeel doen met de hier gerapporteerde bevindingen door expliciet
rekening te houden met de volgende zaken:
-
Helderheid over uw bijdrage: stem duidelijk met de
cliënt af hoe uw bijdrage aan het traject dient te zijn. Zorg dat de
verwachtingen van u en uw cliënt hierover overeenstemmen.
-
Adviseursflexibiliteit: zorg dat uw cliënt goed merkt
dat u bereid bent om uw aanpak te wijzigen wanneer de cliënt hierom
vraagt.
-
Doe uw best om afspraken soepel tot stand te laten
komen.
-
Stel uw cliënt zo goed mogelijk in staat om te bepalen
wat er aan de orde dient te komen in de gesprekken die u met hem
heeft.
-
Bespreek duidelijk met de cliënt welke concrete
resultaten de advisering dient op te leveren.
-
Accepteer en erken de doelen en de zienswijzen die de
cliënt naar voren brengt.
-
Besteed aandacht aan het evalueren van de
effectiviteit van de gevolde aanpak.
-
Besteed nadrukkelijk aandacht aan wat er al goed gaat.
Een beperking van dit onderzoek hangt
samen met de relatief kleine steekproef. Het is hierdoor niet goed
mogelijk te differentiëren naar verschillende soorten advisering. Hoewel
het huidige onderzoek hier geen aanwijzingen voor geeft valt het niet
uit te sluiten dat bij verschillen soorten adviestrajecten verschillende
adviseurgedragingen leiden tot succes. Vervolgonderzoek zou hier meer
duidelijkheid over kunnen geven.
In dit verband dient, wellicht ten
overvloede, opgemerkt te worden dat ons onderzoek correlationeel van
aard is en dus geen uitsluitsel kan geven over de causaliteit van de
gevonden verbanden. Hiertoe is nader longitudinaal en/of experimenteel
onderzoek nodig.
Op
dit artikel rust copyright. Overname op uw eigen site zonder
schriftelijke toestemming van de auteur is verboden. Verwijzen naar
dit artikel via een link op uw site is natuurlijk wel toegestaan en
wordt op prijs gesteld.
Literatuur
Asay, T.P. & Lambert, M.J. (2000). The Empirical Case for
the Common Factors in Therapy: Quantative Findings. In: Hubble, M.A.,
Duncan, B.L. & Miller, S.D. (2000). The Heart and Soul of Change. What
Works in Therapy. American Psychological Association. Washington.
Berg, I.K.& Szabo, P. (2005). Brief Coaching for Lasting Solutions. W.
W. Norton & Company
Cauffman, L. (2003). Oplossingsgericht management, simpel
werkt het best. Lemma.
Cockburn, J. T., Thomas, F. N., & Cockburn, O. J. (1997).
Solution-focused therapy and psychosocial adjustment to orthopedic
rehabilitation in a work hardening program. Journal of Occupational
Rehabilitation, 7(2), 97-106.
De
Shazer, S. (1982). Patterns of Brief Family Therapy. New York: Guilford
Press.
De
Shazer, S. (1985). Keys to Solutions in Brief Therapy. W. W. Norton &
Company
De
Shazer, S. (1988).
Clues: Investigating solutions in Brief Therapy.
W. W. Norton & Company
DeJong, P. & Berg, I.K. (2001). De kracht van oplossingen. Handwijzer
voor oplossingsgerichte gesprektherapie. Swets & Zeitlinger. Lisse
Duncan, B. & Miller, S. (2000). The Heroic Client. Jossey-Bass.
Hubble, M.A., Duncan, B.L. & Miller, S.D. (2000). The Heart
and Soul of Change. What works in Therapy. American Psychological
Association. Washington.
Gingerich WJ, Eisengart S: Solution-focused brief therapy:
A review of the outcome research. Family Process 39:477-498, 2000
Jackson, P.& McKergow, M. (2002). The Solutions Focus, the
SIMPLE way to positive change. Nicolas Brealy Publishing.
Knekt , P., Lindfors, O. (2004). A randomized trial of the
effect of four forms of psychotherapy on depressive and anxiety
disorders: design, methods and results on the effectiveness of
short-term psychodynamic psychotherapy and solution-focused therapy
during a one year follow up. Studies in social security and health 77.
Helsinki, Finland: The Social Insurance Institution
(www.kela.fi/research).
Knutsson, C., Norrsell, E., Johansson, C., Öhman, U. & Ericson, B.
(1998). Evaluation
of solution focused working methods at LÖNNENS ÖPPENVÅRD in
Kristianstad's Municipality. http://www.ebta.nu/
LaFountain, R. M., & Garner, N. E. (1996). Solution-focused counseling
groups: The results are in. Journal for Specialists in Group Work,
21(2), 128-143.
Lindforss, L., & Magnusson, D. (1997). Solution-focused therapy in
prison. Contemporary Family Therapy, 19(1), 89-103.
Macdonald, A. (2005). Brief therapy in adult psychiatry: results from 15
years of practise. Journal of Family Therapy 27, 65-75.
Meier, D. (2005). Team Coaching with the SolutionCircle. A Practical
Guide to Solutions Focused Team Development. Solutions Books, Cheltenham
Schlundt Bodien, G. & Visser, C.F. (2005). Succesgericht HRM. Kluwer.
Sundstrom, S. M. (1993). Single-sesssion psychotherapy for depression:
Is it better to focus on problems or solutions? Unpublished doctoral
dissertation, Iowa State University, Ames, IA.
Visser, C.F. m.m.v. Schlundt Bodien, G. (2005). Doen wat werkt. Kluwer.
Visser, C.F. & Butter, R. (2005). Zo kiest u de juiste adviseur.
www.managersonline.nl
http://solutionfocusedchange.blogspot.com