|
Klik hier voor
meer cases
Lees 3 recente boeken over
oplossingsgericht werken:

Voorbeeldaanpak van
een oplossingsgericht project
Enige
tijd geleden werden wij door een stafdirecteur van een ondersteunende
dienst in een grote organisatie gevraagd om te helpen met grote
problemen in de stafdienst. Medewerkers gaven aan elkaar niet meer te
vertrouwen en hoewel de dienstverlening van de dienst nog gewoon
doorging, kwam de kwaliteit en efficiency er onder te lijden. De
stafdirecteur vroeg ons of wij een voorstel wilden doen voor de
begeleiding van de dienst, zodat de problemen opgelost zouden worden en
het wantrouwen verholpen zou worden. Wij deden een voorstel voor een
aanpak waarbij de eerste stap was om te komen tot een go/no-go
beslissing. Zowel de medewerkers van de dienst als wij hadden de
mogelijkheid om eerst in te schatten of onze begeleiding nuttig zou
kunnen zijn. We baseerden onze go/no-go keuze op uitkomsten uit een
kennismakingsbijeenkomst. De centrale vragen tijdens die bijeenkomst
waren:
-
Wat hoeft er NIET te veranderen? Wat
gaat er al goed genoeg?
-
Stel dat we een teambegeleiding
starten, wat zou er dan moeten gebeuren wil het nuttig voor je zijn?
-
Stel dat we een teambegeleiding
starten, waaraan zou je in je werk merken dat de sessies nuttig zijn
geweest? Wat gaat er dan beter?
-
Wat kun je zelf doen om eventuele
sessies nuttig te maken?
De antwoorden op de vragen verschaften ons
twee inzichten:
-
Wat de medewerkers wilden veranderen
-
Hoe die verandering kans van slagen
kon hebben
Wij maakten een rapportage met een
samenvatting van de antwoorden van de medewerkers op de gestelde vragen
en voegden een expertmatig model toe hoe de verandering kon gaan lukken
en al bezig was te lukken. In dit model kwamen alleen de woorden en
voorbeelden van de medewerkers zelf terug. Van twee kanten werd een go
gekozen. En we starten sessies met het team. De centrale vragen tijdens
die sessies waren:
-
Wat gaat er al beter? Welke
veranderingen zie je al gebeuren?
-
Rondom drie doelen stelden we
toekomstprojectie vragen: 1) Wat is er al bereikt met betrekking tot
dit doel? 2) Wat wil je nog verder verbeteren met betrekking tot dit
doel?, 3) Wat wil je zelf doen om dit doel te helpen bereiken?
Vervolgens kregen medewerkers de
gelegenheid om elkaar kleine interviewtjes af te nemen waarin ze konden
ingaan op hun onderlinge samenwerking. De vragen die ze aan elkaar
stelden waren:
-
Wat waardeer je in mij?
-
Wat vind je soms nog lastig in de
samenwerking met mij?
-
Stel dat de samenwerking tussen ons de
komende weken goed verloopt, waaraan merk je dat dan?
-
Hoe zou je dat helpen?
Ten slotte eindigden we de sessie met De
complimentenmuur. De centrale vraag daarbij is: welke sterktes zien wij
in elkaar en in het team? De eenvoudige aanpak die we gebruikt hebben
leverde snel resultaat op. Er ontstond in het team opnieuw vertrouwen
door te doen: zowel tijdens de sessies als vooral tussen de sessies in
het dagelijkse werk.
naar boven
↑
Beter me best doen
Het
schooljaar is bijna afgelopen. Mary, de leerkracht heeft haar cijfers voor het
eindrapport al bepaald en alle stof is behandeld. Het is nu de laatste les. Mary
bedenkt hoe zij die les wil besteden. Gaat ze wat extra stof behandelen? Laat ze
leerlingen naar een film kijken? Ze besluit tot iets anders. Ze legt de
leerlingen een kort vragenlijstje voor met vragen als:
* Wat vond je goed gaan dit
schooljaar?
* Waar ben je trots over?
* Waar ben je niet zo tevreden
over?
* Hoe wil je dat volgend jaar voor
je wordt?
* Wat ga je anders aanpakken?
* Hoe wil je dat jouw toekomst
wordt?
Mary nodigt de leerlingen uit deze vragen eens in
te vullen en zegt dat ze erg benieuwd is naar de antwoorden. Sommige leerlingen
beginnen direct te schrijven. Andere moeten even wennen aan deze onverwachte
taak en wachten even voor ze beginnen te schrijven. Dan vragen een paar kinderen
of ze de antwoorden op sommige vragen mogen tekenen in plaats van opschrijven.
Mary vindt dat prima. Eén van de leerlingen, Ali, schrijft maar één zin op het
papiertje en levert het direct weer in. Hij heeft geschreven: “Ik wil een
gangsta worden”. Mary kijkt even naar het
papiertje en twijfelt of ze er iets over moet zeggen. Ze besluit dat niet te
doen. Ze loopt langs de leerlingen die het vragenlijstje aan het invullen zijn.
Na ongeveer tien minuten vraagt Ali opeens: “Mevrouw, heb u een nieuw papiertje
voor mij? Ik heb net een flauw antwoord gegeven. Ik wil het nu serieus
invullen.” Als hij klaar is werpt Mary een snelle blik op zijn antwoorden. Het
eerste wat haar opvalt is dat Ali heeft ingevuld: “Beter me best doen.”
naar boven
↑

Mary is een docente op een vmbo school. Eén
van haar nieuwe klassen heeft de naam een moeilijke klas te zijn. In het
begin van het jaar is de situatie in de klas vrij rommelig. Mary besluit om
heel duidelijk te maken wat ze van de leerlingen verwacht: gedraag je
netjes, kom op tijd, neem je boek mee, doe je huiswerk, werk rustig en doe
je best om goede cijfers te halen. Na verloop van tijd gaat het steeds beter
Mary’s klas. Ze heeft duidelijk gemaakt wat ze verwacht van de leerlingen en
de leerlingen lijken zich hier goed in te kunnen vinden. Na een half jaar
gaat het echter langzaamaan weer iets minder goed. De leerlingen gedragen
zich onrustiger, komen vaker te laat, zijn soms brutaal enzovoorts. Mary
hoort van andere docenten dat dit in andere lessen ook speelt bij deze klas.
Ze probeert het probleem op te lossen door streng op te treden. Ze eist
stilte in de klas en corrigeert leerlingen als ze te ver gaan. Regelmatig
stuurt ze leerlingen uit de klas. Deze aanpak lijkt echter maar matig te
werken. De leerlingen verwijten haar dat ze veel te streng is en sommige
leerlingen gedragen zich ronduit brutaal en vervelend.
Op een dag, aan het begin van de les, vraagt
ze zich vertwijfeld af wat ze nou met deze klas aanmoet. Ze zit voor de klas
en zwijgt. De leerlingen gedragen zich druk en luidruchtig. Mary blijft
zwijgen en minutenlang kijken naar wat er gebeurt. Op een gegeven moment
beginnen sommige leerlingen aan Mary te vragen: “Mevrouw, waarom zegt u
niets?” Mary weet echter nog steeds niet hoe ze de kinderen wil aanspreken
en besluit te wachten en zwijgen tot ze weet wat ze moet doen. De drukte
gaat nog wat door tot op een gegeven moment een paar kinderen hun boek
pakken en beginnen te werken. Het wordt iets rustiger in de klas. Mary
zwijgt nog steeds. Na nog eens 5 minuten begint het echt rustig te worden in
de klas. Een enkeling praat nog maar de meeste leerlingen werken, sommige
fluisteren zachtjes. Nog 5 minuten later is het bijna muisstil in de klas.
Dan begint Mary te praten: “Ik was heel benieuwd of jullie goed wisten wat
er van jullie verwacht werd in de klas. Ik was daar niet zeker van. Maar nu
merk ik dat dat inderdaad zo is. Jullie werken allemaal goed en jullie zijn
rustig. Jullie doen precies wat er van jullie verwacht wordt. Dat vind ik
een heel goed teken.” Ze geeft enkele kinderen een paar specifieke
complimentjes over hun gedrag. De leerlingen kijken Mary aanvankelijk wat
verrast aan. Maar na korte tijd krijgt een aantal leerlingen een tevreden
lach op hun gezicht. Mary heeft vanaf dat moment alle aandacht van de hele
klas. Een leerling begint na een tijdje hardop te praten en wordt door zijn
medeleerlingen gevraagd stil te zijn. De rest van de les verloopt erg rustig
en plezierig. Mary is tevreden over hoe dit heeft gewerkt.
naar boven
↑
Mijn baas
denkt dat ik niet kan plannen
Coach:
Welkom, wat is de reden van je komst?
Ronald: Dank je. Tja… ik had
het gesprek eigenlijk bijna afgebeld.
Coach: O ja? Vertel eens?
Ronald: Toen ik je vorige week
belde om een afspraak te maken was ik eigenlijk behoorlijk
enthousiast over het feit dat ik een coach mag kiezen maar
inmiddels zie ik het niet meer zo positief.
Coach: Nee? Wat is er aan de
hand?
Ronald: Eerst was ik
enthousiast omdat ik het zag als een soort waardering van
het bedrijf voor mij. Ik zag het als een teken van
vertrouwen in mijn doorgroeimogelijkheden dat ze toch een
aardig bedrag in me willen investeren.
Coach: Kan ik me voorstellen
….
Ronald: Maar ik liep vrijdag
bij mijn manager langs om te vertellen dat ik vandaag mijn
eerste gesprek bij jou zou hebben en toen vertelde hij mij
dat ik de coaching maar moest gebruiken voor het verbeteren
van mijn vaardigheden in het plannen en organiseren. Ik
stond perplex. Ik dacht eerst dat hij een grapje maakte maar
hij was serieus.
Coach: Ja?
Ronald: Ja, hij meende het
echt terwijl plannen en organiseren juist een sterke kant
van mij is.
Coach: Jij kunt dat juist
goed?
Ronald: Precies! En daarom
kijk ik nu dus minder positief naar deze coaching. Eerst
dacht ik: dat is een mooie manier om mezelf te versterken en
zo de kans op promotie te vergroten want ik ben best een
ambitieus type. Maar nu weet ik dat mijn manager dus
helemaal niet zo positief over mijn kwaliteiten denkt. Ik
moet hier werken aan mijn zogenaamde zwakke punten! Dus
daarom had ik het bijna afgebeld.
Coach: O dus je was eerst
enthousiast over de coaching omdat je het als een teken van
waardering zag maar nu baal je omdat je erachter bent
gekomen dat je baas jouw vaardigheden in het plannen en
organiseren ziet als zwak terwijl ze eigenlijk sterk zijn?
Ronald: Ja, precies.
Coach: Ik ben benieuwd… wat
heeft je doen besluiten om hier vandaag toch te komen?
Ronald: Nou, ik zat er
gisteravond nog eens over na te denken en ik kwam tot de
conclusie dat het toch beter is als ik toch ging.
Coach: Ja? Hoe kwam je tot die
conclusie?
Ronald: Ik besefte dat ik het
niet van kwaad tot erger moet laten komen. Als ik hier weer
weg blijf, roept dat weer allemaal vragen op bij mijn
manager. Dat is gewoon geen oplossing. Bovendien, ik moet
niet kinderachtig zijn. Misschien heb ik gewoon echt wel
iets aan die coaching.
Coach: Klinkt goed. Hoe kunnen
we, nu je hier zit, de tijd wat jou betreft zo nuttig
mogelijk besteden?
Ronald: Eh….. misschien kunnen
we iets bedenken om mijn baas te laten inzien dat ik wel
degelijk goed kan plannen en organiseren? Dat zou ik wel
mooi vinden.
Coach: Ja, dat klinkt wel
goed…… Je vertelde dat je eigenlijk goed bent in plannen en
organiseren he?
Ronald: Klopt.
Coach: Wil je me eens
vertellen wat je daar goed in doet?
Ronald: Eh… ik kom mijn
afspraken meestal prima na…. Ik blijf bij mijn projecten
aardig goed binnen budget en binnen de planning…….. ik ben
zelden iets kwijt…… Ja, dat is het eigenlijk.
Coach: Aha, ik snap het.
Ronald: Kijk, ik denk dat ik
wel begrijp waarom mijn manager denkt dat ik het niet kan
hoor.
Coach: O ja? Leg eens uit.
Ronald: Hij werkt op het
hoofdkantoor en ik op een vestiging. Hij heeft eigenlijk
heel weinig zicht op hoe ik mijn projecten doe. Dat weet hij
helemaal niet goed. Ik werk heel autonoom….. Kijk, ik heb
vaak veel troep op mijn bureau liggen. Dus als hij langs
komt ziet hij dat. Ik denk dus dat hij het daarom baseert.
Maar ondanks die troep ben ik zelden iets kwijt.
Coach: O, dus jij denkt dat
dat de reden is?
Ronald: Ja, dat moet het zijn.
Coach: Aha… Ik kan mij
voorstellen dat je aan deze situatie iets wilt veranderen.
Hoe zou jij willen dat het wordt?
Ronald: ….. Eh… ik zou willen
dat mijn manager ziet dat ik goed kan plannen en
organiseren.
Coach: Wat zou daar goed aan
zijn, als hij dat zou zien?
Ronald: Nou, dat is eigenlijk
heel belangrijk voor mij.
Coach: Wat is het belang
daarvan voor jou?
Ronald: Nou, dat zal ik je
uitleggen. Als ik wil dat mijn manager mij volgend jaar
voordraagt voor promotie, want dat wil ik namelijk, dan moet
hij wel positief denken over mijn planningskwaliteiten. Op
dat managementniveau is dat namelijk echt een belangrijke
eis. We zijn namelijk een organisatie die heel veel
projectmatig werkt.
Coach: Ja, dat kan ik me dan
voorstellen. Stel, dat dat gaat lukken, om hem positiever te
laten denken over jouw planningsvaardigheden, wat zou daar
dan het voordeel van zijn voor jou?
Ronald: Het voordeel?
Coach: Ja?
Ronald: Dan vergroot dat mijn
kans op promotie.
Coach: Ja, ik me voorstellen
dat het dan belangrijk is.
Ronald: Ja.
Coach: Heb je als een situatie
meegemaakt waarin je manager heeft kunnen merken dat jij
eigenlijk goed kunt plannen en organiseren?
Ronald: Nou, weinig eigenlijk
omdat ik mijn projecten over het algemeen autonoom draai. We
zitten niet op dezelfde locatie. Hij heeft er dus heel
weinig zicht op.
Coach: Ja, hij heeft er weinig
zich op, hè? Dus meestal is het niet mogelijk dat hij het
ziet. En heb je als eens meegemaakt dat hij het wel een
beetje heeft kunnen merken?
Ronald: Nou, jawel.
Coach: O? Wanneer was dat?
Ronald: Dat was een maand of
vier, vijf geleden. Dat was een intern project dat ik
coördineerde.
Coach: En toen heeft hij
kunnen merken dat jij goed kunt plannen en organiseren?
Ronald: Ja, want toen speelde
hij namelijk een rol in het project wat normaal niet het
geval is. Normaal doe ik alleen externe projecten, voor
klanten.
Coach: Aha, en deze keer was
het anders?
Ronald: Ja, het was belangrijk
dat hij in dit project wekelijks heel goed op de hoogte was
omdat hij er wekelijks over vergaderde. Ik moest er dus voor
zorgen dat hij altijd de laatste stand van zaken kende.
Coach: Hoe heb je daarvoor
gezorgd?
Ronald: Ik heb daar gewoon
iets slims voor bedacht. Elke vrijdag hebben we
vrijdagmiddag borrel waar ik altijd even langsga en hij ook.
Ik had gewoon altijd een A4-tje bij me met de laatste stand
van zaken. Dat overhandigde ik hem op dat moment even.
Coach: O, dus zo was hij
altijd heel goed op de hoogte…..
Ronald: Precies. En daarom
heeft hij dus in dit project kunnen merken hoe
gestructureerd ik werk. Wel heel teleurstellend dat hij het
voor al mijn andere projecten zo negatief uitlegt…. Want ik
werk altijd zo gestructureerd.
Coach: Ik kan me voorstellen
dat je dat zo zegt….. Dus in dit project heeft hij kunnen
merken dat jij het goed kunt doordat je hem heel goed op de
hoogte hebt gehouden van week tot week?
Ronald: Ja.
Coach: Is het nuttig om hier
zo over te praten?
Ronald: Ja, ik vind het wel
interessant.
Coach: Hoe is dit bruikbaar
voor je?
Ronald: (glimlacht) ….
Misschien moet ik hem maar eens wat meer gaan voeden.
Coach: (glimlacht) …. Gaan
voeden?
Ronald: Ja. Zo’n A4-tje waar
ik het net over had maak ik namelijk voor al mijn projecten.
Voor mezelf. Toevallig was hij nou bij dit project betrokken
dus wist hij van dat A4tje. Maar van de andere projecten
weet hij het niet. Nou, daar moet ik hem maar eens bij gaan
helpen.
Coach: Klinkt goed. Hoe zie je
dat voor je?
Ronald: Nou, ik ga hem gewoon
op de hoogte houden van al mijn projecten. Ik ga hem gewoon
al mijn A4-tjes sturen.
Coach: Dat zou goed kunnen
werken…. Hoe kun je dat het beste aanpakken?
Ronald: Even denken. Ik …
stuur hem denk ik per email de overzichtjes per project. En
dan kan ik op de vrijdag middag borrel hem een A4tje geven
met daarop een korte samenvatting van al mijn projecten.
Coach: Goed idee.
Ronald: Ja.
Coach: Vond je het nuttig hier
zo over te praten?
Ronald: Ja. Ik weet nu
tenminste weer hoe ik op een positieve manier verder kan!
Coach: Nee? Wat is er aan de
hand?
Ronald: Eerst was ik
enthousiast omdat ik het zag als een soort waardering van
het bedrijf voor mij. Ik zag het als een teken van
vertrouwen in mijn doorgroeimogelijkheden dat ze toch een
aardig bedrag in me willen investeren.
Coach: Kan ik me voorstellen
….
Ronald: Maar ik liep vrijdag
bij mijn manager langs om te vertellen dat ik vandaag mijn
eerste gesprek bij jou zou hebben en toen vertelde hij mij
dat ik de coaching maar moest gebruiken voor het verbeteren
van mijn vaardigheden in het plannen en organiseren. Ik
stond perplex. Ik dacht eerst dat hij een grapje maakte maar
hij was serieus.
Coach: Ja?
Ronald: Ja, hij meende het
echt terwijl plannen en organiseren juist een sterke kant
van mij is.
Coach: Jij kunt dat juist
goed?
Ronald: Precies! En daarom
kijk ik nu dus minder positief naar deze coaching. Eerst
dacht ik: dat is een mooie manier om mezelf te versterken en
zo de kans op promotie te vergroten want ik ben best een
ambitieus type. Maar nu weet ik dat mijn manager dus
helemaal niet zo positief over mijn kwaliteiten denkt. Ik
moet hier werken aan mijn zogenaamde zwakke punten! Dus
daarom had ik het bijna afgebeld.
Coach: O dus je was eerst
enthousiast over de coaching omdat je het als een teken van
waardering zag maar nu baal je omdat je erachter bent
gekomen dat je baas jouw vaardigheden in het plannen en
organiseren ziet als zwak terwijl ze eigenlijk sterk zijn?
Ronald: Ja, precies.
Coach: Ik ben benieuwd… wat
heeft je doen besluiten om hier vandaag toch te komen?
Ronald: Nou, ik zat er
gisteravond nog eens over na te denken en ik kwam tot de
conclusie dat het toch beter is als ik toch ging.
Coach: Ja? Hoe kwam je tot die
conclusie?
Ronald: Ik besefte dat ik het
niet van kwaad tot erger moet laten komen. Als ik hier weer
weg blijf, roept dat weer allemaal vragen op bij mijn
manager. Dat is gewoon geen oplossing. Bovendien, ik moet
niet kinderachtig zijn. Misschien heb ik gewoon echt wel
iets aan die coaching.
Coach: Klinkt goed. Hoe kunnen
we, nu je hier zit, de tijd wat jou betreft zo nuttig
mogelijk besteden?
Ronald: Eh….. misschien kunnen
we iets bedenken om mijn baas te laten inzien dat ik wel
degelijk goed kan plannen en organiseren? Dat zou ik wel
mooi vinden.
Coach: Ja, dat klinkt wel
goed…… Je vertelde dat je eigenlijk goed bent in plannen en
organiseren he?
Ronald: Klopt.
Coach: Wil je me eens
vertellen wat je daar goed in doet?
Ronald: Eh… ik kom mijn
afspraken meestal prima na…. Ik blijf bij mijn projecten
aardig goed binnen budget en binnen de planning…….. ik ben
zelden iets kwijt…… Ja, dat is het eigenlijk.
Coach: Aha, ik snap het.
Ronald: Kijk, ik denk dat ik
wel begrijp waarom mijn manager denkt dat ik het niet kan
hoor.
Coach: O ja? Leg eens uit.
Ronald: Hij werkt op het
hoofdkantoor en ik op een vestiging. Hij heeft eigenlijk
heel weinig zicht op hoe ik mijn projecten doe. Dat weet hij
helemaal niet goed. Ik werk heel autonoom….. Kijk, ik heb
vaak veel troep op mijn bureau liggen. Dus als hij langs
komt ziet hij dat. Ik denk dus dat hij het daarom baseert.
Maar ondanks die troep ben ik zelden iets kwijt.
Coach: O, dus jij denkt dat
dat de reden is?
Ronald: Ja, dat moet het zijn.
Coach: Aha… Ik kan mij
voorstellen dat je aan deze situatie iets wilt veranderen.
Hoe zou jij willen dat het wordt?
Ronald: ….. Eh… ik zou willen
dat mijn manager ziet dat ik goed kan plannen en
organiseren.
Coach: Wat zou daar goed aan
zijn, als hij dat zou zien?
Ronald: Nou, dat is eigenlijk
heel belangrijk voor mij.
Coach: Wat is het belang
daarvan voor jou?
Ronald: Nou, dat zal ik je
uitleggen. Als ik wil dat mijn manager mij volgend jaar
voordraagt voor promotie, want dat wil ik namelijk, dan moet
hij wel positief denken over mijn planningskwaliteiten. Op
dat managementniveau is dat namelijk echt een belangrijke
eis. We zijn namelijk een organisatie die heel veel
projectmatig werkt.
Coach: Ja, dat kan ik me dan
voorstellen. Stel, dat dat gaat lukken, om hem positiever te
laten denken over jouw planningsvaardigheden, wat zou daar
dan het voordeel van zijn voor jou?
Ronald: Het voordeel?
Coach: Ja?
Ronald: Dan vergroot dat mijn
kans op promotie.
Coach: Ja, ik me voorstellen
dat het dan belangrijk is.
Ronald: Ja.
Coach: Heb je als een situatie
meegemaakt waarin je manager heeft kunnen merken dat jij
eigenlijk goed kunt plannen en organiseren?
Ronald: Nou, weinig eigenlijk
omdat ik mijn projecten over het algemeen autonoom draai. We
zitten niet op dezelfde locatie. Hij heeft er dus heel
weinig zicht op.
Coach: Ja, hij heeft er weinig
zich op, hè? Dus meestal is het niet mogelijk dat hij het
ziet. En heb je als eens meegemaakt dat hij het wel een
beetje heeft kunnen merken?
Ronald: Nou, jawel.
Coach: O? Wanneer was dat?
Ronald: Dat was een maand of
vier, vijf geleden. Dat was een intern project dat ik
coördineerde.
Coach: En toen heeft hij
kunnen merken dat jij goed kunt plannen en organiseren?
Ronald: Ja, want toen speelde
hij namelijk een rol in het project wat normaal niet het
geval is. Normaal doe ik alleen externe projecten, voor
klanten.
Coach: Aha, en deze keer was
het anders?
Ronald: Ja, het was belangrijk
dat hij in dit project wekelijks heel goed op de hoogte was
omdat hij er wekelijks over vergaderde. Ik moest er dus voor
zorgen dat hij altijd de laatste stand van zaken kende.
Coach: Hoe heb je daarvoor
gezorgd?
Ronald: Ik heb daar gewoon
iets slims voor bedacht. Elke vrijdag hebben we
vrijdagmiddag borrel waar ik altijd even langsga en hij ook.
Ik had gewoon altijd een A4-tje bij me met de laatste stand
van zaken. Dat overhandigde ik hem op dat moment even.
Coach: O, dus zo was hij
altijd heel goed op de hoogte…..
Ronald: Precies. En daarom
heeft hij dus in dit project kunnen merken hoe
gestructureerd ik werk. Wel heel teleurstellend dat hij het
voor al mijn andere projecten zo negatief uitlegt…. Want ik
werk altijd zo gestructureerd.
Coach: Ik kan me voorstellen
dat je dat zo zegt….. Dus in dit project heeft hij kunnen
merken dat jij het goed kunt doordat je hem heel goed op de
hoogte hebt gehouden van week tot week?
Ronald: Ja.
Coach: Is het nuttig om hier
zo over te praten?
Ronald: Ja, ik vind het wel
interessant.
Coach: Hoe is dit bruikbaar
voor je?
Ronald: (glimlacht) ….
Misschien moet ik hem maar eens wat meer gaan voeden.
Coach: (glimlacht) …. Gaan
voeden?
Ronald: Ja. Zo’n A4-tje waar
ik het net over had maak ik namelijk voor al mijn projecten.
Voor mezelf. Toevallig was hij nou bij dit project betrokken
dus wist hij van dat A4tje. Maar van de andere projecten
weet hij het niet. Nou, daar moet ik hem maar eens bij gaan
helpen.
Coach: Klinkt goed. Hoe zie je
dat voor je?
Ronald: Nou, ik ga hem gewoon
op de hoogte houden van al mijn projecten. Ik ga hem gewoon
al mijn A4-tjes sturen.
Coach: Dat zou goed kunnen
werken…. Hoe kun je dat het beste aanpakken?
Ronald: Even denken. Ik …
stuur hem denk ik per email de overzichtjes per project. En
dan kan ik op de vrijdag middag borrel hem een A4tje geven
met daarop een korte samenvatting van al mijn projecten.
Coach: Goed idee.
Ronald: Ja.
Coach: Vond je het nuttig hier
zo over te praten?
Ronald: Ja. Ik weet nu
tenminste weer hoe ik op een positieve manier verder kan!
|
naar boven
↑
|
HENK:
Heb je even een moment voor me? Het loopt niet zo lekker en misschien
heb jij wat tips voor me?
MANAGER: Ja hoor, ik
heb wel even een minuut of tien, is dat genoeg? |
|
HENK: Ik denk het wel.
|
|
MANAGER: Goed. Vertel
eens, wat is je vraag? |
|
HENK: Nou, een paar
maanden geleden heb jij me in het functioneringsgesprek gezegd dat ik
meer prominent in het team aanwezig moet zijn. In mijn nieuwe rol als
senior moet ik meer initatief nemen en meer invloed tonen in het team.
Toen je dat voor het eerst tegen me hebt gezegd, wist ik niet goed wat
ik er mee aanmoest en wat je bedoelde. Maar nu snap ik dat wel. Als ik
bijvoorbeeld kijk naar Jan, die ook senior is, dan zie ik dat hij
inderdaad heel duidelijk aanwezig is en initiatief toont en invloed
heeft in het team. Ik begrijp nu goed dat dat van een senior verwacht
wordt. |
|
MANAGER: ”Ok, dat is
mooi …… en wat is je vraag? |
|
HENK: Nou, het lukt me niet om dat gedrag
te laten zien. Sinds ik snap wat de bedoeling is probeer ik het te doen
maar het lukt me voor geen meter! Tijdens vergaderingen ben ik vrij
stil. Vanochtend bijvoorbeeld. Ik doe mijn best maar ik ben totaal niet
prominent aanwezig. Daar baal ik van. |
|
MANAGER: Aha, ik begrijp het. Goed idee
van je om even bij me langs te lopen met je vraag. Twee weten meer dan
één. Misschien lukt het ons samen om wat te bedenken. |
|
HENK: Ja, want als het
zo doorgaat dan is er bij het volgende functioneringsgesprek weinig
veranderd. |
|
MANAGER: Goed, hoe
kunnen we dit het beste bespreken? |
|
HENK: Misschien moet ik
eerst even uitleggen wat het probleem is? |
|
MANAGER: Prima.
Vertel…. |
|
HENK: Nou, Tijdens
vergaderingen merk ik dat het mij niet lukt om net zo actief mee te
praten als bijvoorbeeld Jan. Ik zie dat hij met allerlei prima ideeën
komt en ik merk dat mij dat niet lukt. Het probleem is dat ik vaak
helemaal nog geen mening heb over de onderwerpen die we bespreken.
Daarom lukt het mij niet om voorstellen te doen. En dan zit ik weer
gewoon te luisteren in plaats van mee te praten! |
|
MANAGER: Aha, zo gaat
dat dus? Prima dat je er zo bewust mee bezig bent zeg. Hoe heb jij er
last van dat het nog niet helemaal lukt zoals je wil? |
|
HENK: Als ik merk
tijdens de vergadering dat ik te weinig zeg, word ik toch een beetje
zenuwachtig. Ik maak me dan wel zorgen over hoe ik dit nu voor elkaar
moet krijgen. Ik wil mijn senior rol niet kwijt. |
|
MANAGER: Natuurlijk
niet. Dat begrijp ik ……. Hoe zou jij willen dat de situatie eruit komt
te zien? |
|
HENK: Hoe de situatie
eruit komt te zien? Eh… nou, dat ik me actiever opstel tijdens
vergaderingen ….. dat ik met meer ideeën en voorstellen naar voren kom
tijdens de vergaderingen. En dat ik daardoor meer invloed heb in het
team en dat ik mijn senior rol beter waarmaak. |
|
MANAGER: Aha, dat
klinkt inderdaad goed. Ik begrijp dat je dat wilt bereiken. Wat zou het
voordeel zijn als je dat voor elkaar krijgt? |
|
HENK: Eh… ik zou een
voorbeeldfunctie vervullen voor de junioren in het team en ik zou beter
bijdragen aan de ontwikkeling van het team. Jij zou tevredener zijn om
mijn invulling van mijn senior rol. Dat soort dingen…. |
|
MANAGER: Het is me
duidelijk. Waar sta jij nu al op een schaal van 0 tot 10 waarbij 0 staat
voor ‘het lukt totaal nog niet’ en 10 staat voor ‘het lukt me goed’? |
|
HENK: Nog niet erg hoog
want het lukt me helemaal niet goed. Mmm… even denken…. Een 3 of een 4
denk ik. |
|
MANAGER: Ah, een 3 of
een 4! Hoe heb jij het al voor elkaar gekregen om van een 0 naar een 3
of 4 te komen? |
|
HENK: Verschillende
dingen denk ik. Het belangrijkste is dat ik me er nu heel goed van
bewust ben. Een half jaar geleden realiseerde ik me nog helemaal niet
dat dit belangrijk was. Dus dat is al een heel verschil. Nu kan ik erop
letten. |
|
MANAGER: Inderdaad, dat
is het begin. En wat heeft nog meer al geholpen? |
|
HENK: Dat ik een goede
vakman ben. Men neemt me serieus omdat iedereen weet dat mijn projecten
succesvol zijn. Daardoor luistert men wel als ik iets te melden heb.
Alleen heb ik tijdens vergaderingen meestal niet zo veel te melden.
|
|
MANAGER: Mooi, dus dat
jij een goede vakman bent helpt ook…. Wanneer heb je al eens meegemaakt
dat het je al een beetje lukte om tijdens de vergadering meer promiment
aanwezig te zijn? |
|
HENK: Wanneer het gaat
over mijn eigen projecten dan weet ik altijd precies wat ik moet zeggen.
Ik weet alle ins en outs en kan perfect zeggen hoe het ervoor staat en
hoe ik het wil hebben. |
|
MANAGER: Dat herken ik.
Dat doe je prima. En wanneer heb je al eens meegemaakt dat je initiatief
nam bij een onderwerp dat niet over jouw eigen projecten ging? |
|
HENK: Dàt wordt
moeilijker…. Even denken …. Eh ja, ik weet een voorbeeldje. Weet je nog
dat jij een keer naar me toe kwam en dat je me zei dat we op de volgende
vergadering het zouden gaan hebben over het interne kwaliteitsproject?
Je zei me toen dat je mij daarover graag wilde horen tijdens de
vergadering omdat je het belangrijk vond om mijn mening te benutten.
|
|
MANAGER: Ja, dat
herinner ik me. Wat ging er toen goed? |
|
HENK: Eerst dacht ik: lieve help, wat moet
ik daar nou van zeggen? Ik heb daar helemaal geen mening over. Ik heb ’s
avonds toen even heel goed nagedacht over het onderwerp kwaliteit. Ik
heb zelfs nog even het kwaliteitshandboek erbij gepakt. Na een tijdje
lukte het me om een idee te krijgen over wat ik belangrijk vond bij het
onderwerp interne kwaliteit. Ik heb toen een A4-tje gemaakt waarop ik
een aantal punten heb gezet. Dat heb ik toegelicht tijdens de
vergadering en dat ging heel goed. Men luisterde en een aantal dingen
zijn ook overgenomen in de besluitvorming. |
|
MANAGER: Dat ging inderdaad prima. Dat
herinner ik me goed. Heb je nog een voorbeeld? |
|
HENK: ….Ja, het ligt
een beetje in het verlengde hiervan. Ik had een keer op de agenda zien
staan dat we het zouden gaan hebben over klantevaluaties. Dat is een
onderwerp waar ik vrij veel van weet omdat ik er een groot project bij
een klant over heb gedaan. Ik vond het belangrijk dat we dat zelf ook
goed aanpakken dus heb ik een voorstel geschreven. Dat ging toen ook
heel goed. Ik heb toegelicht en het is bijna helemaal letterlijk
overgenomen zoals ik het voorgesteld heb. Maar deze voorbeelden zijn
denk ik de enige voorbeelden waarbij het een beetje goed ging! |
|
MANAGER: Het zijn interessant voorbeelden,
denk ik. Als je deze voorbeelden zo even voor de geest haalt, op wat
voor ideeën brengen ze je dan om een stapje vooruit in de richting van
je doel te zetten? |
|
HENK: Dat is een goeie…
ik denk dat het gaat om twee dingen. Het belangrijkste is dat ik een
soort focus nodig heb. Ik moet mijn aandacht een beetje kunnen richten
op bepaalde onderwerpen. Ik ben niet het soort persoon dat, zoals Jan,
overal een mening over heeft en overal over mee kan praten. Dat zit
gewoon niet in mij! |
|
MANAGER: Dat is ook
niet nodig. Het is prima om een focus af te spreken met elkaar. We
kunnen dan een paar onderwerpen kiezen waar jij je vooral op richt. En
wat was het tweede punt? |
|
HENK: Voorbereiden. Ik
ben op mijn best als ik de dingen even rustig kan voorbereiden. Dan kan
ik rustig op een rijtje zetten wat ik ergens van vindt. Dat doe ik in
mijn projecten ook altijd en daar werkt het ook goed. Nu kom ik erachter
dat ik me bij beide voorbeelden in de teamvergadering ook even heb
kunnen voorbereiden. |
|
MANAGER: Dat lijkt mij
een goede analyse. Als jij je voorbereidt dan kun je je mening heel
duidelijk en gestructureerd naar voren brengen. En dan heb je ook echt
invloed. Als we die focus-onderwerpen met elkaar afspreken dan wordt het
ook makkelijker om je voor te bereiden. Je kunt je niet op alles
voorbereiden maar wel op een paar vaste onderwerpen, hè? |
|
HENK: Dat moet
inderdaad wel lukken. |
|
MANAGER: Zullen we binnenkort eens kijken
welke onderwerpen dat zouden kunnen zijn? Ik moet zo beginnen aan een
volgend gesprek en we moeten dus zo afronden. Zou jij je gedachten eens
willen laten gaan over welke onderwerpen het zouden kunnen zijn waar jij
je vooral op gaat richten in de vergaderingen? Dat steken we koppen
binnenkort weer even bij elkaar. |
|
HENK: Prima, doen we.
|
naar boven
↑
Case - Carmen
Carmen
was een cliënte die naar een coach gestuurd was omdat er verschillende problemen
waren in de manier waarop ze functioneerde. Een probleem was dat ze een conflict
met haar manager directe leidinggevende had en met de directeur. Een ander
probleem was dat zij heel wat maanden met een burn out thuis had gezeten. Haar
direct leidinggevende had Carmen naar de coach gestuurd met de mededeling dat
zij de organisatie zou moeten verlaten. Het doel van het gesprek met ons was om
haar te helpen een nieuwe baan en organisatie te vinden die beter bij haar
persoonlijkheid, capaciteiten en vaardigheden zou passen. Toen het gesprek begon
was Carmen heel coöperatief richting de coach maar zeer vijandig tegenover haar
bazen. Ze vertelde dat ze zichzelf niet was geweest het afgelopen jaar. Ze zei
dat ze veel had geklaagd en geruzied maar dat dit niet haar fout was. Ze was
helemaal niet zo. De directeur had haar niet goed behandeld. Hij had haar een
promotie beloofd die niet doorging. Ze zei dat ze er genoeg van had en dat ze
zou gaan vechten tegen de directeur en dat het haar doel was hem mee te sleuren
in haar val. Zo'n 10 minuten na het begin van het gesprek stelde de coach de
wondervraag.
|
COACH: Carmen, mag ik je een vraag stellen
die misschien een beetje vreemd is? |
|
CARMEN: Oké |
|
COACH: Stel..... na ons gesprek ga jij
naar huis ... |
|
CARMEN: Ja? |
|
COACH: En je maakt je dag af.... je doet
wat je normaal doet .... en dan ga je naar bed. |
|
CARMEN: Mmm... |
|
COACH: En terwijl je slaapt ... gebeurt er
een wonder en de problemen die jou hier hebben gebracht zijn verdwenen. |
|
CARMEN: Oké. |
|
COACH: Maar je slaapt, dus je weet niet
dat het wonder heeft plaatsgevonden. Wanneer je morgen wakker wordt, wat
zouden dan de eerste dingetjes zijn waaraan je zou merken dat het wonder
heeft plaatsgevonden? |
|
CARMEN: (pauze) Hmm.... Ik zou in een mooi
kantoor zitten en heel ander werk doen en een fantastische
leidinggevende hebben. |
|
COACH: Dat zou inderdaad een behoorlijk
wonder zijn zeg! |
|
CARMEN: Ik weet dat dat onmogelijk is
(Lacht) |
|
COACH: (lacht) Laten we een stapje
terugzetten. Stel je ligt nog in je bed. Wat is het eerste kleine
dingetje dat anders is? |
|
CARMEN: ...Dat ik direct op sta |
|
COACH: Aha, wat is er nog meer anders? |
|
CARMEN: Ik zou meer ontspannen zijn. Ik
zou mijn ontbijt rustig opeten. |
Terwijl de
cliënt de wondervraag begint te beantwoorden nodigt de coach haar uit om te
beschrijven wat er anders is die dag. Het is belangrijk om langzaam te gaan en
geduldig en nieuwsgierig te blijven. De coach vraagt steeds: "Wat is er nog meer
anders?" Wanneer de cliënt alles beschrijft dat anders is blijft de coach haar
steeds aanmoedigen om de details van de wonderdag te beschrijven in termen van
zichtbaar gedrag. Een manier om de cliënt te helpen heel gedetailleerd te zijn
is om de ‘vlieg op de muur' techniek toe te passen: "Als ik een vlieg op de muur
zou zijn en de situatie zou bekijken, wat zou ik dan zien?" Of de videovraag:
|
COACH: Oké. Wat zou er nog meer anders
zijn? |
|
CARMEN: Op weg naar mijn werk zou ik
zingen. |
|
COACH: Echt? |
|
CARMEN: Ja, dat deed ik altijd. Ik zette
de muziek keihard en brulde mee. Bruce Springsteen meestal.
|
|
COACH: Geweldig, wat zou je nog meer
merken dat er anders was? |
|
CARMEN: Nou, op mijn werk zou ik de mensen
eerst begroeten. |
|
COACH: Aha, hoe zou zij merken dat de
dingen anders waren op die wonderdag? |
|
CARMEN: Ik zou niet klagen. |
|
COACH: Dat zou je niet doen? Wat zou je in
plaats daarvan doen? |
|
CARMEN: Ik zou aan mijn werk gaan. De
dingen doen die ik moet doen. Ik zou af en toe wel met mensen praten
maar anders. |
|
COACH: Hoe? |
|
CARMEN: Over leuke dingen, bijvoorbeeld:
"Hoe was je weekend?" |
|
COACH: Als je leidinggevende je zo zou
zien op die dag, hoe zou hij het verschil dan merken? |
|
CARMEN: (pauze) Hij zou verbaasd zijn. Hij
zou niet weten wat er gebeurd was. |
|
COACH: Zou hij blij zijn? |
|
CARMEN: Natuurlijk! |
|
COACH: Waarover in het bijzonder? |
|
CARMEN: Over het feit dat ik niet klaagde.
|
Direct nadat
Carmen haar wonderdag had beschreven vroeg de coach of sommige aspecten van het
wonder als aan gebeuren waren - een goede manier om positieve uitzonderingen te
vinden. Door dit direct na de wondervraag te doen is de kans groot dat de cliënt
zich positieve uitzonderingen kan herinneren.
Direct nadat
Carmen haar wonderdag had beschreven vroeg de coach of sommige aspecten van het
wonder als aan gebeuren waren - een goede manier om positieve uitzonderingen te
vinden. Door dit direct na de wondervraag te doen is de kans groot dat de cliënt
zich positieve uitzonderingen kan herinneren. De cliënt uitnodigen om te
visualiseren hoe haar leven is nadat het probleem er niet meer is heeft vaak een
sterk effect. Het geeft hoop op een betere toekomst en start een positieve
kettingreactie. Een van de effecten van het stellen van de wondervraag is dat
mensen die hem beantwoorden zich meestal veel beter worden van hun eigen gedrag
en hoe ze hun situatie positief kunnen beïnvloeden. Mensen die de wondervraag
beginnen te beantwoorden, krijgen vaak een heel andere uitdrukking op hun
gezicht dan die die ze hadden toen ze hun probleem aan het beschrijven waren.
Wanneer ze hun wonderdag beschrijven, glimlachen ze vaak en worden ze energieker
en hoopvoller. Eigenlijk is het zo dat wanneer mensen beschrijven hoe ze dingen
willen hebben de verandering al begonnen is.
|
COACH: Carmen, je zei aan het begin van
het gesprek dat je de laatste tijd jezelf niet geweest bent. Toen ik je
de wonderdag zag beschrijven denk ik dat ik begreep wat je bedoelde. Je
zei dat je veel hebt geklaagd en geruzied dit jaar maar toen je het
wonder beschreef werd je heel vrolijk en opgewekt. Je straalde.
|
|
CARMEN: (met een brede glimlach) Ja. Dat
is hoe mijn karakter werkelijk is. (Pauze) En ik ben vastbesloten om dat
deel van me niet te laten sterven! |
|
COACH: Je bent vastbesloten om die
vrolijke kant van je in leven te houden? |
|
CARMEN: Ja. |
|
COACH: Wat is het eerste kleine dingetje
dat je zou kunnen doen? |
|
CARMEN: Morgen ga ik weer zingen in de
auto. Ik weet niet waarom ik daar ooit mee ben opgehouden maar dat is
het eerste dat ik ga doen. |
Carmen
begon het gesprek met een vechthouding en eindigde ook met een vechthouding.
Maar in het begin was het haar bedoeling te vechten tegen de directeur. Aan het
eind was het haar bedoeling te vechten voor het levend houden van haar opgewekte
natuur. Dit gesprek vond enkele jaren geleden plaats en Carmen werkt nog steeds
bij dezelfde organisatie. Ze heeft een nieuwe rol op een andere afdeling. Ze
heeft meer verantwoordelijkheden en functioneert erg goed.
Bron:
Doen wat werkt - Zie ook:
De wondervraag -
The Miracle Question
naar boven
↑
Waarderend
leiderschap (ingezonden door Erik Kleine)
Een medewerkster binnen
een organisatie had het gevoel, dat ze al enige jaren min of meer aan haar lot
werd overgelaten. Ze vond dat ze weinig of geen respons bij haar manager kreeg
en dat hij haar te weinig steunde. Ze vond haar werk zelf nog belangrijk genoeg,
maar liep steeds meer met het idee haar heil elders te zoeken. Ik heb haar
manager deze situatie voorgelegd. Deze reageerde heel verrast. Hij was van
mening dat hij haar beslist niet negeerde, maar juist de vrijheid gaf haar eigen
ding te doen. Hij was ervan overtuigd dat ze de capaciteiten bezat om op
zelfstandige wijze invulling te geven aan de haar toebedeelde taak. Verder
meende hij, dat hij voldoende respons had gegeven op de dingen, waar zij van
tijd tot tijd mee kwam. Ook had hij er niet bij stil gestaan, zijn waardering
voor haar inzet af en toe duidelijk te laten blijken. Ik heb hem toen gevraagd,
of hij voor haar kort zijn waardering voor haar werk en persoon, met benoeming
van de sterke punten, op papier wilde zetten. En daar, waar deze medewerkster
eerst dacht dat praten over de situatie toch niet veel zin meer had, hebben we
naar aanleiding van zijn schrijven drie openhartige en verhelderende gesprekken
gehad. Dit heeft geleid tot goede afspraken in communicatie en ondersteuning. De
medewerkster heeft weer plezier in haar werk en weet zich nu voldoende
gewaardeerd en gesteund. Zie ook
hier.
naar boven
↑
Loodgieterbedrijf komt haar
afspraken na
(ingezonden case)
Periode januari – september 2005
Als
leidinggevende van de afdeling Dagelijks Onderhoud bij de Woningstichting heb ik
te maken met diverse aannemers die in opdracht van ons reparaties uitvoeren. Een
van de aannemers, een loodgieterbedrijf, kwam veelvuldig zijn afspraken met de
bewoners niet na. Diverse gesprekken met hun uitvoerder en directeur,
betreffende het nakomen van afspraken, leverden niets op. Soms ging het een week
beter, daarna vervielen ze weer in hun oude gewoontes.
Periode september – heden
Na het voor de zoveelste keer
niet nakomen van de afspraken heb ik de directeur (Jan) van het bedrijf
uitgenodigd voor een gesprek. Voor het gesprek had ik voor mijzelf bepaald wat
het doel moest zijn. Waar ik in het verleden emotioneel reageerde had ik mezelf
nu voorgenomen om zakelijk te blijven en constant aan mijn doel te blijven
denken.
Jan was op tijd voor zijn
afspraak en ik gaf hem een rondleiding door onze net verbouwde entreehal. Hierna
kwam ik snel terzake. Ik begon als volgt; “Jan, ik wil graag met jullie blijven
samenwerken. Om de samenwerking te laten slagen is het belangrijk dat jullie de
afspraken met onze huurders nakomen. Hoe kun je ervoor zorgen dat jullie in de
toekomst jullie afspraken nakomen?” Hij zei dat hij heel graag met ons wilt
blijven samenwerken en dat hij zijn medewerkers op hun hart zou drukken wat onze
wensen zijn en hoe belangrijk het nakomen van afspraken voor ons is. Intern zou
hij er per direct bovenop gaan zitten en zou hij geen excuses meer tolereren van
zijn medewerkers. Hij verzekerde mij dat het niet weer zou gebeuren en maakte
met mij de afspraak dat wij tot het eind van dit jaar geen klachten meer zouden
krijgen van bewoners betreffende het niet nakomen van afspraken. Tevreden gaven
we elkaar een hand en gingen onze weg. Over dit gesprek had ik na afloop een
goed gevoel omdat ik zulke toezeggingen nog niet eerder van hem had gekregen.
Hij draaide er vaak maar wat omheen en maakte slim gebruik van mijn emoties.
Twee weken na ons overleg had
Jan een gesprek met mijn directeur waarin hij mij de complimenten maakte over
het gesprek. Hij had haar verteld dat mijn optreden kort, duidelijk en zakelijk
was en dat hij dit zeer prettig vond. Tot op heden, 21 oktober, hebben wij geen
klachten ontvangen van bewoners! Zie ook
hier.
naar boven
↑
De beer is los
Joke is
een interne projectleider bij een overheidsinstelling en werkt daar al 18 jaar.
Zij heeft een enorme kennis van de geschiedenis van de organisatie, van de
werkwijzen en procedures en collega’s stellen haar dan ook veel vragen. Zij
ervaart vele van die vragen als luie vragen en valt regelmatig uit. Messcherp
zegt zij dan waar het op staat, met als gevolg dat collega’s boos worden en het
project geen stap verder is gekomen. Zoals haar leidinggevende het benoemt: “de
beer is los op de afdeling”. Zowel Joke als haar leidinggevende willen dat er
iets gaat veranderen, want collega’s beginnen bang te worden voor Joke. In een
viertal coachingssessies gaat Joke op zoek naar manieren om constructief te
communiceren met collega’s, ook wanneer zij van binnen begint te koken. Joke
begint aandacht te besteden aan de signalen die haar zeggen dat zij van het
kookpunt begint af te raken (waar zij eerst vooral aandacht besteedde aan de
signalen die zij kreeg wanneer zij begon te koken). Zij ontdekt onder andere dat
het samenvatten van de doelstelling van een project en de stappen die daarin
gezet moeten worden haar helpt om van het kookpunt af te raken. Na twee maanden
oefenen in de praktijk weet Joke niet alleen zich constructief op te stellen
naar haar collega’s toe, maar weet zij ook haar “gromgedrag” om te buigen naar
constructief gedrag wanneer het kookpunt eens is bereikt. Haar leidinggevende
zegt: “de beer was los, maar nu is hij vertrokken!”
naar boven
↑
Helende complimenten
Complimenten
werken in een gevoelige werkrelatie helend. Een team van managers deed een
tijdje geleden een complimentenronde. Om beurten brachten de teamleden kort een
onderwerp in, op basis van een behaald succes, of een werkfrustratie (een
klacht) of werkprobleem. De teamleden benutten, zonder dit van tevoren met
elkaar af te spreken, de oefening om een verhaaltje te vertellen over de eigen
positie in het team en op het werk en over wat er in het verleden was gebeurd en
hoe ze dit had gevormd en beïnvloed. Er waren in het team positiewisselingen en
verschuivingen geweest, een teamlid dat eerst leiding had gegeven ontving nu
leiding van iemand anders waardoor er onderlinge gevoeligheden lagen die nooit
waren uitgesproken. De complimentenronde die volgde op de verhalen had grote
impact op alle teamleden. Door de persoonlijke verhalen was er meer begrip
gekomen voor het perspectief van elk teamlid. De sterktes die de teamleden
hadden ingezet om toch constructief aan het werk te blijven werden helder door
de verhalen. Doordat de teamleden er complimenten over maakten werden die
sterktes steeds explicieter benoemd. Na afloop van de complimentenrondes waren
de werkrelaties versterkt, de openheid was toegenomen (er was ontroering bij
alle teamleden) en het positieve samenwerkingsgedrag was versterkt en bevestigd.
Individuele complimenten hielpen zo om een plek te geven aan de frustraties in
het verleden en te vieren dat ondanks dit verleden de werkrelaties constructieve
elementen hadden gehad. Dit bood een prima basis voor samenwerking in de
toekomst.
naar boven
↑
De verandering nieuw leven
inblazen

Een afdeling was
bezig met een cultuurverandering waarbij het beter nakomen van afspraken een
belangrijk doel was. Het veranderproces was gestart en had aanvankelijk geleid
tot hoopgevende resultaten. Na ongeveer anderhalf jaar stelde men vast dat de
klad erin was gekomen. Verschillende oude problemen traden opnieuw op en er was
geen duidelijke sprake meer van vooruitgang. De afdelingsmanager belegde een
vergadering over dit onderwerp. Hij benadrukte dat het normaal was dat er een
terugval optrad en nodige de medewerkers uit om in kaart te brengen wat er
allemaal was bereikt sinds de verandering was begonnen. Bij alle punten die
genoemd werden vroeg hij bovendien wat de voordelen ervan waren en hoe het
gelukt was ze te bereiken. Dit leverde een indrukwekkende hoeveelheid positief
materiaal op en het was in de sessie te merken dat het enthousiasme voor de
veranderdoelen weer toenam. Bovendien ontstond er weer trots en hoop. De manager
nodigde de medewerkers vervolgens uit om te formuleren welke concrete resultaten
zij de komende periode wilden gaan realiseren wat leidde tot een mooie lijst van
afspraken. De energie voor verandering was even minder geweest maar na de sessie
was hij zonder meer hersteld. Zie ook
hier.
naar boven
↑
Van
competentiemanagement een succes maken
De HR-manager van een
middelgrote organisatie had de directie geadviseerd om competentiemanagement te
gaan invoeren, omdat hij van mening was dat dit een samenbindend effect kon
hebben op de hele organisatie en een goede kapstok voor het gehele HR-beleid en
HR-instrumentarium zou zijn. De directie wist niet zoveel van
competentiemanagement en was van mening dat als men competentiemanagement ging
invoeren, die door een groot deel van de organisatie gedragen moest worden. Op
een bijeenkomst waarin het managementteam en veel van de managers uit de
managementlaag daaronder bijeen waren, legde de HR-manager hen een aantal keuzes
met betrekking tot competentiemanagement voor. De bijeenkomst verliep tamelijk
chaotisch omdat de visie, wensen en verwachtingen van de deelnemers erg sterk
uiteen liepen. Na afloop van de bijeenkomst dacht de HR-manager er serieus over
zijn functie neer leggen en zag niemand door de bomen het bos meer. De
HR-manager zocht een sparring partner op en samen kwamen zij op de vraag "Waar
was iedereen die de bijeenkomst heeft bijgewoond het wel over eens?" Wij
verbaasden zich over het aantal punten van overeenstemming dat zij konden
bedenken. De HR-manager stelde een korte notitie op waarin alle punten van
overeenstemming genoemd stonden, evenals een paar punten waar nog geen
overeenstemming over bestond en bracht deze in het volgende managementteam
overleg in. Het management team was verrast door deze samenvatting en
accordeerde de start van een competentiemanagementproject waarin de punten van
overeenstemming het vertekpunt vormde. De punten van verschil kregen weinig
aandacht. Nu had de HR-manager een duidelijk besluit om met
competentiemanagement te gaan starten en ging hij gesprekken aan met ieder
individueel managementteamlid. In die gesprekken stonden telkens de volgende
vragen centraal:
-
Gegeven het feit dat we
competentiemanagement gaan ontwikkelen, waar moet wat jou betreft zeker
aandacht aan gegeven worden om er een succes van te maken?
-
Stel,
competentiemanagement werkt straks goed in jouw organisatieonderdeel, wat
gaat er dan beter in jouw dagelijkse praktijk?
Het
competentiemanagementproject kwam in een stroomversnelling toen heel
bewust een succesgerichte aanpak toegepast werd. Maar dat is niet alles.
Ook in de inhoudelijke aanpak van het competentiemanagementproject werd
het succesgerichte perspectief nadrukkelijk gebruikt. In
functioneringsgesprekken werd bijvoorbeeld heel nadrukkelijk aandacht
besteed aan het formuleren van gewenste successsen en aan het analyseren
van wat er al bereikt was en van wat er al goed ging.
naar boven
↑
Tegenvallende
resultaten in het team
Frank
is een team manager die de hulp inschakelt van een management coach om de financiële
prestaties van zijn team te verbeteren. Hieronder een weergave van die
gesprekken.
|
COACH: Frank,
je vertelde me dat de financiële prestaties van je team de laatste zes
maanden tegenvallen en dat het team nu ernstig achterblijft ten opzichte
van het budget. En de reden voor ons gesprek is dat jij mijn hulp en
advies wilt hebben over hoe je dit kunt verbeteren. Klopt dat?
|
|
FRANK: Klopt,
ik kan echt wat goed advies gebruiken.
|
|
COACH: Oké,
zou je ten eerste eens kunnen uitleggen hoe het precies een probleem is
dat je team achterloopt op het budget?
|
|
FRANK: Dat
is makkelijk. Als wij het budget niet halen dan is dat slecht voor
iedereen in het team. We moeten dan misschien zelf teamleden ontslaan, wat
ik vreselijk zou vinden. Voor mij persoonlijk zou het ook heel rot zijn.
Ik ben ambitieus om promotie te maken in het bedrijf maar als de zaken zo
doorgaan dan kan ik dat op mijn buik schrijven.
|
|
COACH: Hmm...
Ik snap waarom het erg belangrijk voor je is om deze situatie te
veranderen, Frank.
|
|
FRANK:
Ja ik moet absoluut een manier vinden.
|
|
COACH: Stel
dat deze coaching achter de rug is en dat het nuttig zal zijn geweest….
Waaraan zul je dat achteraf merken?
|
|
FRANK:
Ik zou merken dat het nuttig was geweest als ik een onmiskenbare
verbetering in de financiële resultaten zou zien op onze maandelijkse
overzicht.
|
|
COACH: Aha.
Hoe zou die onmiskenbare verbetering er concreet uitzien?
|
|
FRANK: Nou,
we zitten nu op een productiviteitsniveau van 49%. De gemiddelde
maandtarget is 63%. Mijn korte termijn doel is om terug te komen op target
binnen drie maanden. Zo zal het voor iedereen duidelijk zichtbaar zijn dat
we weer op de goede weg zijn.
|
|
COACH: Goed,
dus binnen drie maanden wil je op een productiviteitsniveau van 63%
zitten?
|
|
FRANK: Ja.
|
|
COACH: Hoe
zou dat helpen?
|
|
FRANK: Het
zou meer baanzekerheid voor mijn team betekenen. Het zou ervoor zorgen dat
de business unit manager niet in mijn nek hijgt. Het zou ook goed zijn
voor mijn reputatie. Het zou bewijzen dat ik in staat ben om een slecht
presterend team te veranderen in een goed functionerend team.
|
|
COACH: Dat
klinkt prima. Wat kun je doen als je dat bereikt hebt?
|
|
FRANK: Dan
zou ik weer kunnen gaan bouwen. Nu moet ik me richten op het repareren van
dingen. Dan kan ik weer bouwen, zowel aan het team als aan mijn carrière.
|
|
COACH:
Frank, het is heel belangrijk voor je om de financiële prestaties van je
team te verbeteren. Kun je me vertellen welke dingen daarin nu al goed
gaan?
|
|
FRANK: ...
Nou ... we hebben een goede kostenbewaking. Dat is niet het probleem. We
moeten onze sales verhogen. De kosten gaan goed.
|
|
COACH: Mooi,
je bewaakt de kosten goed? Wat gaat er nog meer goed?
|
|
FRANK: Drie
van de zeven professionals presteren vrijwel op target. De andere drie
zitten er duidelijk onder.
|
|
COACH: Oké,
dus drie zitten er al op hun target. Wat gaat er nog meer goed?
|
|
FRANK: Umm...
We hebben uitstekende lange-termijn relaties met klanten.
|
|
COACH: Aha,
het is belangrijk om die te hebben. Wat gaat er nog meer goed?
|
|
FRANK: Laat
me eens denken... onze toegevoegde waade voor klanten is goed. Onze
professionals hebben verstand van hun vak. Dus we hebben ze iets
waardevols te bieden.
|
|
COACH: Dat
is ook geen slecht punt (beiden lachen). Dus er zijn een paar echt
belangrijke dingen die al aanwezig zijn?
|
|
FRANK: Inderdaad,
dat is zo. Dus ik neem aan dat er enige hoop
is op succes... (glimlacht)
|
|
COACH: (glimlacht
ook) Zo klinkt het wel ja!
|
|
COACH: Het
doel is om de financiële prestaties van je team te verbeteren. Mag ik je
eens vragen: ben je er in het verleden als eens in geslaagd om één of
meer van teamleden te helpen om hun financiële prestaties te verbeteren?
|
|
FRANK: Dat
is een ontzettend goede vraag! Ja, dat ben ik zeker. Het gebeurt
voortdurend, het is een belangrijk onderdeel van je baan als team manager.
Dus, ja zeker.
|
|
COACH: Wat
is een mooi voorbeeld van hoe jij een teamlid wel eens hebt geholpen om
dat te doen?
|
|
FRANK: Umm...
Het beste voorbeeld zou het begin van afgelopen jaar kunnen zijn toen ik
een speciale teamvergadering heb belegd over onze financiële prestaties.
In die meeting heb ik hen volledig geïnformeerd over hoe we het deden en
ik heb ze grafisch laten zien hoe wij presteerden ten opzichte van het
budget, wat niet goed was trouwens. Wat ik gewoon deed was ze helemaal
betrekken bij het proces om de resultaten te verbeteren. En dat werkte
goed.
|
|
COACH: Interessant.
Hoe hielp dat?
|
|
FRANK: Om
eerlijk te zijn weet ik niet precies wat ik deed om het zo goed te laten
werken. We hebben ons budget vorig jaar gehaald. Na die meeting kon ik
directe verbetering zien van de resultaten. Ik kon ook een algemene
verandering zien in de houding van mensen. Mensen waren actiever en het
leek alsof er ook meer werd samengewerkt.
|
|
COACH: Wat
deed jij zelf om dit zo goed te laten verlopen?
|
|
FRANK:
Ummm..... Misschien twee dingen. Het eerste is dat ik ze alle
informatie gaf, zowel over het budget als over onze resultaten. Het tweede
is dat ik alleen mijn zorgen heb geuit en ze niet heb verteld wat ze
moesten doen.
|
|
COACH: Heb
je dat niet gedaan? Hoe hielp dat?
|
|
FRANK: Ik
denk dat het hen dwong om zelf creatief te zijn in het vinden van een
aanpak.
|
|
COACH: Heel
slim. Hoe wist je dat het niet goed zou zijn om ze te vertellen wat ze
moesten doen maar dat je in plaats daarvan het aan hen moest overlaten om
te bedenken wat ze moesten doen?
|
|
FRANK: Ha,
dat wist ik niet! Ik wist gewoon niet wat ik ze zou moeten opdragen. Het
is namelijk zo dat ik niet zo erg veel van de details van hun werk afweet.
Dus in dit geval is mijn onwetendheid een onverwacht voordeel geworden
(Lacht).
|
|
COACH: Wow,
wat gebeurde er toen?
|
|
FRANK: Nog
diezelfde vergadering kwamen er een paar heel goede en praktische ideeën
naar voren. Ze begonnen elkaar ook te helpen. Ik zat er gewoon bij en
luisterde vooral. Het was heel leuk.
|
|
COACH: Dat
is inderdaad een heel mooi voorbeeld! Dus jij hebt de teamvergadering
geregeld, ze volledig geïnformeerd, je zorgen gedeeld en ze niet verteld
wat ze moesten doen. Je liet de bal helemaal bij hen liggen.
|
|
FRANK: Yep.
Dat is wat er gebeurde.
|
|
COACH: Frank,
je hebt me net verteld over de teamvergadering van afgelopen jaar. Hoe is
die situatie relevant voor de huidige situatie waarin je team zich
bevindt?
|
|
FRANK: Zeer
relevant! Het is hoog tijd om weer zo’n teamvergadering te beleggen. Wat
stom van me dat ik dat niet hebt bedacht!
|
|
COACH: Dat
klinkt als een heel goed idee. Hoe zou je dat aanpakken?
|
|
CHARLES: Nou,
ik ga hem gewoon direct beleggen. We doen het precies zoals de vorige
keer. Ik bereid alle relevante informatie voor en dan wacht ik op de
reactie.
|
****
|
COACH: Ha
Frank. Het is nu drie weken geleden sinds ons laatste gesprek. Ik ben heel
benieuwd wat er beter gaat.
|
|
FRANK: Umm...
eigenlijk gaan er verschillende dingen beter. De vergadering liep heel
goed. Het hielp om het algemene bewustzijn in het team te versterken van
hoe belangrijk het is dat we onze resultaten verbeteren te versterken.
|
|
COACH: Prachtig,
het bewustzijn is er. Hoe helpt dat om vooruitgang te boeken in de
richting van het doel?
|
|
FRANK: Eerlijk
gezegd helpt dat een boel. Ik heb gemerkt dat mensen klanten vaker bellen,
dat ze meer afspraken maken met klanten en dat ze elkaar meer helpen. Dat
gebeurde de vorige keer ook.
|
|
COACH: Hoe
helpt dit alles om de omzet daadwerkelijk te verhogen?
|
|
FRANK: Dat
is een beetje te vroeg om te kunnen zeggen. Maar de eerste verbeteringen
lijken er al te zijn. We hebben een heel interessante opdracht
binnengehaald. En er zijn nu ook enkele leads die echt veelbelovend
lijken..
|
|
COACH:
Hoe zorg jij ervoor dat dit alles gebeurt?
|
|
FRANK:
Ik informeer ze. Ik praat met ze. Ik deel mijn zorgen. En ik betrek ze
door ze ideeën naar voren te laten brengen en initiatieven te laten
nemen. Het activeert ze.
|
|
COACH: Dat
klinkt allemaal heel goed! Wat kun jij doen als een volgend klein stapje
richting het doel?
|
|
FRANK: Als
een volgend stapje ga ik korte gesprekjes voeren met alle individuele
teamleden. Ik gebruik dezelfde benadering. Ik zorg ervoor dat ik de meest
actuele informatie voor ze heb en ik vraag ze om hun ideeën.
|
|
COACH: Dat
klinkt als een goed idee om uit te proberen.
|
****
|
COACH: Hallo
Frank, dit is nu ons vierde gesprek. Wat zouden we moeten bespreken om de
tijd nuttig te besteden?
|
|
FRANK: Nou,
de dingen beginnen nu echt goed te lopen. We presteren nu iets boven
target, dus we beginnen onze zwakke start een beetje goed te maken. De
business unit manager kwam vorige week zelfs even langs om me specifiek te
complimenteren met onze resultaten. Ik heb dat compliment direct
doorgespeeld aan het team. Het was toch vooral hun prestatie om dit voor
elkaar te krijgen.
|
|
COACH: Nou
gefeliciteerd zeg! Wow, Ik vind dat je echt een prima prestatie hebt
geleverd.
|
|
FRANK: Bedankt.
|
|
COACH: Geen
dank. Dus, wat zou je nu willen bespreken?
|
|
FRANK: Ik
ben blij dat je dat vraagt want ik denk dat ik nu geen verder advies nodig
heb over de financiële resultaten. Ik denk dat we nu op de goede weg zijn
en wel weten hoe vanaf hier ermee verder moeten.
|
|
COACH: Ok.
|
|
FRANK: Omdat
we nu een uur tot onze beschikking hebben vroeg ik me af of we misschien
over mijn carrière kunnen praten? Ik vertelde je dat ik ambitieus ben en
graag een promotie zou willen. Maar ik weet niet goed hoe ik dat moet
aanpakken. Is dat iets wat we zouden kunnen bespreken?
|
|
COACH: Natuurlijk.
Wat zou een goede manier zijn om dat onderwerp te bespreken?
|
Zie ook
hier
naar boven
↑
Mark
is adjunct-directeur op een school voor speciaal onderwijs. Hij heeft
zich al meerdere malen geërgerd aan het feit dat er op de glasplaat van
het kopieerapparaat typex zit. Wanneer medewerkers correcties maken op
hun document laten zij de typex vaak onvoldoende lang opdrogen waardoor
het op de glasplaat van het kopieerapparaat blijft plakken. Nu is er wel
een vloeistof waarmee de typex kan worden opgelost en verwijderd maar
die mag niet op de glasplaat gebruikt worden omdat het deze kan
beschadigen. Mark heeft zijn medewerkers en collega's al eens
aangesproken op hun gedrag: "Is het nu zo moeilijk om je typex even
te laten opdrogen? Kom op mensen!" Blijkbaar heeft het niet gewerkt
want het blijft gebeuren. Wat nu? Moet Mark nu nog bozer worden? Moet
hij aan de orde stellen hoe oncollegiaal dit is? Moet hij proberen
erachter te komen waarom collega's zich zo ongedisciplineerd gedragen?
Wat is hier de oorzaak van? Is dit een teken van vervagend normbesef?
Mark besluit om dit allemaal niet te gaan onderzoeken. In plaats daarvan
koopt hij voor iedereen een typex rollertje. Het voordeel hiervan is dat
de aangebrachte stof direct droog is. Iedereen is tevreden en het
kopieerapparaat blijft schoon.
Een kleine stap die de oorzaak van het
probleem negeert maar het probleem wel oplost! (Bron: Mark Leek) zie ook
hier.
naar boven
↑
Advocaat
van de Duivel
Een
management team ontwikkelde een nieuw strategisch marketing beleid. Peter
had als voorzitter van het management team zich de afgelopen maanden nogal
geërgerd aan Evert, de controller. Wat hem stoorde aan het optreden van
Evert is dat deze bij allerlei onderwerpen door de andere teamleden als
negatief en te kritisch werd ervaren. Evert deed in de ogen van zijn
collega’s vaak moeilijk en kwam met bezwaren die lang niet altijd
relevant werden gevonden. Peter wilde deze sessie tot een succes maken.
Onderdeel daarvan was dat iedereen actief betrokken zou zijn bij het
ontwerpen van de nieuwe strategie zodat ook het draagvlak ervoor maximaal
zou zijn. Hij vroeg zich expliciet af hoe hij Everts kritische opstelling
nuttig kon maken in dit strategiebepalingproces. Hij realiseerde zich dat
de ontwikkelde strategie in een later stadium moest worden gecommuniceerd
naar alle stakeholders van de organisatie, zoals het personeel en de raad
van commissarissen. Die stakeholers zouden veel kritische vragen gaan
stellen over de ontwikkelde strategie wist Peter. Everts kritische aanpak
zou kunnen helpen om het team goed voor te bereiden op alle mogelijke
tegenwerpingen die stakeholders laten zouden kunnen naar voren brengen.
Hij richtte het vergaderproces zo in dat de eerste fase gericht was het in
kaart brengen en beoordelen van de sterktes, zwaktes, kansen en
bedreigingen en het formuleren van een eerste opzet van de strategie. In
de tweede fase had hij Evert een expliciete rol als advocaat van de duivel
toegekend. Evert speelde deze rol met verve en tot ieders genoegen leverde
Everts kritische benadering een nadrukkelijke verbetering van de plannen
op. (Bron).
Zie ook
hier.
naar boven
↑
Productiviteitsverbetering
Karel
wil de productiviteit van zijn team verbeteren omdat die de laatste
maanden duidelijk te laag is geweest. Het team zit nu op een
productiviteitsniveau van 49%, terwijl de maandtarget 63% is. Karel’s
korte termijn doel is om terug te komen op target binnen drie maanden. Zo
zal het voor iedereen duidelijk zichtbaar zijn dat het team weer op de
goede weg is. Het zou meer baanzekerheid voor iedereen in het team
betekenen. Het zou ervoor zorgen dat de business unit manager zich minder
zorgen maakt over het team en het team minder op de huid zit. Het zou ook
goed zijn voor Karels reputatie. Het zou bewijzen dat hij in staat is om
een slecht presterend team te veranderen in een goed functionerend team.
Karel bedenkt hoe hij eerder een minder goed teamresultaat heeft weten om
te buigen naar een goed resultaat. Hij had een teamvergadering belegd
waarin hij alle informatie aan het team voorlegde en zijn zorgen uitsprak.
Hij vroeg het team om ideeën om de financiële performance te verbeteren.
Dit leidde er toen toe dat er verschillende goede ideeën naar voren
kwamen. Karel merkte dat de teamleden na dit overleg meer afspraken met
klanten maakten, elkaar beter hielpen en dat de omzet zich snel
verbeterde. Karel realiseert zich dat het de volgende dingen goed werkten:
het volledig informeren van de teamleden, het delen van zijn zorgen en het
activeren van eenieder om te komen tot betere prestaties zonder de
teamleden te gaan uitleggen hoe zij die moesten bereiken. Karel belegt
opnieuw een teamvergadering en doet dezelfde dingen. Opnieuw leidt dit tot
een snelle opleving van de omzet. De oplossingen bleken in potentie al
aanwezig te zijn in het team maar nog niet ten volle benut te worden. Door
Karels interventie zijn zij tot uiting gekomen en aangewend om de gewenste
resultaten te bereiken. (Bron).
naar boven
↑
Het
MT is boos!
De
directeur van een belangenorganisatie vroeg twee oplossingsgerichte
adviseurs om snel te helpen met noodzakelijke verbeteringen bij
beoordelen. Het systeem moest verbeterd en de medewerkers en
leidinggevenden moesten getraind worden. Het doel was de komende
beoordelingsronde beter te laten verlopen dan die van vorig jaar. Het werk
moest in twee weken gebeuren. De twee adviseurs hielpen eerst met de
aanpassingen in het systeem, overlegden daarover met de directeur en het
hoofd HR en een week later vond de training plaats. Eerst 1 uur met alle
medewerkers en alle leidinggevenden, toen 1,5 uur met alle medewerkers en
toen 1 uur met alle leidinggevenden. Voor elk onderdeel van de training
waren oefeningen om te kunnen werken met het nieuwe beoordelingssysteem.
Tijdens het eerste uur werd het systeem gepresenteerd aan alle medewerkers
en alle leidinggevenden. Het werd al snel duidelijk dat de leidinggevenden
zeer onaangenaam verrast waren. De stoom kwam hen uit de oren. De sfeer
werd grimmig en er broeide onderhuidse spanning. De twee
oplossingsgerichte adviseurs werden in de pauze op het matje geroepen; het
MT was boos! Ze stelden dat ze met dit nieuwe beoordelingssysteem NIET
konden werken. De training voor medewerkers én de training voor
leidinggevenden dreigde te worden gecancelled en er was in een pauze van
10 minuten spoedoverleg met het hele MT en de twee adviseurs. Het MT was
niet op de hoogte gesteld van het nieuwe beoordelingssysteem en
stelde dat zij er niets mee konden!
In het spoedoverleg zetten de adviseurs de volgende oplossingsgerichte
stappen:
-
zij
erkenden dat de MT leden onaangenaam verrast waren over het nieuwe
beoordelingssysteem (zonder mee te gaan in de discussie wie de
schuldige daarvan was)
-
zij
vroegen door op waar het probleem van de MT leden lag en dat bleek te
liggen op het moeten selecteren van competenties die beoordeeld gingen
worden en de angst dat ieder van hen anders met de beoordelingsscores
zou omgaan
Toen
duidelijk was waar het probleem lag stelden zij de vraag "wat moet er
in het uur zometeen met alle leidinggevenden gebeuren wil het een nuttige
sessie voor jullie zijn". De leidinggevenden kwamen daar niet zo goed
uit en de pauze was voorbij. De adviseurs hadden wel toestemming om door
te gaan met de training voor medewerkers. Na die training volgde de
bijeenkomst met de leidinggevenden. Nu wisten de leidinggevenden wel een
antwoord op de eerder gestelde "nuttigvraag". Hun probleem was
erkend en zij mochten nu de agenda van de bijeenkomst bepalen. Daaraan
wilden ze wel meewerken. Ze wilden graag procedurele afspraken over hoe ze
hun beoordelingen op elkaar gingen afstemmen en ze wilden graag hulp bij
het kiezen van te beoordelen competenties. Het gehele trainingsprogramma
voor leidinggevenden werd aan de kant gelegd en de adviseurs maakten met
de leidinggevenden een competentiematrix en afspraken over de te volgen
werkwijze. De leidinggevenden waren na afloop van die sessie opgelucht en
gaven aan nu wel met het nieuwe systeem de beoordelingsronde in te kunnen.
Ze gaven aan graag na afloop van de beoordelingsronde een volgende
kwaliteitsverbetering in het beoordelingssysteem te willen aanbrengen, met
behulp van de twee adviseurs. (Bron: Gwenda Schlundt Bodien, 2004)
naar boven
↑
Wereldreis
Angele
is een adviseur bij een groot organisatieadviesbureau en heeft al heel wat
hulpverleningsrelaties achter de rug. Zij heeft een sabbatical leave
aangevraagd en gekregen en gaat over drie weken op wereldreis. Ze heeft
echter afgesproken met haar leidinggevende dat zij een coachingstraject
gaat starten wanneer zij terugkomt van de wereldreis. Haar leidinggevende
wil van haar weten of deze baan nu echt iets voor haar is, voor de langere
termijn. Angele begrijpt die vraag wel en wil het zelf eigenlijk ook wel
weten. Angele heeft een zeer problematische jeugd gehad en het heeft haar
in het leven niet meegezeten. Ze heeft net haar liefdesrelatie beëindigd
wanneer zij het intake gesprek met een coach heeft. Zij vertelt de
coach over haar leven en over hoe het haar is vergaan. De coach luistert
en erkent hoe zwaar zij het heeft gehad. Vervolgens geeft
zij aan dat zij een loopbaanvraag heeft; welk werk past bij
haar? Zij wil die vraag graag verkennen als ze terug komt van haar
wereldreis. Maar ze heeft geen behoefte aan uitgebreide analyses
van haar persoonlijkheid. Ze is al twee keer in therapie geweest en heeft
al drie keer een assessment gedaan, en dat pad wil ze niet nog een keertje
op. De coach kan daarmee zeker instemmen. Hij geeft Angele
complimenten voor haar avontuurlijke inslag waarmee ze op wereldreis gaat
en voor haar kracht om zo vorm te geven aan haar leven na vele tegenslagen
die zij heeft gehad. Vervolgens erkent de coach dat Angele geen behoefte
heeft aan uitgebreide analyses van haar persoonlijkheid, en hij vraagt
haar wat zij daarvoor in de plaats zou willen dat er zou gebeuren? Angele
beantwoordt zijn vraag met enthousiasme, duidelijk opgelucht dat hij haar
niet gaat overtuigen van iets dat zij niet wil. Na een half jaar komt
Angele terug van de wereldreis en belt zij de coach. Zij bedankt hem voor
het intakegesprek en zegt dat ze geen coaching wil verder; ze gaat nog een
jaar op reis! (Bron: Gwenda Schlundt Bodien, 2004).
naar boven
↑
Van
breedsprakigheid naar bondigheid
Een
leidinggevende wilde dat zijn medewerker Henk niet zo breedsprakig was.
Die breedsprakigheid ontnam collega’s de gelegenheid om hun zegje te
doen en werkte in de hand dat collega’s vaak bij voorbaat al
geïrriteerd raakten als Henk iets begon te vertellen. In plaats van tegen
Henk te zeggen: ‘Je moet eens ophouden met zo breedsprakig te zijn’
zei de leidinggevende: ‘Jouw effectiviteit in vergadering is vooral
sterk wanneer je bondig je punt naar voren brengt en ik zou graag zien dat
je leert vaker bondig te spreken. Je collega’s zullen dan meer aandacht
hebben voor wat je zegt en meer gelegenheid krijgen om te reageren.’
Henk wilde graag meer uitleg. De leidinggevende gaf een voorbeeld van een
situatie waarin Henk iets bondiger had gesproken en beschreef hoe goed de
situatie toen liep. Vervolgens vroeg hij aan Henk hoe hij toen zo bondig
had kunnen zijn. Henk herinnerde zich de situatie en weet nog dat hij die
vergadering wat kort was geweest omdat hij haast had. Hij herinnerde zich
ook dat de bespreking van het onderwerp inderdaad wonderwel bleek te
verlopen en dat hij zich na afloop van de vergadering tevreden voelde. (Bron)
naar boven
↑
Nieuwe
procedure
Marc
werkt zelden volgens de nieuwe werkprocedure waardoor hij vaak in
onverwachte situaties komt die hem extra tijd kosten. Hij realiseert zich
dit maar zegt dat hij vaak vergeet volgens de procedure te werken. Anne,
zijn manager, merkt dat Marc de werkprocedure af en toe wel gebruikt. Ze
vraagt Marc hoe het komt dat hij soms de procedure wel volgt. Hij zegt:
"Inderdaad, vaak is dat op woensdag." Anne reageert: Aha, is dat
zo? En hoe lukt het je om het op woensdag niet te vergeten?" Marc
antwoordt: "Op woensdag is het vaak druk, dan wil ik niet het risico
lopen dat ik uit de planning loop. Daarom kijk ik dinsdag aan het eind van
de dag altijd even in de planning en als het dan druk is dat leg ik de
procedure alvast klaar voor de volgende dag." Anne complimenteert
hem: "Goed bedacht om de dag ervoor alvast even te kijken en het dan
klaar te leggen!", waarop Marc reageert: "Inderdaad…..ik ga
dat maar eens vaker doen". (Bron).
naar boven
↑
Hier
heb ik geen tijd voor!
Jacob
wil als extern adviseur proberen er meer opdrachten te verkrijgen bij de
organisatie waarvoor hij werkt. Via zijn contactpersoon slaagt hij erin
een afspraak te maken met diens baas, Martin. Als Jacob enkele weken later
zijn opwachting maakt bij Martin, blijkt deze niet goed geïnformeerd te
zijn over de aard van het gesprek en hij is allesbehalve blij wanneer hij
daarachter komt: "Had ik dat geweten...Hier heb ik eigenlijk helemaal
geen tijd voor!" Jacob reageert oplossingsgericht. Hij zegt dat hij
het zich kan voorstellen dat het dan wel een onaangename verrassing voor
Martin moet zijn dat hij er opeens is en geeft aan dat hij Martin's tijd
niet zal verdoen. Hij vraagt: "Hoeveel tijd hebt u, 15 minuten?
"Nee", zegt Martin dan met een glimlach, "Nu je hier toch
zit, laten we er maar een half uurtje van maken." Vervolgens vraagt
Martin wat Jacob zoal doet bij zijn organisatie en Jacob vertelt in twee
minuten wat hij doet, wie hij kent en welke diensten hij verder nog
levert. Eén woord triggert Martin: "Managementcoaching... hé... doe
jij dat dan ook?" Martin geeft vervolgens aan niet helemaal tevreden
te zijn over de manier waarop managementcoaching nu plaatsvindt binnen de
organisatie en geeft Jacob zo de mogelijkheid om de vier stappen van
oplossingsgerichte acquisitie te doorlopen:
-
stap
1. relatie leggen en hulpvraag creëren:
Martin geeft aan problemen te hebben met de huidige manier
waarop managementcoaching plaatsvindt
-
stap
2. gewenste succes beschrijven: Jacob
helpt Martin te verwoorden hoe hij de managementcoaching wel zou
willen hebben
-
stap
3. voorstel doen: Jacob suggereert
dat hij een aanpak zou kunnen opstellen om Martin's gewenste succes
dichterbij te brengen
-
stap
4. opdracht verwerven: Jacob maakt
procedurele afspraken met Martin over het tijdspad en het vervolg.
Zo
weet Jacob binnen een half uur van een niet geïnteresseerde potentiële
klant een klant te maken.
naar boven
↑
Constructief
teamlid
Sandra
geeft leiding aan Edward die haar regelmatig kopzorgen bezorgt. Edward is
vaak overmatig kritisch en lijkt zijn klanten belangrijker te vinden dan
wat hij afspreekt met zijn manager. Sandra probeert meestal om zeer goed
rekening te houden met hem maar zonder veel succes. Nu heeft de afdeling
besloten zich meer te gaan concentreren op haar kerntaken en om een
bepaalde dienst niet meer te leveren. Hierop briest Edward: “Ik sta hier
niet achter! Mijn klant is tevreden en ik ga gewoon door met het leveren
van die dienst.” Sandra kookt inwendig en weet niet hoe ze moet
reageren. Lees
verder....
naar boven
↑
Slechte
arbeidsomstandigheden
Annemarie
is een zeer betrokken en succesvol adviseur, die al heel veel
heeft bereikt voor haar jonge leeftijd. Ze werkt sinds een half
jaar bij een turbulente organisatie, die vanuit een gesubsidieerde
situatie een commercieel bedrijf moet gaan worden. Ze komt tijdens
het derde coachingsgesprek binnen met het probleem van de slechte arbeidsomstandigheden (de temperatuur is veel te hoog in het
kantoor (35-40 graden) en de ramen kunnen niet open). Ze wil heel
graag thuis werken, maar heeft geen internetaansluiting thuis en
de office manager doet veel toezeggingen maar er is nog steeds
geen resultaat. Het zit haar dusdanig hoog dat ze erover denkt om
haar baan op te zeggen. Ze
kan zich niet concentreren op het werk, terwijl ze juist zo graag goede
prestaties wil leveren. Ze heeft al zoveel geprobeerd om de
omstandigheden te verbeteren, maar ze loopt telkens tegen de muur.
Iedereen is het met haar eens, maar niemand doet er iets aan. En als ze
nu in staat was om thuis te werken, dan kon ze tenminste ontsnappen aan
de slechte omstandigheden op het kantoor. Annemarie komt er in de
coachingssessie achter dat ze de bereidheid heeft om nog een ding te
proberen, voordat ze tot zoiets drastisch als het opzeggen van haar baan
overgaat. Samen met de coach komt ze erachter dat ze al eens eerder iets
gedaan wilde krijgen van de office manager wat lastig was. In dat geval
heeft ze echter haar doel goed bereikt. Ze exploreert ze hoe ze in het
verleden succesvol is omgegaan met de office manager. Het blijkt dat ze
goed met de office manager kan samenwerken en gedaan krijgt wat ze wil
wanneer ze o.a. haar hulp en ondersteuning aanbiedt aan de office
manager. Wanneer ze dat doet voelt de office manager zich gewaardeerd in
haar positie en tegelijkertijd geholpen, wat tot snelle resultaten
leidt. Annemarie neemt zich voor dit te gaan proberen. De volgende
coachingssessie meldt ze dat het goed heeft gewerkt; de
internetaansluiting thuis is gerealiseerd (en het temperatuursprobleem
is opgelost…). Ze kan zich nu veel beter concentreren en werkt beter
en met meer plezier (Gwenda Schlundt Bodien, 2003)
naar boven
↑
Slecht
humeur
Eric
heeft een slecht humeur. Onder druk heeft hij de neiging om verbaal uit
te vallen naar de mensen om hem heen. Hij kan eigenlijk niet goed
begrijpen waarom hij zo is. Hij heeft het gevoel dat hij misschien zijn
gevoelens te veel onderdrukt, thuis niet gelukkig is, zich zorgen maakt
om geld –er zijn veel dingen die het zouden kunnen veroorzaken. Zijn
coach, die de oplossingsgerichte methode gebruikt, zet al die oorzaken
aan de kant en vraagt hem wanneer hij het minst de neiging heeft om zijn
humeur te verliezen. Eric komt erachter dat hij zich ´s ochtends beter
kan beheersen, als hij minder moe is. Hij realiseert zich ook dat hij
minder gestrest raakt als hij van zijn eigen bureau weg is. Hij vindt
constante onderbrekingen zeer moeilijk om mee om te gaan en deze
gebeuren sneller als hij makkelijk beschikbaar is. Eric begint om zijn
meer belangrijke besprekingen in de morgen te plannen en om het grootste
deel van zijn belangrijke werk aan het begin van de dag gedaan te
krijgen. Hij begint ook om één dag per week van huis uit te gaan
werken en hij probeert het werk dat ongestoorde concentratie vereist op
te sparen voor die dag. Hij vraagt mensen om hem niet bellen op die dag,
tenzij het van vitaal belang is. (Bron: Greene, J & Grant A.M (2003)
Solution-focused Coaching London: Momentum Press)
naar boven
↑
De
nieuwe inspecteur
Een
chemische fabriek die altijd veel aandacht aan veiligheid had besteed
dreigde nu te worden gesloten door een nieuwe veiligheidsinspecteur. De
samenwerking met veiligheidsinspecteurs was altijd redelijk geweest maar
deze nieuwe inspecteur was formeel en niet samenwerkend. Teamleden
probeerden de samenwerking met hem te verbeteren maar dit was zonder
succes. Negatieve verhalen gingen de ronde doen en er ontstond een sfeer
van moedeloosheid in de fabriek. Het team vroeg adviseurs Paul Z.
Jackson en Mark McKergow om te helpen bij dit probleem. Mark en Paul
vroegen het team om hun beste ontmoetingen met de inspecteur te
beoordelen op een schaal van 0 tot 10. Eén brieste meteen: " een
0!" Mark en Paul pauzeerden en wachtten. "...behalve die ene
keer, toen het voor 20 seconden een 3 was...." Plotseling was er
een sprankje hoop. De essentie van de oplossing, zo dachten Paul en
Mark, lag in die paar seconden. Toen zij de manager vroegen wat hij had
gedaan om deze dramatische, zij het korte, verbetering te
bewerkstelligen, zei hij: "Eigenlijk denk ik dat ik even een moment
stopte met hem onder druk zetten en hem een moment om te denken
gaf." De stemming van de vergadering veranderde voelbaar. Ieder
teamlid bedacht wat zij hadden gedaan in hun beste ontmoetingen met de
inspecteur en op basis hiervan stelden zij een lijst op van 14
actiepunten die ze snel, eenvoudig en goedkoop konden uitvoeren om hen
één puntje hoger op de schaal te krijgen. Op de lijst stonden onder
andere: minder mensen bij de vergadering betrekken, naamkaartjes dragen
en de inspecteur uitgebreider communiceren over belangrijke vragen en
knelpunten. De persoon die het meeste contact met de inspecteur had
hield bij welke acties het beste werkten. In plaats van doemdenken over
hun gebrek aan beinvloedingsmogelijkheden, zeiden de managers dat zij
het verfrissend vonden om te analyseren wat er goed ging in plaats van
wat er fout ging. Toen Paul en Mark enige weken later terugkwamen liep
alles veel beter. De dreiging van een officiele waarschuwing was uit de
lucht en het project liep weer op koers. Eén manager zei dat ze wist
dat zij werkelijk progressie maakten toen de ´onpersoonlijke´
inspecteur had gevraagd naar het recente vakantie! (bron: Jackson
& McKergow, 2003).
naar boven
↑
Positieve
geruchten
Robert
is een teammanager die een nieuwe medewerker in zijn team krijgt. Deze
medewerker, Diana, is overgeplaatst door de Algemeen Directeur, nadat
Diana op haar vorige afdeling een conflict heeft gehad. Vlak nadat Diana bij
Robert op de afdeling is begonnen, krijgt Robert bezoek van de Algemeen
Directeur. Hij waarschuwt Robert: "Diana is een probleem. Ze is erg
negatief. Ik vind dat deze functie echt haar laatste kans is. Negatievelingen
kunnen we bij ons bedrijf niet gebruiken." Robert is wat verbaasd
door deze mededeling. Hij kent Diana al langer en is zeer te spreken over
haar betrokkenheid en kritisch vermogen. Hij overweegt even om Diana te
verdedigen maar dat doet hij niet. In plaats daarvan denkt hij even rustig
na en zegt vervolgens: "Bedankt dat je me hierop wijst. Wat zou je
ervan zeggen als we over een half jaar eens met elkaar bespreken hoe het
gaat met Diana?" Dat vindt de directeur een uitstekend idee. Na
enige tijd functioneert Diana prima in het team van Robert, precies zoals
hij verwacht had. Ze wordt gewaardeerd om haar scherpzinnigheid en
betrokkenheid en ze behoedt collega´s regelmatig voor fouten. Robert
overweegt om dit te melden bij de directeur maar hij realiseert zich dat
de directeur iemand is die zich niet makkelijk laat overtuigen. Daarom
besluit hij tot een andere aanpak. Hij begint positieve geruchten over
Diana te verspreiden. Geruchten, die echter volledig op waarheid berusten,
over haar betrokkenheid, over hoe goed ze in het team past enzovoorts. Robert
vertrouwt erop dat het slechts een kwestie van tijd is voordat de
directeur ervan zal horen. En inderdaad! Al binnen enkele weken spreekt de
directeur Robert aan en zegt met een wat verbaasde glimlach: " Ik
hoor uitstekend dingen over Diana...." Robert overweegt even om te
zeggen dat hij niet anders verwacht had maar doet dat niet. De directeur
zegt: "Ik denk dat ze in jouw team toch beter op haar plaats
is." Robert knikt en zegt: "Bedankt voor jouw interventie. Ik
denk dat Diana mede daardoor veel beter tot haar recht komt in ons
bedrijf. Robert realiseert zich dat er drie winnaars zijn in dit proces. (Coert
Visser, 2003). Zie ook
hier.
naar boven
↑
Customer
service op de piste
Lynn
Johnson, een Amerikaanse oplossingsgericht consultant, legt uit hoe
hij een oplossingsgerichte houding in zijn werk gebruikt. ´Ik
adviseerde een skischool in de bergen boven Salt Lake City. Men
vroeg mij om hen te trainen in goede customer service, dus ik stelde
een vraag: "Stel dat je feedbackformulieren hebt van de laatste
100 cursisten die je hebt gehad. Stel dat 90 procent van de
beoordelingen gunstig zijn en dat 10 procent negatief is. Je doet
een follow-up met diepgaande gesprekken en je kunt maar met één
groep mensen praten. Welke groep zou je willen interviewen?" Men antwoordde: "De 10 procent die niet tevreden is." Daar
ben ik het niet mee eens", zei ik. "Je wilt de 90 procent
interviewen die tevreden is. Weet je echt zeker dat de cursus het
maximale biedt aan mensen die willen leren skiën? Weet je zeker dat
je begrijpt wat je goed hebt gedaan? Zou het kunnen dat je per
ongeluk iets deed wat een student echt leuk vond? Zou je willen
weten wat dat was? De skischool vond het "zoeken naar wat je
goed doet" prachtig en de volgende maand hoorde ik enkele
inspirerende verhalen over deze school. een van de beste: het hoofd
opleidingen van de skischool gaf een les aan een bekende figuur uit
de lokale media. Zij vroeg hem: "Wat zou u vandaag willen
leren?" Hij antwoordde dat hij wilde leren hoe hij op de
papsneeuw moest skiën. Vervolgens vroeg zij hem: "Wat was er
anders tijdens de keren dat je heel goed op de papsneeuw
skiede?" Hij dacht even na, grinnikte en zei: "Dat is een
hele goeie vraag!" De les was een groot succes en de skischool
had een nieuwe vriend bij de media.´ (Bron: Oplossingsgericht
denken, Jackson & McKergow, 2003).
naar boven
↑
Botte
communicatie
John
is een 35 jarige projectmanager die een externe coaching van zijn baas
kreeg aangeboden. John functioneerde in het algemeen goed maar men vond
dat hij vaak nogal bot communiceerde. Het doel van de coaching was om John
te helpen zijn om zijn communicatieve vaardigheden te verbeteren en om
meer tactvol en bewust te communiceren. John en zijn coach probeerden
situaties te vinden waarin John al tactvol en bewust had gecommuniceerd.
Samen exploreerden ze deze situaties en identificeerden welke gedragingen
van John hadden geholpen bij het tactvol en bewust communiceren. door dit
te doen kwamen ze erachter dat een aantal dingen heel goed werkte, zoals
niet direct reageren maar eerst even de tijd nemen, hulp vragen van
anderen etc. In de volgende weken paste john deze oplossingen heel bewust
toe. Het liep prima. John pastte zijn nieuwe vaardigheden zelfs toe in het
solliciteren naar een nieuwe functie in zijn bedrijf. Hij werd aangenomen (bron: Coert
Visser, 2002).
naar boven
↑
Paal
en perk Carolien
is al drie jaar verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in een
IT-consultancy bedrijf. Ze is als een spin in het web, werkt vreselijk
hard en is naar eigen zeggen op weg naar overspannenheid. Ze heeft wel
alle verantwoordelijkheid, maar niet de bijbehorende bevoegdheden, haar
beslissingen worden onderuitgehaald door een soms opeens aanwezige baas.
Ze slaapt steeds langer uit en krijgt last van emotionele instabiliteit.
Haar zelfvertrouwen slinkt en ze voelt zich een mislukkeling. In het
coachingsgesprek stelt de coach haar de vraag "hoe heb je het al die
jaren overleefd?" Ze antwoordt dat dit komt doordat ze zoveel passie
heeft, een vechter is, veel doorzettingsvermogen heeft, vasthoudend en
ambitieus is en zich niet laat kisten! De coach vraagt: "Hoe kunnen
anderen aan jou zien dat je zo´n vechter bent en je niet laat kisten?" Ze antwoordt dat dit de laatste tijd steeds minder te zien
is, maar dat ze momenten heeft waarop ze haar grenzen stelt, voor zichzelf
opkomt. Het gesprek bouwt voort op die momenten en op wat er toen beter
ging. Weer terug in het werk verbaast Carolien zichzelf door opeens paal
en perk te stellen en voor zichzelf op te komen. (Bron: Gwenda
Schlundt Bodien, 2002)
naar boven
↑
Fusie tussen twee banken
 Bij een fusie tussen twee grote banken
werd een werkgroep opgericht die dit 'merging' proces zou begeleiden. De
voorzitter van de werkgroep was zich zeer goed bewust van het feit dat een
concurrentiestrijd zou kunnen ontstaan tussen de medewerkers van de
fusiepartners. Door eerst iedereen te vragen welke elementen ze uit hun
vorige onderneming zeker zouden willen bewaren en behouden, gaf hij
iedereen de gelegenheid constructieve voorstellen ter tafel te brengen.
Vervolgens deed hij een rondje met alle betrokkenen om tot consensus te
komen omtrent de doelstelling van de werkgroep fusiebegeleiding. Hieruit
distilleerde hij een slagzin die als leidraad zou dienen bij het verder
verloop van het proces. De slagzin 'Het beste van beiden' werd gekozen.
Telkens als er in de loop van het fusieproces spanningen ontstonden kon de
projectleider terugvallen op deze contextmarkeerder, waardoor het voor
alle betrokkenen makkelijker was de valkuilen te vermijden waarop dit
soort processen vaak stranden. Het hielp de twee banken om in korte tijd
hun werkwijze zowel intern als extern op elkaar af te stemmen. (Bron:
Louis Cauffman)
naar boven
↑
Het management van een Italiaans
chemisch bedrijf wilde dat medewerkers veiligheidsbrillen droegen. De
medewerkers deden dit echter maar mondjesmaat. Ze hielden een
oplossingsgerichte sessie om dit probleem op te lossen. Ze zochten naar
positieve uitzonderingen. Eén manager stelde de vraag: "Wanneer dragen de
medewerkers eigenlijk wèl brillen?" En de managers realiseerden zich dat
hun medewerkers maar wat graag stoere, moderne zonnebrillen droegen met
spiegelglazen. Toen bedachten ze om speciaal veiligheidsbrillen te laten
maken met spiegelglazen. Het resultaat was dat de medewerkers de
veiligheidsbrillen acuut begonnen te dragen! Een zeer kleine
verandering in het ontwerp leidde tot een belangrijke verandering in het
gedrag van de medewerkers en tot een hogere veiligheid (bron: Jackson
& McKergow, 2001).
naar boven
↑
Wachten op de verhuizing
Een klein team was in afwachting van een
verhuizing naar een nieuw kantoor. De oplevering was vertraagd, ze wisten
niet wanneer de verhuizing zou plaatsvinden en het team functioneerde niet
meer effectief. Toen de teamleden werd gevraagd naar hun "perfecte
toekomst" (hoe zou het er volgende week uitzien als er een wonder heeft
plaatsgevonden?") zeiden ze, uiteraard, dat ze zouden zijn verhuisd naar
het nieuwe kantoor. Toen er daarna gevraagd werd naar wat dat voor
verschil zou maken, zeiden ze dat ze dan een project zouden starten om
nieuwe mogelijkheden voor het team te onderzoeken, contact zouden leggen
met investeerders en een deel van het team zou mogelijkheden voor
flexibele werktijden onderzoeken. Een lange lijst ontstond. Toen zei één
van de teamleden: "wacht eens even, voor de meeste van deze dingen hebben
we hebben geen nieuw gebouw nodig". Ze had gelijk; grote delen van de
perfecte toekomst konden al in gang gezet worden voor de verhuizing. Op de
een of andere manier had de verhuizing, waarover ze weinig controle
hadden, al het andere overschaduwd. Door onder de aandacht te brengen wat
ze nu konden doen en veranderen maakte het team onmiddellijk progressie.
(bron: P. Z Jackson & M. McKergow)
naar boven
↑
P&O-manager hervindt
grip
E en manager P&O had zichzelf nog
drie maanden de tijd gegeven om zijn werk beter onder controle te krijgen,
omdat hij aan alles merkte dat hij op overspannenheid afkoerste. In de
eerste sessie werd al snel de vraag gesteld: "Tussen de dag waarop je de
afspraak met mij maakte en nu, wat gaat er beter?" Dat bleek al heel wat
te zijn; de manager P&O hield meer de vinger aan de pols wat betreft
zijn werktijden, probeerde elke dag minstens één pauze te nemen, had de
keuze gemaakt zich niet meer te laten voortdrijven door het werk maar
prioriteiten te gaan stellen en had dit ook al besproken met zijn
leidinggevende. Deze acties boden aanknopingspunten voor het bespreken van
de manier waarop de manager P&O zijn doelen kon bereiken. Die doelen
werden in de eerste sessie op een onorthodoxe wijze geformuleerd, namelijk
met behulp van de zogenaamde wondervraag. "Stel, je gaat vanavond slapen
en 's nachts gebeurt er een wonder. En dat wonder houdt in dat het
probleem waarmee je naar dit gesprek kwam is opgelost. Maar je weet het
niet want je sliep. Waaraan zou je morgenochtend als je wakker werd merken
dat het wonder had plaatsgevonden? Wat zou jij dan anders doen? Waaraan
zouden anderen merken dat het wonder is gebeurd?" Na een eerste
onwennigheid met deze wat vreemde vraag, bleek de P&O manager in staat
om een gedetailleerd plaatje te schetsen van de situatie na het wonder. De
drie overige coachingssessies hoefden de coach en de manager P&O
eigenlijk alleen maar voort te borduren op die eerste sessie, en te
constateren dat de P&O manager zeer goed bezig was om de situatie na
het wonder realiteit te laten worden. (bron: Schlundt Bodien en Visser,
2001)
naar boven
↑
Positieve paranoia in
teambuilding
Het ontdekken van kwaliteiten is een
zeer belangrijk onderdeel van oplossingsgericht werken. Ben Furman, een
ervaren oplossingsgerichte adviseur uit Finland, begeleidde een
teambuilding. Hij deed een oefening met ze die hij 'positieve paranoia'
noemt. Het werkt zo: het team splitst zich op in koppels. En ieder paar
bedenkt iets om de komende weken te gaan doen dat nuttig is voor het team.
Maar ze mogen niet vertellen wat het is dat ze gaan doen, zelfs niet op
het moment dat ze het doen. De anderen moeten allemaal proberen te
ontdekken wanneer de koppels hun positieve bijdrage leveren. Dit creëert
een zeer coöperatieve sfeer. Natuurlijk vinden de teamleden voorbeelden
van positief gedrag. Maar vaak wanneer ze denken het geheime nuttige
gedrag te hebben gevonden, blijkt dat dat het bedachte positieve gedrag
helemaal niet was. Er blijken met andere woorden zeer veel voorbeelden van
nuttige bijdragen te worden opgemerkt door de verschillende teamleden. Er
ontstaat als het ware een positieve paranoia. Men wordt zich veel bewuster
van hoeveel nuttige en positieve gedragingen er zoal plaatsvinden in het
team. De interactie verbetert sterk. (Bron: Ben Furman)
naar boven
↑
Doornemen van de stand
van zaken
Ronald
is een personeelsfunctionaris die een stapje hogerop wil komen. Zijn baas
vindt dat hij daarvoor een aantal dingen beter moet gaan doen. Eén van
die dingen is het nakomen van afspraken. Ronald gaat akkoord met de door
zijn baas geformuleerde doelen, maar tijdens het eerste coachingsgesprek
blijkt dat hij danig beledigd is door deze eis van zijn baas. Hij heeft
dan ook weerstand tegen het bedenken van oplossingen voor het beter
nakomen van zijn afspraken. Hij komt zijn afspraken in zijn ogen goed na.
In het coachingsgesprek gaat de coach op zoek naar het doel van Ronald.
Zijn doel blijkt te zijn: manieren vinden om af te zijn van het gezeur van
zijn baas over het nakomen van afspraken. Zijn oplossing wordt: wekelijks
doornemen van de stand van zaken van acties met zijn baas, zodat die baas
het gevoel heeft dat Ronald zijn afspraken nakomt en Ronald dus af is van
zijn gezeur (Bron: Gwenda
Schlundt Bodien, 2002).
naar boven
↑
Benutten van perfectionisme
Marian is een hard werkende
salarisadministrateur die zich wild ergert aan fouten van zichzelf en
anderen. Na enkele jaren hard ploeteren komt zij thuis te zitten met een
burnout. In een gesprek met een oplossingsgerichte coach brengt zij naar
voren dat zij perfectionistisch is en dat haar dat teveel kost. Zij vindt
het echter heel goed om perfectionistisch te zijn en wil deze eigenschap
niet kwijt. Samen exploreren de coach en Marian hoe zij haar
perfectionisme kan gebruiken om in de toekomst haar werk beter aan te
kunnen. Zij stelt vast dat er dagen zijn in het werk waarop het beter
gaat. Dat zijn de dagen waarop zij niveaus aanbrengt in haar
perfectionisme; niet meer alles in één keer 100% goed doen, maar het werk
opdelen in kleinere onderdelen en elk onderdeeltje 100% perfect uitvoeren.
Ze gaat op die manier weer aan het werk. Het werkt prima. (Bron: Gwenda
Schlundt Bodien)
naar boven
↑
Slechte
presentatievaardigheden?
Jenny, een manager bij een adviesbureau
klaagde bij haar collegamanager Henk over een van haar adviseurs: "Richard
is slecht in het geven van presentaties. Hij praat veel te veel en
luistert niet naar de klant. Ik zit erover te denken hem binnenkort te
vertellen dat hij geen presentaties meer mag doen bij klanten." Henk
reageerde oplossingsgericht: "Je zou willen dat hij meer ruimte biedt voor
de klant en beter aansluit?" Jenny antwoordde: "Precies! Het probleem is
alleen dat hij dat NOOIT doet..." Henk vroeg: "Heb je hem misschien ooit
al eens iets beter zien luisteren en aansluiten?". Toen herinnerde Jenny
zich dat dat inderdaad zo was." Toevallig heeft hij vorige maand een
presentatie gegeven die heel goed liep. Wat er goed aan was, was dat hij
niet constant aan het woord was. Hierdoor kwam de klant met allerlei eigen
ideeën die we goed hebben kunnen toepassen." Henk adviseerde Jenny om
alsnog eens bij Richard terug te komen op die geslaagde presentatie om hem
er mee te complimenteren en om erachter te komen hoe het kwam dat Richard
zich zo effectief opstelde die keer. Jenny deed dit. Richard kreeg
waardevolle feedback over wanneer hij effectief was en kreeg meer
zelfvertrouwen. Jenny's vertrouwen in Richard's presentatievaardigheden
namen ook toe. (bron: Coert Visser). Zie ook
hier.
naar boven
↑
Slecht presterend team
Twee adviseurs werden gevraagd een
slecht presterend team te helpen van telefonisten/receptionisten,
veiligheidspersoneel en hun directe lijnmanagers. Toen de adviseurs hen
ontmoetten, was het duidelijk dat de sfeer in het team slecht was. Het
omslagpunt kwam toen de teamleden met elkaar beschrijvingen van hun
individuele sterktes begonnen te delen. Ze realiseerden zich dat ze
beschikten over een groot scala aan vaardigheden. Ze waren het erover eens
dat als ze deze kwaliteiten zouden kunnen benutten in hun werk, dat ze dan
zouden kunnen bereiken wat ze maar wilden in de organisatie. Zowel de
sfeer als hun functioneren verbeterden vrijwel direct (bron: Jackson &
McKergow, 2001).
naar boven
↑
Sexual harassment bij Avon Mexico
In het begin van de jaren negentig
speelden bij Avon Mexico, producent van onder andere cosmetica en huid- en
haarverzorgingsmiddelen, ernstige problemen in de sfeer van seksuele
intimidatie, 'glazen plafonds' voor vrouwen en beperkte en gebrekkige
samenwerking tussen mannen en vrouwen. Binnen het management van de uit
3000 mensen bestaande organisatie waren nauwelijks vrouwen te vinden. Deze
problematiek werd aanvankelijk door een gespecialiseerd adviesbureau uit
New York aangepakt op een traditionele probleemgerichte manier. lle
denkbare invalshoeken werden gehanteerd: analyses, prestatie-indicatoren,
voorlichtingen, trainingen, rechtszaken, etc. Gedurende twee jaar werkte
het gespecialiseerde bureau op deze wijze maar het probleem groeide alleen
maar! Medewerkers die de trainingen hadden bezocht, meldden dat zij na de
trainingen mìnder goed in staat waren om te communiceren met leden van het
andere geslacht en dat zij meer afstand en minder vertrouwen in hen
hadden. Bovendien werden de workshops steeds minder bezocht. Rita Simmel,
directeur van het consultancybureau, onderkende dat haar benadering
averechts werkte en nodigde David Cooperrider uit om te formuleren hoe dit
probleem via Appreciative Inquiry zou kunnen worden aangepakt (zie
Cooperrider, 2000, p6-9). David Cooperrider vroeg Rita Simmel wat de
organisatie wilde bereiken. Aanvankelijk antwoordde zij dat ze het enorme
probleem van 'sexual harassment' wilde oplossen. Cooperrider vroeg door.
Uiteindelijk gaf Simmel aan dat het ultieme doel van de organisatie was:
het tot stand brengen van 'high quality cross gender relationships'. Via
een aantal tweedaagse workshops werden 100 Avon-medewerkers getraind om
elkaar te interviewen om voorbeelden boven tafel te krijgen van goede
samenwerking tussen mannen en vrouwen. Vervolgens vonden in de organisatie
300 interviews plaats. Hieruit kwamen veel voorbeelden naar voren van
effectieve samenwerking tussen mannen en vrouwen. Er werd een rapport
opgesteld waarin de meest aansprekende voorbeelden uit de interviews waren
opgenomen. Vervolgens werd er een 'future summit' gehouden waarin 100
interviewers consensus werd gevonden over de belangrijkste condities
waaronder effectief samenwerkingsgedrag tussen mannen en vrouwen kon
optreden en waarin geformuleerd werd hoe de organisatie hier in de
toekomst gebruik van kon maken. De resultaten van het project waren
uitstekend. Al tijdens het project kwam er voor het eerst een vrouw in het
executive committee. Na afronding van het project won de organisatie de
jaarlijkse prijs voor de beste werkgever voor vrouwen. (zie
ook)
naar boven
↑
Elektriciteitscentrale - werken volgens
de voorschriften
Het management team van een
elektriciteitscentrale had er genoeg van dat de werknemers kleine
aantekeningenboekjes bij zich droegen. In deze boekjes maakten de
werknemers zelf aantekeningen over hoe bepaalde procedures waren en hoe
zij moesten handelen in bepaalde omstandigheden. Deze boekjes waren
persoonlijke documenten. Iedere werknemer had zijn eigen boekje in de loop
der jaren opgebouwd. Het management vond dit een gevaarlijke zaak. Als er
namelijk procedures of werkprocessen veranderden, was er geen goede update
procedure mogelijk. Dat was gevaarlijk. Het management probeerde jarenlang
om de werknemers de procedures te laten volgen. Deze lagen op meerdere
plekken in grote handboeken in de fabriek. De mensen volgden deze
procedures echter niet. Ze vonden het te lastig, ze vonden de handboek te
omslachtig en moeilijk geschreven. Bovendien stond er veel meer informatie
in dan nodig. De volgende oplossingsgerichte vraag werd gesteld:
wanneer volgen de werknemers de instructies wel. Het antwoord: "als ze in
hun kleine boekjes staan!" Het management maakte kleine losbladige boekjes
met de update informatie erin. Werknemers konden het in hun borstzak
dragen. Ze waren uitsluitend gericht op bruikbare informatie en eenvoudig
geschreven. Iedereen kreeg een exemplaar. (bron: Jackson & McKergow).
Zie ook
hier.
naar boven
↑
|