|
Het feest van de transhumance
Wat wij van de buurt waar wij wonen zo
waarderen is een zekere “woestheid” van het landschap. Hoewel er best
wegen zijn waarop je behoorlijk door kunt rijden met de auto, zie je
overal vrij hoge bergen om je heen. Veel andere weggetjes hebben meer
het karakter van: even hopen dat we geen grote tegenliggers zien. Zo
zijn we bijzonder trots op ons uitzicht op Le Glandasse”, de berg die
achter het stadje Die (op 10 km van ons af) ligt. De Dôme van de
Glandasse heeft een hoogte van meer dan 2000 m.
Tussen twee andere bergen door, kunnen we
die Dôme zien vanuit onze tuin. De zon komt achter de Glandasse op.
Maar, vanaf het moment dat die zon er op begint te schijnen verandert
van kwartier tot kwartier de kleur van de berg. Zilverig, goudkleurig
soms. We krijgen er na al die jaren nog nooit genoeg van. Afhankelijk
van omstandigheden als de vochtigheid van de lucht, en vlak voordat de
zon achter de berg aan de andere kant (achter ons) weg zakt, wordt de
Glandasse soms helemaal rood! Voor gasten is dat altijd een bijzonder
verschijnsel, dat echter slechts een paar minuten duurt.
Deze beschrijving van het landschap is
bedoeld als eerste uitleg over iets heel anders, namelijk een jaarlijks
feest dat de "Transhumance" wordt genoemd.
Omdat de bergen hoog zijn, kunnen de
geiten en de schapen niet het hele jaar in de hoge weiden grazen. Pas
bij het begin van de warme zomer worden ze in grote hoeveelheden de
bergen in gestuurd met hun herders. Op die dag worden volgens de
traditie "alle" schapen door de belangrijkste straten van de stad Die
gevoerd om daarna de bergen in te trekken. In 2006 was het op 24 Juni.
Het ging deze keer om 2500 schapen en geiten.
Je moet niet te laat aanwezig zijn. Dat is
om verschillende redenen: Het gebeurt bijtijds in de ochtend, dus als
vakantieganger ben je wellicht te laat, er komen voorts honderden mensen
op af, zodat de beste plaatsen al snel bezet zijn, en tenslotte:
wanneer de dieren voorbij zijn is het in de straten niet meer zo
gemakkelijk lopen. Na de passage loop je dan ook tot ver boven
"zooldikte" door de poep. Dat wordt overigens ook wel weer schoon
gemaakt, maar aanvankelijk is het goed uitkijken waar je de voeten
neerzet.
Voorop de colonne gaat het symbool van de
Transhumance, een grote pop (drie meter hoog) als een schaap, met achter
zich een koffer waarin zogenaamd de artikelen voor het verblijf in de
bergen meegenomen worden.
Omdat iedereen uit de hele buurt komt, zie
je veel vrienden en kennissen. Dat leidt natuurlijk tot veel
conversatie. Meestal eindigt dat allemaal op een van de vele terrassen
in de stad, waar nog nagepraat -gedronken wordt.
Gelukkig is het dan al snel weer tijd om
te gaan eten. Ook daarvoor blijven we dan maar weer met vrienden in de
stad.
Van dit fraaie feest maakten we een rijtje
foto´s, die bijgevoegd zijn.
Het was de eerste keer dat we er zelf bij
waren. Volgend jaar weer; zeker weten!
20070116
Clairette
de Die
A. O. C.
Clairette de Die Tradition, A. O. C. Crémant de Die
Die, een stadje van 5000 inwoners in het
Département “La Drôme” (26) tussen de zonnige Provence en de hoge
Vercors, was ooit een belangrijke plaats. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de
naam van een groot gebied in de omgeving: Le Diois. De stad heeft een
sous-préfecture. Verder was Die een centrum van de Reformatie,
(Protestantisme). In La Drôme zijn nog steeds veel Protestantse
gelovigen.
In de Diois wordt Clairette de Die
gemaakt. Vanaf de eerste keer dat wij er kwamen vielen ons tientallen
bordjes op, waarop verkooppunten van Clairette de Die worden
aangekondigd. Reden waarom we ons er een beetje in verdiepten. Gegevens
voor dit verhaal werden ons verstrekt door vriendelijke medewerking van
de Cave Cooperative “Jaillance” en door de Cave “Maillefaud”.
De (betrekkelijk kleine, zeggen ze zelf)
Appelation d’Origine Contrôlé “Clairette de Die Tradition”
bestaat sinds 1942. Het totale oppervlak van de per stuk vaak kleine
vignes, in dalen tussen vrij hoge bergen bedraagt 1400 ha. Daarbij zijn
de hoogstgelegen vignes van Frankrijk op 700 m. Met druiven van circa
1100 ha vignes in 32 dorpen, worden jaarlijks door 250 producteurs
zeven miljoen flessen van deze lichte, witte, mousserende wijn
vervaardigd. De Cave Cooperative “Jaillance” in Die bestaat sinds
1950. Andere producteurs, sommigen verenigd in eigen cooperaties, maken
zelf hun Clairette de Die Tradition. Deze wijn is één van de
oudste van Frankrijk. De Romeinse soldaten namen hem al mee naar huis in
Italie. Belangrijkste landen voor de export van deze wijn zijn thans:
Zwitserland, Belgie en Nederland. Cave Jaillance maakt voorts, ook in
andere streken in het land, ook andere witte en rode wijnen, zoals de
rode Châtillon-en-Diois en Crémants de Bordeaux en de Bourgogne.
Kenmerkend voor Clairette de Die
Tradition is, dat die voor minstens 75% ontstaat uit met de hand
geplukte (zoete) muscat-druiven. Tot hoogstens 25% mag de (zuurdere)
Clairette-druif worden toegevoegd.
De familie Maillefaud in Barsac is
een van proprietaires/recoltants met de gehele productie in eigen
beheer. Van 14 hectares vignes vullen ze jaarlijks ongeveer 100.000
flessen. In 2005 werd hun wijn de Médaille d’Or toegekend door de
Ministre de l’Agriculture, de l’Alimentation, de la Pêche et de la
Ruralité. De heer Maillefaud leidde ons rond en vertelde veel over het
bedrijf. Men maakt 3 soorten wijn: Clairette de Die Tradition,
Crémant de Die en Coteaux de Die. De laatste telt hier verder
niet mee, omdat het geen mousserende wijn is. Hun Clairette de Die
Tradition wordt geheel gemaakt van de muscat-druif. Crémant
en Coteaux daarentegen van de clairette-druif.
Het mousserende effect van Clairette de
Die Tradition komt door koolzuurgas, dat tijdens de
fermentage in de wijn ontstaat. Men werkt volgens de oeroude “Méthode
Dioise Ancestrale”, waarbij vaten wijn tijdens de winter in de rivier
werden gekoeld. Met moderne techniek kan men de productie nu nauwkeurig
sturen. Het sap van de druiven wordt eerst in tanks gedaan. Dat sap
bevat van nature suiker en gist. Bij lage temperatuur zet de gist in
vier weken langzaam suiker om in alcohol. Dit proces is de eerste
rijping. Het percentage alcohol is laag, (5,5%) omdat de wijn gefilterd
en gebotteld wordt vòòrdat alle suiker is omgezet. Op de fles begint de
tweede rijping, die zes tot twaalf maanden duurt. Het alcohol-gehalte
stijgt daarbij tot 7,5%. Na uitfilteren van “depôt”en definitief
bottelen is de Clairette de Die gereed voor de verkoop. Deze
wijn, gemaakt dus zonder enige toevoeging aan de grondstoffen, heeft
een bewaartijd van maximaal drie jaar. Door scherpe selectie van de
druiven is het mogelijk een aantal “kwaliteits-klassen” van de
Clairette de Die Tradition te maken met eigen namen, die
onderling in prijs verschillen.
Crémant de Die,
gemaakt van 100% Clairette-druiven, volgens de “Méthode Traditionelle”,
bevat meer alcohol, doordat de fermentage in de eerste rijping bij deze
wijn wèl geheel is afgerond. Teneinde toch koolzuurgas te laten
ontstaan, wordt aan Crémant de Die bij aanvang van de
tweede rijping, die 9 maanden tot 5 jaar duurt, “liqueur de tirage”
toegevoegd, waarin suiker en gist zitten. In die periode stijgt het
alcohol-percentage tot 12%. Na de tweede rijping voegt men nog toe:
“liqueur d’expédition”, bestaande uit sap uit hetzelfde jaar en
geconcentreerde fruit-suikers. Door verschillende hoeveelheden ontstaan
enkele smaken.
Crémant de Die
kan aanzienlijk langer bewaard worden.
Volgens onze zegslieden is bij de
mousserende wijnen in Frankrijk géén sprake van overproductie.
Het aantal vignes wordt dan ook nog steeds
uitgebreid.
Een
gedoopte bétonnière
Kees en Trees zijn Hollanders, die nog nèt in ons
dorp wonen, zij het verderop aan de overkant van de rivier. We kennen ze
natuurlijk al jaren. We zien elkaar met een zekere regelmaat en van tijd
tot tijd doen we (over en weer) een beroep op hulp en bijstand bij klussen
die gedaan moeten worden. Kees is dan ook een super-doe-het-zelver, die
nooit iets weggooit en dus alles in voorraad
heeft. Dat kan vooral bij een storing in een weekend erg praktisch zijn.
Trees presenteert zichzelf als kunstenares. Ze schildert, danst en maakt
muziek.
Al
enkele jaren spreken Kees en Trees er over, dat ze eens naar Corsica
willen. Dat heeft er zelfs toe geleid dat onze dochter (in Rotterdam)
begin dit jaar bij reisbureaus etc. Een dikke stapel folders en
bijpassende paperassen verzamelde, die ze aan ons opstuurde. Onze postbode
toonde zich verbaasd over de dikte van het pakket en over de grote
hoeveelheid postzegels die er kennelijk nodig waren geweest om die stapel
naar ons toe te krijgen. Kees en Trees waren erg blij, want dit jaar ging
het echt gebeuren: “We gaan naar Corsica!” Met dank aan onze dochter.
Korte
tijd later belde Kees op. Hij wilde voor een klus bij hun huis graag even
mijn aanhanger lenen. Hij had namelijk een betonmolentje nodig en dat zou
niet in zijn auto passen. Maar wel op onze aanhanger. Nu was er bij een
grote doe-het-zelf-keten een aanbieding van een betonmolen, die moest Kees
dus snel aanschaffen. Zo gezegd, zo gedaan. Met onze auto plus aanhanger
50 kilometer gereden naar de bewuste winkel. De kleinste betonmolen was
(natuurlijk) niet helemaal naar Kees’ zin, dus werd een grotere maat
gekozen, gekocht en ingeladen.
Onderweg
terug naar huis vroeg ik: “Als nu die klus geklaard is, gaan jullie dan
naar Corsica?” “Ja, eindelijk gaat het door! We hebben nu goede
documentatie. We maken al een plan wat we willen zien.” Zei Kees. De
uitvoering van de klus (waarbij wij overigens niet direct betrokken werden
deze keer) vroeg méér tijd dan was voorzien. Behalve dat: ook méér
beton, méér onderdelen en méér geld. Op
een avond werden we bij Kees en Trees uitgenodigd op het apéritief. Er
moest, samen met nog andere kennissen, gevierd worden dat de klus klaar
was. “Best goed gelukt,” zei Trees door de telefoon. Bij aankomst op
hun terrein zagen we een mooie buiten-barbecue in de tuin staan, die al
aangestoken was. Daarop werden een heleboel lekkere hapjes bereid, die
onder het genot van de nodige wijn genoten werden.
“Nou,”
zei Kees toen we vroegen wanneer de reis naar Corsica zou gaan
plaats hebben, “De klus is erg goed geslaagd deze keer, maar we hadden
veel meer spullen nodig dan voorzien was. Bovendien was de betonmolen
duurder dan eerst geraamd was. Daarom hebben we besloten hem te dopen. Kom
maar kijken.” Inderdaad stond op de trommel van het apparaat
geschilderd: CORSICA. De reis moet nog even wachten, we hebben Corsica nu
in huis.” Het
schilderwerk was verricht door Trees. Dàt kun je aan haar wel overlaten.
Een
gevaarlijke carrière
Een
carrière is in Frankrijk (behalve de in Nederland bekende betekenis) ook:
een groeve of vindplaats, van bijvoorbeeld steensoorten. Bij
de aanvang van het schooljaar, “la rentrée”, werd op de school waar
Olivier Riosset les geeft, aandacht besteed aan “Rentrée sous la signe
de la chance” (Terug naar school onder het teken van het geluk). Op 4
september, op weg naar huis van school, trof Riosset een voorval bij het
passeren van een carrière waar steen en grind worden gewonnen. Had hij
geluk, of ongeluk, of had hij een engeltje op zijn schouder?
Bij
een carrière, langs een weg waar wij zelf ook regelmatig langs gaan, viel
een rotsblok van bijna 80 kilo door de ruit en de deur rechts van zijn
auto. De steen ging langs hem heen -gelukkig zonder hem te raken- en
kwam terecht op de achterbank, waar de linkerzijde van de auto vele
centimeters naar buiten werden gedrukt. Tegenover
de krant “Le Journal du Diois et de la Drôme” verklaarde Riosset, dat
hij het rotsblok niet heeft zien of horen aankomen. Het gebeurde allemaal
erg plotseling. Filosofisch vroeg hij zich tijdens het interview af of hij
nu geluk had gehad of dat echt geluk geweest was dat zijn auto niet
geraakt zou zijn. Wel achtte hij zich gelukkig, nog ongeschonden in
leven te zijn! De auto was total loss.
Door
adequate actie van de gewaarschuwde politie en vervolgens de Subdivision
de Die de l’Équipement, werd de weg snel afgezet. Deuken en gaten in
het wegdek bewezen, dat meer stukken steen gevallen moesten zijn. Dit
leidde tot kilometers omrijden via het volgende dorp Vercheny, voor de
mensen die van Pontaix naar Barsac wilden of omgekeerd. Voor ons was
dat ook het geval, want wij hebben goede kennissen, die aan diezelfde weg
wonen. Een ingeschakeld
expertise-bureau stelde vast, dat op een hoogte van bijna 250 meter aan de
rand van de rots, tussen de 5 en 10 m3 steen los geraakt was. Besloten
werd de bergrand geheel te “zuiveren”, gedeeltelijk door stukken op te
blazen. Dat werk begon op 9 september. Men hield er rekening mee, dat het
twee weken zou duren. Over de rotswand zou ook een stalen beschermingsnet
aangebracht worden.
Een
brief van de conseiller général van het canton werd in de krant
gepubliceerd. In die brief werd de Président van de Conseiller Général
de la Drôme dringend verzocht een bijzonder krediet beschikbaar te
stellen teneinde goede uitvoering van de werkzaamheden te verzekeren. De
weg van Pontaix naar Barsac werd, als ik het mij goed herinner, op 23
september weer geopend. Bij de carrière is over enkele honderden meters
een stopverbod ingesteld.
Opmerking:
Gegevens zijn deels ontleend aan de publicatie in le “Journal du Diois
et de la Drôme“ van 12 september 2003. Het verhaal gonsde natuurlijk op
4 september al door het dorp. De foto’s maakte ik zelf nadat de
auto naar een garage in Die was afgevoerd.
Spelen
met vuur
Onder een parasol in de tuin, voornaamste
bezigheden: drinken en wachten op de koelere avond. Met 42°C was ‘t te
warm om in huis te werken en te droog om in de tuin zinvol iets te doen. Plotseling
zei Coby, mijn vrouw: “Ik ruik brand of rook!” Ongeveer 150 meter
achter het huis, in het vlakke stuk, voordat de berg omhoog loopt, stond
een man met een brandende tak een klein vuurtje groter te maken. Hij
deed dat kennelijk met opzet. Na twee seconden denken “wie is dat” en
waarom hij letterlijk “met vuur speelde”, liep ik naar hem
toe. Vòòrdat ik er was kwam een auto aanscheuren, die dwars door
het veld naar hem toe reed. Emile, de burgemeester, sprong eruit.
Hij schreeuwde: “Arrète, c’est défendu, c’est dangereux!” De man
glimlachte dat het echt niet gevaarlijk was. Gelukkig had Emile een gsm in
zijn auto. Hij belde de brandweer. Daarna ging hij meteen weg, om de
brandweer, uit het 10 km verderop gelegen Die, de weg te wijzen. Na
25 minuten kwam een brandweerauto, met snel erna een commandojeep,
die over de radio extra units vroeg. De brandstichter zag ik niet meer. Wèl
waren veel mensen achter de brandweer aan gekomen. Het werd op onze kleine
parking erg druk.
De brandweerwagens hebben water aan boord. Ze vernevelen dat , wat op
branden een erg goed effect heeft.
Het bleek goed dat assistentie gevraagd was. De brand breidde zich (door
de vrij harde mistral) snel uit en begon over een breedte van zo’n 60
meter ook tegen de helling van de berg op te klimmen. Snel was de eerste
wagen leeg gespoten, zodat hij in het dorp water moest tanken. De
arriverende assistentie bestond uit 6 soortgelijke wagens, plus een
tankwagen waarop stond: 11200 litres. Onder de indruk was ik van de
hoogte waarop de brandweerwagens tegen de berg op konden rijden. Al met al
hadden ze ongeveer anderhalf uur nodig de brand uit te krijgen. Het
krioelde nu van de mensen (in het dorp wonen er slechts 150). Ook de
gendarmerie kwam er bij. Een vrij heftig gesprek tussen de gendarmes
en dorpsgenoten liep met een sisser af, waarna de blauwe auto weer
vertrok. Van dorpelingen hoorde ik, dat de brandstichter 82 jaar oud was,
dat hij vroeger DE “brander” was geweest die overal (ook op verzoek)
randen en bermen schoon brandde. Maar “Il perd sa raison”zei men
en daarom was het goed dat de gendarmerie hem niet meegenomen had.
De volgende morgen, bij uitschudden van het ontbijtlaken, zag Coby
(nu aan de andere kant van de weg ) opnieuw een brandje. Wij er op af.
Dezelfde man.Nu wisten we wie het was. Direct zijn zoon Alain
gebeld die één van de grotere wijnboeren is in de buurt. Die kwam in
drie minuten met zijn Landrover naar ons toe. Hij schold zijn vader uit en
stuurde hem weg, waarop pa in zijn eigen auto vertrok. Samen maakten wij
het brandje uit. “Ik ben zò blij dat jullie mij gebeld hebben en niet
de politie,” zei Alain, “ze hadden hem deze keer absoluut
gearresteerd!”
In de periode daarna viel ons op dat het dorp een “bewaking” had
ingesteld, waardoor enkele keren per ochtend iemand kwam kijken waar de
oude man aan het werk was en wat hij deed. Dit stelde Coby wel gerust.
Later was er nog één keer een brandje van hem aan onze kant van de
rivier, maar dat was middenin een groot veld, waardoor het weinig kwaad
kon. Dat hebben we dus alleen op afstand in de gaten gehouden. Ik
vind het nog steeds jammer, dat ik geen foto’s maakte van het blussen.
Water!
In onze put is het water even
hoog als in de rivier. In de zomer is er slechts 7 cm water, te weinig! We
wonen ver van het gemeentelijke net. Water heeft een slechte faam in
Pontaix. Alle tot nu benaderde forageurs zeiden: “Pontaix, dat is mij te
moeilijk”, of zoiets. Er was geen andere oplossing dan: dagelijks de
kofferbak vol 5-liter-bidons bij de dorpskraan voltappen. Zijn er gasten,
dan meermalen per dag. Het gaat al jaren zo.
Jaar 2001
De burgemeester gaf het adres van M. Clément, “die wil vast
komen”. Inderdaad. Hij legt uit dat boren hier moeilijk is door de harde
rotslaag een meter of 12 diep. Hij belooft dit weekend een offerte. Die
komt na 14 dagen. Hij voorziet een boring van 50 m. Kosten zijn lager dan
over 1½ km langs de weg een aansluiting op het dorpsnet. Dit jaar kan het
niet meer; Clément heeft het druk. Hij komt in april. Opdracht wordt
getekend, aanbetaling gedaan, alles oké.
Jaar 2002
We gaan in juni een paar weken naar Nederland. Ondanks herhaald
bellen etc. is er niets gebeurd. Clément was ziek, heeft erge
achterstand, maar zodra het kan komt hij! Op een zaterdag belt onze zoon
Coert, elders in Frankrijk kamperend, ons op: Een e-mailtje meldde hem dat
maandag het boren begint. Hij kan die dag tijdig het huis openen. Wij zelf
kunnen pas op maandag uit Nederland weg.
Als we aankomen, is het erf een “chantier” geworden. BUITEN een
vrachtwagen met de generator en een busje met materialen. IN de tuin de
grote wagen met de boor-installatie. Overal slangen. Stapels buizen. We
hebben geen tuin meer, maar een werkplaats.
Clément’s vaste ouvrier had een ongeluk, die zit thuis. Alleen werken
is gevaarlijk, dus zijn Mme. Clément en dochtertje van 6 er ook. Dan
blijkt koeling van de boor nodig. “Heeft u water?” vraagt Clément.
Nee dus! Clément vertrekt en brengt dinsdag een remorque-citerne, die hij
uit de rivier vult. De boor draait ´s middags weer! Woensdagmiddag
bereiken we water op 30 m diep! Het komt omhoog tot 6 m onder ‘t
maaiveld. Clément berekent een opbrengst van 5000 liter/h. Daar kunnen
wij, zelfs met gasten, niet tegen drinken! Clément begint direct zijn
spullen op te ruimen en in te laden. Er is nog géén verbinding van de
put naar het huis! “Ik ben veel te laat. Mijn volgende klus moest al
klaar zijn! Ik moet weg. Ik maak een offerte, de rest kan dan volgend
jaar.” En ze gaan weg. Onze monden vallen open, als vrijdag Clément’s
bus bij ons stopt en ze samen de tuin in lopen. “Het is op het nieuwe
werk niet leuk. Mogen we hier komen lunchen?” Ze hebben alles bij zich.
We verstrekken ze wel koffie en andere dranken! Na het eten vertrekken ze
weer. We hebben ze nadien niet meer gezien. Wij willen niet wéér wachten
en zoeken uit wat zelf kopen en aanleggen van pomp, hydrofoor en
toebehoren kost. Marcel, een familielid, bricoleur “pur-sang”, komt
met zijn gezin dichtbij kamperen. Hij ziet de klus helemaal zitten. Meer
hulptroepen uit Nederland arriveren. Wij weten nu wat nodig is, kennen de
kosten en beginnen snel. Iemand uit het dorp graaft machinaal een geul
voor de leidingen. Een betonnen vloer onder de buitentrap bestemmen we tot
bodem van wat gaat heten “de waterkast”, waarin alle voorzieningen,
elektra, hydrofoor, isolatie enz. We maken lange werkdagen; er moet veel
gebeuren. Marcel leidt de aanleg van buizen voor het water. Zelf breid ik
de elektrische installatie uit. Iedereen werkt hard.
Op 1 september, heuglijke dag, hebben we (zéér koud) water uit de kraan!
Vòòr ons vertrek naar Nederland is de waterkast klaar (zie schets).
Volgend jaar (2003) leggen we de geiser aan. Kunnen we wàrm douchen!
La
vogue de Pontaix
Voor de verjaardag van onze zoon
op 16 augustus (in Nederland), planden wij ons vertrek voor 15 augustus.
“Ja, hoor eens, nu wonen jullie in het dorp, je kunt het niet maken om
bij de Vogue de Pontaix afwezig te zijn!” was het commentaar van Lily,
één van onze vrienden.
Wat is een Vogue?
La Vogue blijkt HET jaarfeest van het dorp te zijn. Oorspronkelijk
was het de viering van de naamdag van de (bescherm)heilige van het dorp.
Nu is het de gewoonte het feest te vieren in een weekeinde, ongeveer half
augustus. Ook naburige dorpen kennen vogues. Het getuigt van Frans
praktisch inzicht, dat elk dorp zijn eigen datum heeft, zodat je altijd
naar één of meer andere vogues toe kunt gaan. De hele voorafgaande week
worden voorbereidingen getroffen. Het dorp wordt versierd. In de (smalle)
Dorpsstraat worden parkeerverboden aangebracht. Grote borden verwijzen
naar “Le Parking” net buiten de dorpskern bij een zijstraatje. Mensen
die aan de Dorpsstraat wonen vergrendelen hun terrein of tuin met barrières
om te voorkomen dat iedereen er in gaat lopen (of plassen). Op
het plein voor de “Salle des Fêtes” wordt de “Buvette” (bar)
opgebouwd. Op het hooggelegen deel van het plein worden de tafels
opgesteld. Kortom: grote drukte. Velen helpen mee. Op vrijdagavond is het
dansen voor de jongeren. Op het podium voor de “Salle des Fêtes”
treedt een band op met harde rock-achtige muziek, maar ook met franse
hits. De “Buvette”is open, wat bijdraagt tot de feestvreugde.
Tot ver in de nacht horen wij ( 1,5 km buiten het dorp) het geluid van de
band.
Het Diner
Maar het echte feest is het DINER op Zaterdagavond, na de pétanque-wedstrijd
. De tafels zijn gedekt. In het dorp wonen 120 mensen, maar er is gedekt
voor wel 300. Per fles wordt wijn verkocht; dineren zonder wijn kan niet!
Kaartjes voor deelname aan het diner kosten ongeveer € 6,00. Iedereen
wil een plekje aan tafel, waar je goed overzicht hebt over het lager
gelegen deel van het plein waar straks het bal (weer) begint. Neem dus
vlug voldoende plaatsen in beslag! Later dan aangekondigd, als eindelijk
iedereen zit, nadat nog extra stoelen en banken tevoorschijn zijn gehaald,
begint het opdienen van het eten. Entrée is een gevulde halve meloen, Dan
komen de grote schalen met frites en met mosselen. Men is niet krenterig,
als je wilt kun je voor een paar dagen eten! Voor wie niet van
mosselen houden (zoals uw scribent) is er het alternatief
“Assiette Anglaise” met een keur van koud vlees. Heerlijk! Men praat,
eet, lacht en drinkt. Als iedereen voldaan is of als de mosselen echt op
zijn, komt de kaas. Ieder krijgt een verpakt kaasje. Tenslotte is er
koffie voor iedereen, vergezeld van een ijsje.
Bal
Inmiddels is het donker geworden. Er wordt nog veel gepraat, men
loopt even naar een tafel, waar vrienden zitten, men wacht op de
muziek. Dezelfde band van gisteren begint. De muziek davert over het
plein. ”Que le bal commence!” Geopend wordt door “de kleintjes”.
Kleuters die vermoedelijk nog maar net kunnen lopen, gaan de vloer op en
dansen. Een prachtig gezicht! Geleidelijk loopt de dansvloer vol. Een
grote deinende massa. Mijn vrouw Coby danst met Piet, een andere
Hollander die hier woont.
Lily, die aan tafel vlak bij mij zit te kijken, draait zich naar mij om en
zegt: “Fred, une grande famille, n’est-ce pas?” Hij straalt.
Wij zijn blij, dat we ons vertrek iets uitgesteld hebben!
Uit: Frans Woordenboek Frans – Nederlands 11e druk C.R.C.Herckenrath
en A.Dory ; Bewerkt door Dr. H.R.Boulan Uitgave Wolters Groningen
1958: Vogue (v) opgang, succes; être en vogue,
-opgang maken, in de mode zijn;
Soms
valt het mee!
Niet iedere offerte wordt
overschreden. Zelfs met meerwerk viel het eindbedrag mee. ‘Bricoleurs,
monsieur!’
Het huis dat wij kochten had veel leuks, maar ook een aantal minder
prettige aspecten. , Vooral het dak leek aan vervanging toe. Daarom
spraken we met René, de plaatselijke aannemer. Hij had nu juist zijn
bedrijf verkocht, maar hij wilde met plezier voor oude kennissen
adviseren. De uitvoering van het werk zou gebeuren door het grotere
bedrijf dat zijn firma had overgenomen. In de ogen van René was het dak
ronduit slecht. Er was geklungeld door doe-het-zelvers met weinig tot geen
verstand van zaken. Bricoleurs, monsieur! Constructie te licht. Balken
niet recht, enz.”
Afspraken
Enige tijd later kwam de offerte. Iets boven de begroting, maar we
gingen akkoord.
Om alles rond te krijgen voor ons vertrek naar Nederland, (uiterlijk begin
oktober), werd begin september als begindatum aangehouden. Op 15
september, na enkele telefoontjes zowel met René en de nieuwe aannemer,
was er nog niets gebeurd. Ik ging er zelf maar eens heen om uit te vinden
of we nog op de planning stonden. “Ah, mais oui, absolument, mais il y a
aussi des autres chantiers, n’est-ce pas?”
Met moeite kreeg ik van René de toezegging los, dat 22 september
het project ‘sans faute’ van start zou gaan. Alles zou niet
langer dan ca. twee weken in beslag nemen. Op de bewuste dag
gebeurde er wéér niets. Telefoon: “Demain, c’est vrai!”. En
jawel, om half acht stonden ze voor de deur. Met een vrachtwagen, een
hooglader (voor de afvoer van oude pannen etc.) en drie man sterk. De
eerste kant van het oude dak was er snel af. Daar begon men direct met de
opbouw van het nieuwe dak. Er werd er hard gewerkt. Vroeg beginnen, niet
te lange middagpauzes en doorwerken tot 18:30 uur.
Ondanks meerwerk lagere factuur
Op mijn verzoek versterkten de werkers eveneens het plat bovenaan
de buitentrap en ze brachten voor de inmiddels aangeschafte oliekachel
tevens een tweede schoorsteen aan, die vanaf beneden doorliep naar de
eerste verdieping en boven hert dak uittorende. Het kon allemaal. Na
ruim twee weken was de oplevering. We waren dik tevreden. De avond daarna
kwam René aanrijden. Toen de borrel op tafel stond, vroeg hij: “Heb je
die offerte nog? Ik heb namelijk de factuur, Je had nog wat meerwerk ook,
hè? Vergelijk dat nu eens met de offerte!” Hij was duidelijk
voldaan. Tot mijn verbazing was het factuurbedrag lager dan dat van
de offerte. Grinnekend voegde hij toe: “Wees nou maar blij, dat we
even gewacht hebben met de start van het werk. Op 15 september is de
T.V.A. (BTW) voor werkzaamheden aan oude gebouwen van het hoge tarief naar
het lage tarief gegaan!”. Dat scheelde ongeveer 10 procent op het
totaal. “En nou moet je nooit meer tegen mij zeuren als het even wat
langer duurt!” Zei hij tenslotte. Daarop heb ik de glazen nog maar
eens vol geschonken.
Franse
logica
Fransen gaan filosofisch om met
het begrip tijd
Philippe
Het voorval speelde zich jaren geleden af. Mijn vrouw en ik zorgden
al enkele jaren voor het huis in de Drôme.
Het huis is eigendom van kennissen, die er slechts in hun eigen vakantie
gebruik van maken. Maar omdat het al oud is, waardoor er altijd wel iets
te repareren of te onderhouden valt, leek het onze kennissen een
aantrekkelijk voorstel om tijdens hun afwezigheid het dagelijks beheer van
huis en tuin aan ons over te laten. Zelf hadden we geen werkverplichtingen
meer en na jaren vakantie in Frankrijk waren we van het land gaan houden.
We gingen dan ook graag op hun voorstel in. Zo leerden we Philippe kennen.
Een jongeman uit het dorp, die ons buitenlanders machtig interessant vond.
Vaak kwam hij ons na zijn werk op stukjes akker in de buurt ons even
opzoeken en “un sirop” drinken. We leerden veel van hem
over het dorp en de omgeving.
Wachten
Die dag was Philippe er ook. We stonden op het terras in afwachting
van de loodgieter. Er was een probleem met de waterleiding dat ik niet had
kunnen oplossen. Na verschillende vruchteloze pogingen had ik
in het naburige stadje een afspraak gemaakt met de loodgieter. Hij zou om
twee uur ’s middags bij ons zijn. Het was inmiddels al bijna half drie.
Ietwat gespannen tuurde ik het weggetje af. Door de helling was ik in
staat ieder voertuig op een kilometer afstand te ontdekken en met mijn
ogen te volgen. “Hij zal toch wel komen, Philippe?”, vroeg ik in
mijn beste Frans. Daarop sprak Philippe de wijze en voor mij historische
woorden: “Als je zijn auto ziet, dan komt hij!” Hij kwam
inderdaad, ongeveer drie kwartier later.
Zo werkt het met afspraken in La France. En de waterleiding? Die heeft hij
keurig gerepareerd.
Nieuwe
buren
Enigszins haastig kwam Yvette,
onze buurvrouw van “Le Devant de la Chaux”, 700 meter verderop,
onze tuin inlopen. “La maison est vendue!” riep ze opgetogen. Het had
een poos geduurd, maar nu zouden ze dus kunnen verhuizen. In het
grote huis van Yvette en Jean-Michel woonde ook zijn oude moeder.
Een probleem vormde de leeftijd van die dame, waardoor ze de trap naar de
woonetage niet meer kon “nemen”, zodat ze in haar eigen
kamertjes in het souterrain moest vertoeven zolang ze binnen was. Een
ander huis was al uitgekozen, jammer genoeg een heel eind bij ons uit de
buurt, want we wilden eigenlijk die aardige mensen helemaal niet kwijt.
Na onze gelukwensen met de geslaagde verkoop had Yvette gelukkig al enige
informatie over de kopers, die dus naast ons zouden komen wonen:
“Het zijn mensen uit België, die al een tijd in Frankrijk wonen. Ze
hadden eerst bouwplannen in een dorp niet ver hier vandaan, maar dat is om
de een of andere reden afgeketst. Toevallig kwamen ze in Pontaix terecht
en troffen dat ons huis te koop is. Ze hoefden er niet erg lang over na te
denken. Met het gevolg dat het ‘Compromis de vente’ al getekend
is. Wij moeten het huis in Juni opleveren. En weet je nu wat het leukste
is? Ze vinden het erg prettig om Nederlanders als buren te krijgen, omdat
ze daardoor de kans hebben om het Vlaams niet te verleren.”
Inmiddels wonen Joseph en Pia in het grote huis. Met die nieuwe
buren kunnen we gelukkig ook méér dan goed opschieten! Met elkaar
spreken ze Frans, met ons meestal Nederlands. We lopen de deur niet
bij elkaar plat, maar we zien ze zeer frequent en nemen bij afwezigheid de
zorg voor de andere tuin en het andere huis over en weer op ons.
Natuurlijk moet er ook af en toe geproefd worden, of de drank
nog goed genoeg is om er iets van te nemen.
Wanneer we in Nederland zijn is er ook regelmatig contact per telefoon,
fax en/of e-mail.
En tenslotte is het voor ons toch wel erg gemakkelijk om nu van hen
vertaal-hulp te kunnen krijgen als er weer eens ambtelijke of notariële
paperassen met moeilijke Franse zinnen in de brievenbus liggen.
Bijlage:
2 foto’s van “Le Devant de La Chaux” (het buurhuis)
Avenue
des Champs Elysées
In de tijd ven één winter
legde de overheid een nieuwe weg naar het huis aan.
‘We zien morgen wel’
Die najaarsnacht gutst de regen op het land en het krachtige
onweer houdt ons uit de slaap. De stroom valt herhaaldelijk uit. Het deert
ons niet; morgen zien we wel of er schade is. De volgende ochtend wordt er
op de deur geklopt. Het is het paardenmeisje, dat de paarden van
Madame G. voert. Deze dame heeft tachtig paarden (promenade à cheval) ,
die ze op diverse weilanden laat grazen, waaronder één vlak bij ons
huis. “Bent u al naar beneden geweest? U mag wel oppassen, want met de
auto komt u er niet meer langs. Een gedeelte van de weg is naar
beneden gestort.” We bedanken haar voor de waarschuwing en met in iedere
hand een emmer paardenvoer loopt ze de weg af en verdwijnt al snel uit het
gezicht, doordat de weg zich als een spiraal om de berg slingert.
‘Le maire’ als boodschappenjongen
We nemen zelf poolshoogte. Halverwege zijn drie
naaldbomen verdwenen. Ze stonden op de rand en zijn in het circa 15
meter diepe dal terecht gekomen. In hun val hebben ze bijna de halve
breedte van de weg meegesleurd. Daarbij zitten er scheuren in het wegdek
over een lengte van zo’n 50 meter. Het lijkt inderdaad niet
vertrouwd om hier te rijden. Telefonisch melden we de burgemeester ons
probleem. Ons dorpje, een half uur lopen van het huis, heeft geen winkels.
Boodschappen haal je in het stadje 10 km verder. Binnen een uur staan de
‘maire’ en zijn ‘adjoint’ voor de deur. Zij hebben hun auto
geparkeerd vóór de door de natuur veroorzaakte wegversmalling. Het
laatste stuk hebben ze gelopen. Hij verbiedt ons om met de auto langs de
gevaarlijke plek te rijden. Eerst moet er een deskundige van het
departement komen. Wel biedt hij aan om boodschappen voor ons te halen. We
geven hem een lijstje mee met het hoogstnoodzakelijke: brood, boter en
drinken. Voor het overige kunnen we ons met de ‘vriezervoorraad’
redden. Diezelfde middag komt de ‘overheid’ onze bestelling afleveren.
Maatregelen
De dag erna arriveert de geologische dienst voor het opnemen van de
schade aan berg en weg. Er wordt druk gepraat en grote peilstokken
komen uit een auto. Even later verschijnt de ‘maire’. We zoeken hem
op, maar het rappe, technische gesprek is net iets te veel voor ons.
Zoveel is duidelijk: de weg is volstrekt onbetrouwbaar.
Vele grotere verschuivingen kunnen volgen. Er zal langs de andere kant van
de berg, waar rotsgrond is, en niet ver van het huis, een compleet nieuwe
weg aangelegd moeten worden.
Eigen risico
“En mijn auto dan?” vraag ik, “die kan ik toch niet hier
laten tot er een nieuwe weg zal zijn? En hoe moet ik straks naar
Nederland, zonder auto?” Na veel gedelibereer, na opgave van het gewicht
van de auto enz., besluit men dat we één maal voorzichtig naar beneden
mogen rijden, op eigen risico. “Als de auto er langs is, dan nooit meer
naar boven!” krijgen we te horen. Heel voorzichtig, zo dicht mogelijk
tegen de bergkant, rijd ik naar beneden langs de smalle plek. Iemand er
voor en iemand er achter om te inspecteren. Er is nog maar 15 cm weg
tussen auto en dal en er valt opnieuw een stukje omlaag. Het lukt en voor
de rest van ons verblijf laten we de auto op het veilige gedeelte staan.
Vanaf daar gaan we lopend naar huis. Dagen lang sjouwen we met
boodschappen, ‘mazout’ enz. Het inpakken van de auto bij
ons vertrek is een ‘uitdragerij’ van flessen (bestelde) wijn, koffers
en overige bagage.
Nieuwe weg
Bij ons volgende verblijf, is tot onze verbazing de nieuwe weg
klaar. Een weliswaar steilere, maar ook kortere verbinding tussen het huis
en de weg door het dal! En niet zo maar een weg. In het dorp spreekt men
van de “Avenue des Champs Elysées de Pontaix”!
|